Gerard Cox

Gerard Cox: Uit liefde en respect... voor zoveel moois. EMI 7243 8324812 4

“Wat we hebben weggelaten, is minstens zo mooi als de zestien nummers die we uiteindelijk hebben gekozen,” schrijft Robert Long in het boekje bij de cd Uit liefde en respect... voor zoveel moois, waarop Gerard Cox liedjes zingt van Jules de Corte. En dat is geen frase, want hoewel hier een fraaie dwarsdoorsnee van zijn oeuvre is vastgelegd, schoten me onmiddellijk nummers te binnen die nog gaver, nog grappiger of nog snijdender zijn.

Uit liefde en respect was vorig jaar de titel van een cd, waarop Robert Long - naar mijn smaak iets te zoetsappig - bekende liedjes zong uit het Nederlandse amusementsrepertoire. Nu is Cox onder hetzelfde motto de vocalist in een heel wat ambitieuzer project, want Jules de Corte is bij uitstek de auteur van liedjes die boven de middelmaat uitsteken door hun grote zuiverheid van taal (geen woord te veel), hun inhoudelijke zeggingskracht en hun binnenrijmen die zich zelden opdringen, maar die bijdragen aan de grote muzikaliteit van de tekst. Daarbij schreef hij, met groot raffinement, bedrieglijk eenvoudige melodietjes, door Koos Mark tintelend gearrangeerd.

Liefde en respect is ook wat de voordracht van Gerard Cox kenmerkt. Met zijn heldere dictie en de sardonische bijklank in zijn stem heeft hij zich volstrekt dienstbaar gemaakt aan dit repertoire - van het onbezorgd zotte Juultje van Pingelen uit de jaren vijftig tot en met het recentere Honger en geweren, dat zonder obligate kretologie de vinger op de wonde legt: “Slechts voor wie verder kijken, wordt het zonneklaar / dat er verband is tussen honger en geweren.” Mijn favoriet is het stemmige Moeder Aarde, dat in een paar luttele zinnen beschrijft wat de mensen met de aarde doen.