Football ingewikkelder dan spijkerbroek

AMSTERDAM, 10 APRIL. Vanuit het loodgrijze wolkendek doemt een helikopter op, klaar voor de landing op de middenstip. Bulderende discobeats begeleiden de spectaculaire entree van de wedstrijdbal. Intussen schalt de speaker een spervuur aan opzwepende teksten door het winderige stadion. Heupwiegende tienermeisjes swingen als volleerde cheerleaders de benen uit hun lijf. Op het aangrenzende tartan waggelt een uit de kluiten gewassen Donald Duck in Napoleon-outfit, de mascotte van de Amsterdamse American footballers: de Admirals.

Sport en 'showy' entertainment naar Amerikaans recept gingen zaterdagavond in het Olympisch Stadion hand in hand bij het debuut van de Amsterdam Admirals tegen de Barcelona Dragons (17-13) in de World League of American Football (WLAF). Geen wonder. De prestigieuze competitie-opzet is een Amerikaans initiatief, bedoeld om één van Amerika's meest populaire sporten ook in Europa aan de man te brengen. Naar Amerikaanse maatstaven is sport pas echt sport zodra het omgeven wordt door show en spektakel. Daar moest ook Amsterdam aan geloven voor, tijdens en na de kick off.

Met veel bombarie en trompetgeschal kondigde de National Football League (NFL) vorig jaar de oprichting aan van de World League, de Europese tegenhanger van de NFL-profcompetitie. Behalve Amsterdam vaardigen vijf andere Europese steden een team af: Barcelona, Frankfurt, Londen, Düsseldorf en Edinburgh. De zes spelen een onderlinge competitie die tien weken in beslag neemt en op 17 juni uitmondt in de finale om de World Bowl.

De Admirals, vernoemd naar de Amsterdamse handelsvloot uit de Gouden Eeuw, streven naar een gemiddeld bezoekersaantal van minimaal 15.000 per duel. Zaterdag kwam nog niet de helft daarvan (7.168) opdagen. Velen verlieten voortijdig het stadion. Vier maal vijftien minuten American football, uitgesmeerd over ruim drie uur en daarbij voortdurend hinderlijk onderbroken door flarden snoeiharde discomuziek en irritant commentaar, bleek teveel gevraagd.

De NFL heeft niettemin een rotsvast vertrouwen in het welslagen van zijn missie. De bond klampt zich vast aan de gedachte dat sporten als basketbal en ijshockey, beide van Amerikaanse origine, ook zijn overgewaaid en inmiddels volwaardig deel uitmaken van de Europese sportcultuur. De Franse Marc Lory, president van de WLAF, gokt daarnaast op de zuigende werking van the American way of life. “U draagt toch ook een spijkerbroek. Dertig jaar geleden was dat ondenkbaar in Nederland.”

Pessimisme past bovendien niet in het Amerikaanse denken. Think positive! luidt het credo. Daarbij komt: met geld is alles te koop, zelfs liefde van het grote publiek voor een onbekende tak van sport. De NFL, gesteund door een batterij sponsors, investeert maar liefst zestig miljoen gulden in het experiment. Mede daarom kijken de Admirals al vooruit. Niet zonder trots vermeldt de persmap dat de footballers samen met de voetballers van Ajax volgend jaar verhuizen naar de in aanbouw zijnde Amsterdam Arena, het multifunctionele stadion in Zuid-Oost.

De NFL gaat voorbij aan het feit dat eerdere pogingen om de sport te introduceren op niets uitliepen. Vier jaar geleden stierf de gelijknamige intercontinentale competitie, waar zeven Amerikaanse en drie Europese clubs aan deelnamen, een vroege dood. Vooral de tegenvallende publieke belangstelling was daar debet aan. Bovendien is American football in Nederland een marginale sport. De nationale bond telt amper duizend beoefenaars, verdeeld over elf amateurclubs.

De vergelijking dringt zich op met de verwoede pogingen die de FIFA in het werk stelt om de voetbalsport wortel te laten schieten op het Noordamerikaanse continent. De inspanningen van de wereldvoetbalbond lijken tevergeefs, ondanks het succes van het WK afgelopen zomer in de Verenigde Staten. Amerikanen halen hun neus op voor Europese sporten als soccer en wielrennen. Weinig opwindend want het show-element ontbreekt, is het eensluidende oordeel. De invoering van een voetbalcompetitie laat nog altijd op zich wachten.

Belangrijkste reden voor de NFL de hooggespannen verwachtingen wat te temperen, lijkt de ondoorzichtigheid van American football. Het grote publiek waarop de bond zich richt, is niet op de hoogte van de regels. Ook al bestempelen insiders de sport als een simpel, strategisch spelletje landjepik van 11 tegen 11 waarbij de aanvallende partij vier pogingen krijgt om minimaal tien yards af te leggen, net zolang totdat er gescoord wordt via bijvoorbeeld een touchdown.

Bovendien bestaat de 43-koppige selectie van de Amsterdam Admirals voor het overgrote merendeel uit gewezen sterren uit de Amerikaanse profcompetitie. Namen die in Amsterdam niet tot de verbeelding spreken. De Nederlandse inbreng is gereduceerd tot vier spelers. Het kwartet kwam zaterdag nauwelijks aan spelen toe. Het spandoek Frank, go for it, speciaal voor de Utrechter Frank Temming, hing er dan ook wat troosteloos bij. Wellicht dat de speaker het daarom zei, toen het publiek niet reageerde zoals hij wilde: “Doe niet zo Hollands!”