James Carter beheerst slot SJU-jazzfestival

SJU-festival met James Carter Quartet, Dave Holland Quartet, Lester Bowie's New York Organ Ensemble. Gehoord 8/4 Vredenburg Utrecht.

De laatste avond van het Utrechtse SJU-jazzfestival was opgebouwd volgens de sandwichformule, maar de buitenkanten waren het lekkerst. Dat was te danken aan de jonge tenorsaxofonist James Carter, die de avond opende met zijn eigen kwartet (een primeur) en hem besloot met Lester Bowie's New York Organ Ensemble. Daartussenin kreeg het volgepakte Vredenburg de tijd op adem te komen bij de ietwat voorspelbare hoofdact, de groep van bassist Dave Holland.

De vele Amerikaanse muzikanten die in de jaren tachtig een goede - lees: klassieke - opleiding hebben genoten beginnen langzamerhand de internationale jazzscene over te nemen. Eén ding hebben zij gemeen: ze kunnen alles, simpelweg omdat ze dankbaar gebruikmaken van de muziekgeschiedenis. Maar terwijl jonge honden als Roy Hargrove en Christian McBride zich toeleggen op steeds slimmere bebop, zoekt James Carter het in de breedte.

Carter, een 25-jarige New Yorker die werd geboren in Detroit, beheerst de traditie van de swing van Lester Young tot aan de freejazz van Albert Ayler, maar net als je denkt te weten wie hij citeert, schakelt hij over op rock & rollriffjes of klassieke saxofoonlijnen. Technisch kan het niet stuk. In één solo blaast hij nu eens een zwaar aangezet vibrato, dan weer complexe boventonen, om tenslotte te eindigen met een onnavolgbare riedel.

Niet bekend

Bezoekers die na afloop van de hilarische souljazz van trompettist Lester Bowie (met grijze puntbaard en gehuld in doktersjas) de kleine zaal van Vredeburg inruilden voor het SJU-huis, honderd meter verderop, stond tenslotte een spectaculaire toegift te wachten. Het duurde namelijk niet lang voordat de geplande jamsessie met de Haagse pianist Marc van Roon versterking kreeg van JC, zoals Carter zichzelf noemt, met zijn bandleden in het kielzog. Om de nacht compleet te maken kwam even later de driemans blazerssectie van Melvin Rhyne aanzetten, net terug van een optreden in Rotterdam. Er ontstond een heuse Amerikaanse tenor-battle, op Nederlandse bodem uitgevochten, met een hoog 'je had er bij moeten zijn'-gehalte.

James Carter won ook hier, maar de strijd was misschien niet helemaal eerlijk. Zijn technische krachtpatserij, met name zijn kunst om onwaarschijnlijk hoog te spelen en een toon eindeloos aan te houden met behulp van circular breathing, leidde af en toe tot oppervlakkig vertoon en lichtelijk overspannen solo's. Als hij, om in jargon te spreken, de bullshit weglaat, blijft er iets over om lang te koesteren. Het SJU-festival 1995 heeft hem in elk geval geen strobreed in de weg gelegd.