De Waart voltooit goede Mahler-cyclus

Concert: Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Edo de Waart. Gehoord: 8/4 Concertgebouw Amsterdam. Radio-uitz.: 21/4 20.02 uur Radio 4.

Na drie jaar hebben Edo de Waart en het Radio Filharmonisch Orkest hun Mahlercyclus in de Matinee op de Vrije Zaterdag beëindigd met een fraaie uitvoering van de Negende symfonie. Dat gebeurde drie weken voor het begin van het Mahler Feest in het Amsterdamse Concertgebouw, tegen het eind van een seizoen waarin al het grootste deel van Mahlers symfonische oeuvre tot klinken kwam. En op 1 mei, wanneer De Waart en zijn orkest met Schönbergs Gurrelieder de opmaat voor het Mahler Feest zullen geven, verschijnt de hele cyclus ook bij RCA op cd, inclusief de afgelopen zaterdag opgenomen Negende. De uitgave wordt bovendien begeleid door een nieuw boek van de befaamde Mahler-biograaf Henri de la Grange.

Achteraf bezien is de Matinee-Mahlercyclus een proces geweest waarbij De Waart en zijn orkest duidelijk nog verder naar elkaar zijn toegegroeid en ook een diepgravender visie op Mahler hebben ontwikkeld. De symfonieën III en V klonken met emotionele afstandelijkheid zonder veel accentuering van de tegenstellingen tussen het banale alledaagse en het verheven eeuwige.

Later werd dat op gevarieerde wijze beter: de Zesde kreeg een zeer theatrale vertolking, op de Eerste had De Waart een zeer zonnige kijk en de Zevende muntte uit in passages van ingetogen emotionaliteit, waarbij de lyrische en innige expressiviteit een kamermuzikale dimensie had. Zo blijft het moeilijk De Waart te karakteriseren als Mahlerdirigent, juist omdat hij wars is van al te persoonlijke opvattingen.

Niettemin is het duidelijk dat De Waart zich persoonlijk erg voelt aangesproken door die passages in de symfonieën waarin sprake is van milde, hemels-contente sfeer. Zo leverde de Vierde symfonie veruit de bijzonderste uitvoering in deze cyclus op met uitzonderlijk lage tempi: alsof De Waart er geen genoeg van kon krijgen.

Soortgelijke zilverglanzende passages in de Negende kregen eenzelfde liefdevolle behandeling, met die vreemd oplichtende 'verklärte' klanken, waarin strijkers en blazers van het Radio Filharmonisch Orkest excelleren. De twee middendelen kregen weloverwogen contrasterende karakteristieken, waarbij scherzo en burleske een goedmoedig karakter hielden.

Na een met intens dringende gloed ingezet finaal Adagio verbeeldde De Waart aan het slot een in eindeloos lijkende eeuwigheid verglijdende innerlijke rust, zonder de dramatiek van de laatste harteklop, die de emotioneel zoveel extraverter Bernstein hoorde in deze laatste door Mahler zelf voltooide symfonie.

In het komende najaar dirigeert De Waart - buiten de Matinee - in Utrecht nog Mahlers Das Lied von der Erde. En in de Matinee zal hij in de toekomst minstens één Mahler per seizoen blijven dirigeren.