Kooldioxyde

Terecht probeerde men op de klimaatconferentie in Berlijn tot afspraken te komen over een beperking van de uitstoot van kooldioxyde (NRC Handelsblad, 4 april). Steeds opnieuw blijkt het moeilijk, zo niet onmogelijk tot harde afspraken te komen. “De inzet van Nederland is (. . .) bescheiden.” “De grote vraag, ook in Nederland, is wat er na 2000 moet gebeuren.” Op de conferentie in Berlijn werden slechts voorzichtig getallen genoemd.

Waarom is het voor Nederland, en ook andere landen maar dat laat ik hier rusten, zo moeilijk om tot zelfs een bescheiden afspraak te komen? De belangrijkste reden is de onwetendheid, die er in het algemeen bestaat over het verschijnsel van de uitstoot van kooldioxyde, als maat voor de hoeveelheid energie die we als land gebruiken en over de voortdurende toename van het energiegebruik. En die is weer een maat voor de toenemende welvaart.

We blijken thans amper in staat afspraken te maken over een relatief geringe beperking van de uitstoot van kooldioxyde hetgeen in grote lijn neerkomt op een relatief geringe beperking van het energiegebruik. En dat terwijl de bestaande wereldvoorraad van fossiele brandstoffen een periode van zo'n 70 jaar beslaat. Nog steeds is de mogelijkheid reëel, dat onze beschaving over zo'n 70 jaar een energiedood sterft. Zouden we rationeel handelen, dan zouden we niet zo uitermate verkwistend met energie omgaan als we thans doen.