Keizer van de Amstel loopt na twaalf jaar vast onder brug

AMSTERDAM, 10 APRIL. De kroonprins versloeg de keizer, maar verloor de Skiffhead. Na jaren oefenen lukte het Pepijn Aardewijn gisteren eindelijk om Frans Göbel, die de voorjaarsklassieker twaalf jaar achtereen beheerste, in te halen. Maar bij de inhaalmanoeuvre op de Amstel, onder de Rozenoordbrug, vergat hij te sturen en verdwaalde een riem onder de skiff van Göbel. De ranke bootjes raakten vervolgens verstrikt in de beschoeiing. Aardewijn lag zeker vijftien seconden stil voor hij weer op gang kwam, Göbel verloor meer dan een halve minuut.

In de achterhoede - de skiffs startten om de tien seconden, de startpositie afhankelijk van het resultaat van vorig jaar - profiteerde de Rotterdammer Koos Maasdijk van het ongelukje. De oud-wereldkampioen in de dubbelvier (1989) passeerde een tiental voorgangers en finishte in een tijd van 28 minuten en 21 seconden. Aardewijn eindigde als tweede, op tien seconden. Göbel als negentiende, op 1.16 minuut.

Jaar na jaar na jaar won Frans Göbel de Skiffhead. Van 1983 tot en met 1994 heerste de lichte roeier (inmiddels 35 jaar oud) als Keizer van de Amstel. Telkens weer probeerde de rest van de Nederlandse top zijn korte prikslag te ontregelen, zijn vliegwiel over de kop te jagen en zijn stuurkunst te evenaren. Ronald Florijn naderde ooit tot een paar tienden van seconden, Maasdijk was in 1990 al eens dicht in de buurt, vorig jaar had Aardewijn slechts acht seconden toe hoeven geven.

Gisteren verloor Göbel. Lijdzaam moest hij toezien hoe zijn fanatiekste aanjager, als tweede gestart, steeds dichter bij kwam. Op het lange stuk van 't Kalfje tot het Hoge Huis passeerde Aardewijn de koploper. Gezamenlijk verdwenen beide bootjes onder de Rozenoordbrug. En ze kwamen niet meer tevoorschijn. De tientallen meefietsende toeschouwers langs de kant moesten hard in hun remmen knijpen.

Gewone roeiwedstrijden gaan over twee kilometer rechtuit. De Skiffhead heeft een bochtig, 7,5-kilometer lang parcours van Ouderkerk naar het botenhuis van De Hoop in Amsterdam. De regels over inhalen zijn in theorie duidelijk: “Het opgelopen vaartuig is verplicht het oplopende vaartuig voldoende ruimte te geven om ongehinderd te passeren”, staat in het programmaboekje. Göbel had opzij moeten gaan, desnoods een paar slagen moeten laten lopen.

Aardewijn kreeg ook ruimte, zei Göbel na afloop. “Ik riep voor de brug dat hij de binnenbocht moest nemen. Hij ging toch buitenom, dan kan ik niet ineens in rook oplossen. Het moment van passeren werd hem emotioneel even te veel. Hij roeide recht de kant in. Zelfs als ik er niet was geweest, was hij vastgelopen. Nu fungeerde mijn boot nog als een soort stootkussen.”

De roeiers ontkenden beiden schuld. Het “gezellig” gesprek, zo omschreef Göbel hun discussie onder de brug, was snel voorbij. Ook na afloop resteerde slechts berusting en teleurstelling. “Als hij er niet was geweest”, gaf Aardewijn na afloop toe. “Had ik me wat meer georiënteerd op het sturen. Achteraf kan ik mezelf alleen verwijten dat ik hem voor de brug of na de brug had moeten passeren. Ik had graag gewonnen, maar Maasdijk is een terechte winnaar. Hij heeft ook seconden verloren met het inhalen van anderen.”

Aardewijn, net als Göbel een lichte skiffeur, maakt zich al weer op om volgend jaar een nieuwe poging te wagen. Dan zal hij achter de twintig kilo zwaardere en sterkere Maasdijk aan moeten varen. Göbel, huisarts in opleiding in het Gelderse Neede, offerde twee jaar geleden de meeste trainingsuren aan familie en werk. Maar hij zal zijn overstap naar de veteranen nog een jaartje uitstellen. “Nog één keer met de echte mannen”, beloofde hij.