Europese munt op zijn vroegst vanaf 2002 in omloop

VERSAILLES, 10 APRIL. Op zijn vroegst per 2002 zullen gemeenschappelijke munten en bankbiljetten in omloop komen in de landen die deelnemen aan de Economische en Monetaire Unie (EMU) in Europa. Nationale munten als de gulden verdwijnen dan uit het betalingsverkeer.

Dit is de uitkomst van de informele ontmoeting van de ministers van financiën en centrale-bankpresidenten van de Europese Unie dit weekeinde in de Parijse voorstad Versailles. Harde besluiten worden bij dergelijke halfjaarlijkse vergaderingen, die bedoeld zijn om beslissingen voor te bereiden, niet genomen.

De datum van 2002 is genoemd omdat geen van de delegaties - met uitzondering van de Franse minister van financiën, Alphandéry, alsmede de voorzitter van de Europese Commissie Santer - 1 januari 1997 als eerste tijdstip waarop de monetaire unie van start kan gaan haalbaar acht. 1 januari 1999 is de eerstvolgende datum, waarna de munten van de deelnemende landen onomkeerbaar aan elkaar zullen worden gekoppeld. De lidstaten gaan er van uit dat drie jaar nodig zijn om alle benodigde Europese munten te slaan en bankbiljetten te drukken, om ze daarna in één keer in omloop te brengen.

Het geldstelsel zal worden gebaseerd op de telling 1-2-5 (bijvoorbeeld biljetten van 10, 20, 50, 100 etc.). In Nederland verdwijnen daarmee karakteristieke muntnamen als het kwartje of de rijksdaalder.

Duidelijk werd ook dat de lidstaten al een jaar vóór 1999 moeten vaststellen welke landen deelnemen aan de muntunie, omdat de omvorming van het Europese Monetaire Instituut tot Europese centrale bank meer tijd vergt dan voorzien. President W. Duisenberg van de Nederlandsche Bank bevestigde na de bijeenkomst dat er een kans is dat er in 1998 speculatiegolven ontstaan op de valutamarkt, nu er een heel jaar prijkt tussen het formele besluit over welke landen meedoen en het vastklinken van de munten.