De Roskam

Zaterdag heb ik over de koe gesproken voor dierenartsen in Gelderland. Hachelijke zaak. Je staat voor een zaal vol mensen die een koe veel beter kunnen behandelen dan jij. Dan komt het dus aan op je taalbehandeling. Maar hoe je de taal ook behandelt, in laatste instantie berust ze toch op echte koeien.

Afijn, die dierenartsen hebben een vereniging en hun vereniging bestond 125 jaar, ze waren feestelijk bijeen in de Roskam.

Toen ik vijf was fietsten we voortdurend heen en weer tussen mijn grootouders in Velp en onszelf in Rheden. Bij de Roskam stond een paddestoel met een man erin en deze man was nog sprookjesachtiger dan kabouter Piggelmee die in een Keulse pot woonde - deze man verkocht ijs! Rond de grote paddestoel stonden kleinere, waarop je een ijsje kon opeten.

Bovendien: achter de Roskam ligt Heiderust. Prachtige paden voeren langs stenen, namen, jaartallen van geboorte en dood en toepasselijke bijbelteksten. Plus groene specht, kleine bonte specht en goudvink.

Natuurlijk moest ik daar bij die dierenartsen gewag van maken. “Heiderust”, zei ik, “is een van de mooiste begraafplaatsen van Nederland. Ik heb er net nog een wandelingetje gemaakt en...”

En toen aarzelde ik even tussen dat en die, dat kan ik u van harte aanbevelen of die kan ik u van harte aanbevelen, in het ene geval heb je het over lopen, in het andere over liggen.