Geiser

In het zuiden van IJsland, aan de voet van een grote gletscher, ligt de beroemdste springbron ter wereld: de Grote Geiser. Geologen schatten, op basis van aslagen, dat dit gebied al zo'n tienduizend jaar vulkanisch actief is. De eerste beschrijving van de springbronnen dateert echter uit de 13de eeuw. Als gevolg van een aardbeving, zo schreef iemand in 1294, verdwenen sommige bronnen en ontstonden andere.

Dat is daarna zo doorgegaan. Het zuiden van IJsland wordt gemiddeld twee keer per eeuw door een flinke aardbeving getroffen, wat grote gevolgen kan hebben voor de springbronnen.

Zo lag de Grote Geiser er in de tweede helft van de 16de eeuw kalmpjes bij. Maar door een aardbeving in 1630 spoot hij het water uit z'n onderaardse bekken met zo'n kracht omhoog, dat het hele omliggende gebied schudde. Sindsdien geniet de Grote Geiser wereldfaam, vooral door zijn enorme kracht: vroeger spoot hij, na een hoop geraas, gerommel en gedonder, wel tachtig meter hoog.

Ook de Hollanders gingen al snel een kijkje op IJsland nemen. Een fraaie beschrijving van een springbron op IJsland - niet van de Grote Geiser overigens - is te vinden in een reisverslag van walvisvaarder C.G. Zorgdrager. In 1699 maakte kapitein Zorgdrager met zijn mannen een uitstapje naar het binnenland van IJsland, aan de noordkant van het eiland. Omdat hem verteld was dat de bronnen kokend water spoten, had hij een stuk schapevlees meegenomen, dat hij aan een touw in de bron wierp. Telkens werd het vlees op de straal omhooggespoten. Na negen keer spuiten was het gaar. De mannen aten het vlees met brood en afgekoeld bronwater. Zorgdrager bewaarde een gedroogd stuk als souvenir. Hij meldde nog dat het water van een andere springbron goed heette tegen 'Venusquaalen', die juist op IJsland veel voorkwamen. Hij probeerde bovendien een verklaring voor de springbronnen te geven, maar daar bakte hij niet veel van.

Dat laatste gold trouwens ook voor de meeste wetenschappers. Pas in 1846 ontdekte de beroemde Duitse scheikundige Robert Bunsen hoe de Grote Geiser ongeveer werkt. Hij liet er thermometers in zakken, verrichtte talloze metingen, en kwam met een theorie die - met slechts kleine aanpassingen - nog steeds staat.

Inmiddels was het begrip geiser zo bekend geworden dat het internationaal werd gebruikt voor warme springbronnen in het algemeen. In veel woordenboeken heerste op dit punt aanvankelijk verwarring. Zo omschreef Calisch geiser in 1864 als 'algemeene benaming van reusachtige springbronnen op het eiland IJsland'. In feite werden de springbronnen alleen buiten IJsland geisers genoemd. Op IJsland zelf had en heeft iedere springbron een eigen naam, met als bekendste de Grote Geiser. Geysir betekent in het IJslands 'gutser, spuiter', van het werkwoord geysa, dat 'gutsen' of 'omhoogspuiten' beduidt.

Maar goed, in de meeste moderne talen werd geiser dus een soortnaam voor springbron. In het laatste kwart van de 19de eeuw kwam daar in het Engels en Nederlands nog een betekenis bij, die van waterverwarmingstoestel.

Wie zich verdiept in de geschiedenis van de verwarmingstoestellen, komt tot de ontdekking dat men met geiser (vaak 'geyser' gespeld) omstreeks de eeuwwisseling een toestel bedoelde om badwater te verwarmen. Het waren enorme ketels, apparaten die wij nu boilers zouden noemen. Vanaf 1920 maakte de keukengeiser in Nederland algemeen opgang. In het begin had je nog open geisers, maar die hadden als nadeel dat het water een deel van de verbrandingsgassen opnam, wat een vieze smaak gaf.

Overigens is de keukengeiser al weer een tijdje op z'n retour: de markt krimpt jaarlijks met tien procent. Ook de Grote Geiser is op z'n retour. In 1981 is, om uitbarstingen te bevorderen, het onderaardse kanaal schoongemaakt, maar hij spuit slechts als er eerst een flinke hoeveelheid zeep in wordt gekieperd - een hulpmiddel dat in de 19de eeuw werd ontdekt - en zelfs dan haalt hij met moeite veertig meter, ruim achterblijvend bij geisers elders in de wereld.