Jan Jansen in fondsenland (2)

Moeder en zoon Jansen begrijpen dat zij zelf en niemand anders verantwoordelijk zijn voor hun geldzaken. Sinds kort pakken ze die grondig aan. De suggestie om Jan (17 jaar) iedere maand voor een vast bedrag aandelen in een beleggingsfonds te laten kopen stuit op onbegrip. Ze kunnen geen touw vastknopen aan de waslijsten met koersen van honderden fondsen in kranten en tijdschriften. Aan wie ligt dat?

Een gewichtige reden is ongetwijfeld het enorme aantal binnen- en buitenlandse fondsen dat de markt overspoelt en tracht zich van de concurrentie te onderscheiden met andere doelstellingen en met beloften van fraaie rendementen. Eén ding hebben ze gemeen: aanbieders garanderen geen bepaald resultaat.

Veel beleggingsfondsen kan men op ieder gewenst moment kopen en verkopen op de effectenbeurs via een bank of commissionair. Verzekeraars bieden fondsen aan als onderdeel van een fiscaal vriendelijke polis die aan wettelijke voorwaarden moet voldoen en minder vrijheid biedt dan zelf beleggen. Die fondsen zijn meestal niet aan de beurs genoteerd.

Jan Jansen wil een vermogen leren opbouwen. Gezien deze wens ligt zelf kopen en verkopen voor de hand. Maar wat? Daarvoor moet Jan eerst de verschillende soorten fondsen kennen, daarna zijn wensen vaststellen en dan pas een keuze maken.

Zeer informatief is het naslagwerk Beleggingsinstellingen van ABN Amro (250 gulden, exclusief 6 procent BTW) dat tweemaal per jaar verschijnt en 140 fondsen in kaart brengt en daarvan de resultaten vergelijkt. Ranglijsten in kranten en tijdschriften (zoals de top-100 in Elsevier) komen meestal van de bank. Wie zich wil verdiepen in dit onderwerp zou het boek moeten lezen en kopen wanneer de bank met een volks-versie komt. Informatie bij de afdeling Asset Management: Postbus 283, 1000 EA Amsterdam; telefoon 020-6283793.

Een andere bron is de Consumenten-geldgids (voor leden van de Consumentenbond; telefoon 070-3806644) die viermaal per jaar een overzicht publiceert van zestig (niet-)beursfondsen die langer dan acht jaar bestaan.

Verder kan een effectenbemiddelaar inzicht geven, hoewel die niet altijd onpartijdig is. Vooral banken bieden huisfondsen of fondsen waar ze belang bij hebben aan en zullen alleen met het mes op de keel iets anders aanbevelen.

Waaruit kan Jan kiezen? Het voornoemde boek onderscheidt zes hoofdgroepen van beleggingen: aandelen, obligaties, onroerend goed, liquiditeiten, gemengd (de voorgaande vier) en overige als converteerbare obligaties en warrants.

De tien meest verhandelde fondsen zijn Robeco (aandelen), ABN Amro Obligatie Groeifonds, ING Bank Rentegroei Fonds, Postbank Vermogensgroeifonds, Florente Fund, Alrenta, Rorento (alle obligaties), Rodamco (vastgoed), ABN Amro Liquiditeiten Groeifonds en ING Bank Geldmarkt Fonds (beide liquiditeiten).

De aanbieders van fondsen zoeken voortdurend nieuwe wegen om klanten te trekken. Bij de aandelenfondsen onderscheidt men specialisatie naar beleggingen overal ter wereld, in Europa, Noord-Amerika, Zuid-Amerika, Pacific en Nederland. Verder is er een trend naar fiscaal gerichte fondsen, zoals de populaire groeifondsen.

Over belastingdruk hoeft Jan zich (nog) geen zorgen te maken. Bovendien mag hij als lange-termijnbelegger (ten minste acht jaar), wel wat risico nemen. In die periode zullen de up en downs op de beurs elkaar in evenwicht houden, menen beursdeskundigen, en dat vergroot de kans op een netto (na aftrek van belasting) rendement van circa 10 procent. Wegens het risico-aspect vallen de obligatie-, liquiditeiten- en gemengde fondsen af. Die in vastgoed deden het slecht in de laatste tien en twintig jaar; misschien juist een reden om daarin deel te nemen. De fondsen in de categorie overige zijn wellicht (te) moeilijk te begrijpen voor een beginnend belegger.

Door af te strepen wat niet direct geschikt lijkt blijven aandelenfondsen over. Welke zijn interessant? Leerzaam, leuk en goed te volgen in de Nederlandse pers? Het Verre Oosten (Pacific)? Nee. Zuid-Amerika? Nee. Wereldwijd? Iets te breed en algemeen om te volgen. Zo blijven Nederland, Europa en Noord-Amerika over. Drie boeiende beleggingsgebieden.

Een onervaren deelnemer kan met Nederland beginnen en na een paar jaar Europa en Amerika erbij nemen. Maar welk van de circa tien Nederlanders? In de top van het klassement (minimaal drie jaar oud en beursnotering) staan ING Bank Dutch Fund, ABN Amro Netherlands Fund, Amsterdam EOE Index Fund en Holland Fund. Resultaten uit het verleden zeggen echter niets over de toekomst. Het is aan Jan om er, samen met zijn bank, een uit te kiezen.

(Voorgaand artikel 3 april)