Een antroposofische school; Van Es' humane architectuur

Gebouw: Geert Groote School, Fred Roeskestraat 84, Amsterdam. Architect: Anton van Es & Partners. Ontwerp lagere school: 1986-'87. Oplevering: 1988. Ontwerp bovenbouw: 1900-'91. Oplevering: oktober1994. Totale bouwkosten: 10 miljoen.

'Architectuur vanuit praktisch menskundig inzicht': zo omschrijft de Utrechtse architect Anton van Es zijn benadering van het vakgebied. Wat hij daaronder verstaat, is te zien in een complex voor de vrije, oftewel antroposofische Geert Groote School aan de rand van Amsterdam. Er zijn in heel Nederland Geert Groote-scholen, maar deze vestiging is de enige met zowel een lagere school als voortgezet onderwijs. Vijf jaar geleden is de lagere school als eerste gebouwd; vorig jaar is de bovenbouw daaraan toegevoegd. De school heeft nu in totaal 640 leerlingen.

Zoals de omschrijving doet vermoeden, bouwt Van Es in een stijl die meestal organisch wordt genoemd, maar omdat dit tegenwoordig nogal zweverige associaties oproept, spreekt hij zelf liever van humane architectuur. Want, benadrukt hij, zijn werk is ingegeven door rationele, functionele, voor iedereen waarneembare overwegingen. Zijn gebouw noemt hij 'vriendelijk', waarmee hij vooral bedoelt dat ze intuïtief begrijpelijk is.

De architectuur van deze school weerspiegelt de metamorfose die de opgroeiende leerlingen meemaken: zij worden groter en gaan zich meer op de buitenwereld richten, en dat doet het gebouw ook. Neem bijvoorbeeld de ramen. In de paviljoens voor de allerkleinste kinderen zijn de ramen als het ware verzonken in beschutte kozijnen met ronde hoekjes. Daarna, bij de lagere school, wijkt het dak iets terug en komen de ramen iets naar voren, tot in hetzelfde vlak als de gevel; bij het voortgezet onderwijs aangeland zijn de ramen uitgegroeid tot pronte erkers. Het dak vertelt een soortgelijk verhaal: laag en beschermend bij de kleintjes, fier de hoogte in (lees: de wijde wereld) aan het eind van de middelbare school. En zo hebben alle vormen betekenis.

De humane stijl is binnen minder nadrukkelijk dan buiten. De keuken, waar kookles wordt gegeven en waar de leraren elke donderdagavond samen eten, is tamelijk neutraal, evenals de theaterzaal met 450 plaatsen. Het leslokaal voor schei- en natuurkunde voor het voortgezet onderwijs is uitgesproken vindingrijk: de tafels en stoelen kunnen in de klassieke opstelling staan, maar kunnen ook worden gegroepeerd rond de contactpunten voor de experimenten, en bovendien is er een klein 'amfitheater' waar de leerlingen kunnen zitten om te luisteren of een demonstratie te zien.

De lagere school is in 1988 in gebruik genomen, de bovenbouw - in oppervlakte bijna twee keer zo groot - afgelopen najaar. Aan het verschil tussen de twee bouwstromen is goed te zien, dat het budget voor scholenbouw in de tussenliggende jaren steeds schraler is geworden. De leraren hebben zich erg voor het gebouw ingezet en hebben op eigen initiatief nog 1,5 miljoen ingezameld, maar daarmee hebben ze niet kunnen voorkomen dat de uitvoering uiterst zuinig is en de afwerking vaak erg grof. De pontificale trap die vanaf het schoolplein naar de ingang van de bovenbouw kronkelt - symmetrie is in deze stijlopvatting uit den boze - is zo lomp en moeizaam uitgevoerd, dat alle goede menskundige bedoelingen in één klap vervluchtigen. Zo verwordt de naar mijn mening toch al gezochte vormgeving, die vaak verwrochte bouwkundige oplossingen vereist, tot een kartonnen karikatuur van zichzelf.

Inderdaad is de architect erin geslaagd veel gevoelens en sferen die een gebouw kunnen oproepen - geborgenheid, openheid, gezelligheid - te onderkennen en in materie te vertalen. Veel mensen ervaren deze humane architectuur als weldadig, maar persoonlijk vind ik het een bedillerigheid en betutteling uitademen, waar ik over mijn hele lijf jeuk van krijg. Dit is een architectuur die de grote boze buitenwereld de rug toekeert en geruststellende schijn biedt in een gecapitonneerd privé-universum. Een opdringerige architectuur die de sectarische sfeer van de antroposofie alleen maar versterkt.