Netelenbos discrimineert dubbel

Mevrouw Kuperus was het formidabele hoofd van de zesde openbare Montessori school in Amsterdam-Zuid. Zij droeg heur haar in een knoet, maar in de vijfde klas ontdekte één van mijn kleine vriendjes dat die een houten kern verborg. Voortaan moesten wij iedere ochtend achter het schoolhoofd sluipen om te zien of we tussen het haar de vulling konden waarnemen. Mevrouw Smit was rectrix van het Stedelijk gymnasium in Leiden. Studievriendin van de dichteres Ida Gerhardt, eveneens doctor in de letteren, en streng genoeg als ik weer eens wegens het pesten van een zwakke mannelijke leraar uit de klas was gestuurd. De gelukkige jaren aan de Erasmus Universiteit laat ik nu even buiten beschouwing. Die had voortdurend een exclusief mannelijke leiding, maar ik weet niet of daar iets uit volgt. Nu werk ik onder mevrouw Kroes, president van Nijenrode, beschermvrouwe van Mentorscope en andere verenigingen van en voor vrouwelijke managers.

Three tall women, ook de titel van het nieuwe toneelstuk van Edward Albee, voor het eerst sinds Who's afraid of Virginia Woolf weer succesvol, dit keer met een komedie waarin alleen vrouwen spreken. Drie goede ervaringen, die je een ieder gunt. Daarom heeft staatssecretaris Netelenbos een wetsvoorstel door het kabinet gekregen dat alle scholen, hogescholen en universiteiten in Nederland verplicht positief te discrimineren voor vrouwen bij vacatures in de leiding. Ook wil Netelenbos de wet op het hoger onderwijs aanpassen om universiteiten en hogescholen te dwingen meer vrouwelijke hoogleraren aan te stellen. Maar dat is nu precies de verkeerde weg naar het goede doel.

Wat ben ik blij dat Nijenrode al een hoogleraarsplaats had aangeboden aan prof. Annemieke Roobeek vóórdat de PvdA het gestelde quotum aan vrouwelijke bewindspersonen haalde door mevrouw Netelenbos voor te dragen. Nu weet mijn collega Annemieke tenminste zeker dat zij haar stoel ten volle heeft verdiend: zij was de beste in haar vak. En ze hoeft ook niet bezorgd te zijn dat de studenten haar met een scheef oog aankijken, en zich afvragen of zij haar positie misschien te danken heeft aan positieve discriminatie. Onze dochter weet nog niet welke loopbaan ze later zal kiezen, maar ik wens haar toe dat ze vrij en eerlijk kan meedingen naar een plaats in de arbeidsmarkt, en dat niemand haar ooit heimelijk hoeft te minachten vanwege nepotisme of positieve discriminatie.

Het is een raadsel hoe Netelenbos het kabinet heeft kunnen passeren. Net als er een consensus ontstaat dat positieve discriminatie óók een vorm van discriminatie is met ongewenste stigmatiserende effecten, komt zij met een pro-discriminatie wet. Eén kamer naast staatssecretaris Netelenbos huist onderminister Nuis van cultuur. Gaat die nu een wet voorstellen die alle symfonieorkesten verplicht om steeds meer muziek uit te voeren van vrouwelijke componisten? En zijn Ritzen, Netelenbos en Nuis pas tevreden wanneer het Concertgebouworkest in ieder concert het streefgetal van 50 procent vrouwelijke muziek bereikt? In de rijksmusea valt ook nog heel wat te verhangen voordat daar de vrouwelijke streefcijfers in zicht komen.

Ironisch is, dat juist staatssecretaris Netelenbos veel goeds kan doen in het lager en voortgezet onderwijs om de eerlijke kansen voor meisjes en vrouwen te vergroten. Ze zou er bij collega Melkert (sociale zaken) op aan kunnen dringen dat hij de arbeidsbureaus verbiedt om zo hard te bezuinigen op educatie en scholing van volwassenen. Maar wie aan de arbeidsbureaus komt, raakt aan grote, ook financiële, belangen van onder andere de vakcentrale FNV en die wegen kennelijk zwaarder dan de belangen van de veelal vrouwelijke werklozen die extra scholing en training zo nodig hebben. Staatssecretaris Netelenbos zou ook kunnen overwegen om in het onderwijs hogere salarissen te betalen aan schaarse leraren in wiskunde en in de exacte en technische vakken.

Goed onderwijs helpt beter om meisjes (en jongens) te interesseren voor een bèta-discipline dan advertentiecampagnes van Postbus 55. De salarissen in het onderwijs zijn sinds 1980 bijna 20 procent achtergeraakt bij het gemiddelde in het bedrijfsleven, en dat leidt tot verlies aan kwaliteit in vakken waar de arbeidsmarkt beter betaalde alternatieven biedt buiten het onderwijs. Helaas verspilt staatssecretaris Netelenbos liever belastinggeld aan geforceerde pogingen om scholen te laten fuseren, dan aan hogere salarissen voor de docenten.

Collega-columnist Rita Kohnstamm en ik waren onlangs te gast bij een speciale bijeenkomst op het ministerie van onderwijs die ons ervan moest overtuigen dat het goed beleid is wanneer het ministerie scholen die lauw zijn over fusies onderaan de wachtlijst plaatst voor renovatie van het lekkende schooldak, en scholen die wèl fuseren beloont met tonnen belastinggeld. Niet iedereen is onder de indruk, en dus mochten mevrouw Kohnstamm en ik luisteren hoe de staatssecretaris haar beleid verdedigde. Aanvankelijk ontkende Netelenbos nog dat zij belastinggeld inzet om de scholen-fusies kunstmatig aantrekkelijk te maken. Toen haar flankerende ambtenaren té demonstratief naar het plafond gingen kijken, gaf zij toe dat 'brede' scholen inderdaad een financieel voordeel ontvangen, om daarna weer te klagen dat de krant daar nog steeds kritisch over schrijft.

Wijs beleid zou zijn om het aan ouders en leerlingen over te laten of hun voorkeur uitgaat naar een grote of een wat kleinere school. Het ministerie kan dan volstaan met regels voor de minimum omvang, en daarna strikt neutraal zijn in de financiering. Maar Netelenbos houdt vast aan de kunstmatige discriminatie van brede scholengemeenschappen, en botst dus keer op keer met ouders en leerlingen die tevreden zijn met een kleinere school en niet begrijpen waarom hun belastinggeld moet dienen voor geforceerde fusies.

Hardnekkig is deze staatssecretaris zeker, omdat ook haar eigen partij, de PvdA, diep verdeeld is. Voorzitter Rottenberg spant zich in voor het Barlaeusgymnasium in Amsterdam, en in Gouda zijn zoveel boze PvdA'ers dat de PvdA-wethouder van onderwijs het niet meer aandurfde om onder leiding van Ton Planken in de volle plaatselijke schouwburg te discussiëren. Zijn ex-collega, de PvdA-wethouder van onderwijs die in Leeuwarden met onbehoorlijke middelen een fusie doordrukte, is intussen al gesneuveld. Voor allerlei belangrijke zaken in het onderwijs is geen geld, maar de belastingbetalers moeten wel dokken omdat de staatssecretaris vasthoudt aan de notie dat zij het beter weet dan ouders en leerlingen.

Netelenbos wordt daarbij gesteund door hetzelfde ambtelijk apparaat dat eerder adviseerde de studiefinanciering vooral lekker efficiënt in één landelijk kantoor te concentreren. Grote organisatie-deskundigen lijken het niet, daar in het ministerie van onderwijs, en in combinatie met een dubbel discriminerende staatssecretaris leidt dat tot kritiek in de media. Maar, de critici zien het verkeerd. Zoals minister Ritzen altijd bij voorkeur zijn interviews besluit: Het beleid is uitstekend. We moeten het alleen nog veel beter uitleggen.