Kein gelull bitte

Bijna iedere Nederlander voelt zich wel een beetje Adriaan van Dis en spreekt zonder schroom zijn vreemde talen.

Wanneer Nederlanders Duits spreken gaat dat echter lang niet altijd zonder problemen. Wat te denken van de kindertherapeute die bij een lezing het steeds over een Penuss ('peenoot')had, wanneer ze Penis bedoelde, en van de psychiater die vertelde dat hij zijn praktijk verbaut had (door verbouwen verprutst). Bellen (blaffen) in plaats van anrufen, doof (gek) in plaats van taub, platzen (ontploffen) in plaats van stellen, dementieren (ontkennen) in plaats van verkalken, Rotsen (snot) in plaats van Felsen, het hoort allemaal in het grappenrepertoire van de weinige overgebleven leraren Duits, maar helaas ook in het Duitse vocabulaire van veel Nederlanders.

Is het nu zo erg wanneer Nederlanders slecht in Duits zijn? Sommigen, zoals Rudi Carell, verdienen er zelfs hun brood mee. Velen koketteren met hun slechte kennis van de Duitse taal, en demonstreren zo hun Duits-vijandigheid. Allemaal niet zo vreselijk. Toch is het pijnlijk wanneer in een discussieronde op de Duitse televisie met buitenlandse journalisten juist een Nederlander verreweg het slechtst Duits spreekt (overigens niet de correspondent van déze krant). En voor de contacten met onze grootste handelspartner kan de steeds verder slinkende kennis van de Duitse taal toch ook niet goed zijn.

Nu is Duits ook geen gemakkelijke taal. Mark Twain schreef al dat de Duitse taal 'zacht en eerbiedig bij de dode talen bijgezet moet worden, want alleen de doden hebben tijd genoeg om hem te leren'. Wat maakt Duits nu zo moeilijk? Allereerst de naamvallen. 'Man gewöhnt sich an allem, nur nicht am Dativ', zeggen de Duitsers zelf (eigenlijk: alles en an den). Maar ook voor het plaatsen van komma's bestaan er al 38 regels. In een Spiegel-dictee van vier zinnen maakte de minister van onderwijs van de deelstaat Hessen onlangs dan ook zeven fouten. Tien jaar eerder maakte zijn toenmalige ambtgenoot van Rijnland-Palts er in dezelfde tekst zes.

Gelukkig voor de ministers is er op een internationale conferentie in november 1994 een aanzet gegeven om de spelling van de Duitse taal te vereenvoudigen. Daardoor zullen twee soorten fouten minder vaak voorkomen: het gescheiden schrijven van samengestelde woorden en het fout plaatsen van komma's. De spellinghervorming is ook een goede aanleiding om correcties in woordenboeken en dergelijke aan te brengen. Zelfs in de Duitse woordenboeken van Van Dale staan fouten en omissies. En in een boekje dat bedoeld is om de valstrikken in het Duits te vermijden, De Taalvos Duits, van de vertaalster Gerda Meijerink, staan merkwaardige en incorrecte zaken. Bovendien ontbreken daarin vrijwel alle bovengenoemde woorden. Enkele voorbeelden:

Bieder betekent tegenwoordig vrijwel uitsluitend 'burgerlijk', in de zin van 'bekrompen'. Deze betekenis ontbreekt in Van Dale. Een Gratwanderung is geen tocht langs één, maar langs twéé afgronden, namelijk rechts en links van de bergkam. De essentie daarvan is: ga je te ver van de ene afgrond vandaan, dan ben je te dicht bij de andere en omgekeerd. Zickig betekent letterlijk: 'zoals een vrouwelijke geit'. Van Dale schrijft in navolging van de Duden: trutterig>preuts. In de volgende druk van de Duden zal staan: 'humeurig, eigenzinnig, overspannen; tamelijk preuts en geremd'. Knackarsch is wijd verbreid als omgangstaal-uitdrukking voor een 'strak kontje'. Van Dale vermeldt: (vooral Zdd, vulgair) strontvent, wat nu juist de betekenis van het woord Kackarsch is. Null Bock betekent: geen zin. Meijerink schrijft: 'Ich habe einen Null Bock darauf.' Juist is: 'Ich habe null (kein) Bock (darauf)'. Kein gelull wordt in Nederland wel als grappig bedoeld on-Duits gebruikt. Het is echter wel degelijk Duits: lullen betekent volgens de Duden en Van Dale: zacht in slaap zingen. In de omgangstaal betekent het echter 'kletsen, onzin spreken' en ook wel 'kwijlen' en 'urineren'. Misschien is dat wel tekenend voor het taalgebruik van veel Nederlanders die Duits spreken: er wordt maar wat gelullt, maar niemand weet wat het precies betekent. Bij alle fouten die wij Nederlanders maken is er echter één grote troost: de talenkennis van de Duitsers is al helemaal niet om over naar huis te schrijven.