D66 levert veel gedeputeerden in

DEN HAAG, 10 APRIL. De strijd in de twaalf provincies is beslecht. Een maand na de verkiezingen voor de Provinciale Staten zijn overal de onderhandelingen over de nieuwe colleges voor Gedeputeerde Staten afgerond. De verdeling van de macht stemt op het eerste gezicht overeen met de uitspraak van de kiezer. Tien gedeputeerden erbij voor de VVD, vijf dagelijkse bestuurders minder voor D66, eveneens vijf minder voor de PvdA, terwijl het CDA het de komende vier jaar met 3,5 gedeputeerden minder moet stellen.

Het Nederlandse staatsrechtelijke systeem brengt met zich mee dat verkiezingen altijd tot een 'tweeslag' leiden. Voor de machtsvraag is niet zo zeer de verkiezingsuitslag van doorslaggevend belang, maar de er op volgende formatie van het dagelijks bestuur. Dat geldt zowel voor het landelijke als voor het regionale en lokale niveau. De overduidelijke winnaar van de verkiezingen is in het land van minderheden nooit verzekerd van een plaats in het dagelijkse bestuur. Tijdens de formatiefase kunnen de verliezers - als ze eensgezind zijn - de verkiezingsuitslag 'corrigeren'.

Het is een erkend probleem. De commissie-Deetman, de meest recente verzameling deskundigen die zich boog over staatkundige vernieuwing, stelde ruim vier jaar geleden in een rapport: “De kiezers bepalen wel de krachtsverhoudingen, maar niet, althans niet direct de macht. Zij brengen bij hun stem hun ideeën en idealen tot uitdrukking, maar zij bepalen niet, althans niet direct, het beleid.”

De vraag is in hoeverre de kiezer op 8 maart zijn ideeën en idealen ten aanzien van het provinciale beleid tot uiting heeft gebracht. Het waren de landelijke politici die het beeld bepaalden. Voor de provinciale grootheden was in de meeste gevallen hooguit een plek in het voorprogramma ingeruimd. De grote overwinning die de VVD een maand geleden behaalde, kan dan ook volledig op het conto geschreven worden van Tweede Kamerfractievoorzitter Bolkestein. Door zijn toedoen kreeg de VVD in alle provincies de kracht; het was vervolgens aan de provinciale lijsttrekkers deze kracht tijdens de onderhandelingen over de vorming van de colleges van Gedeputeerde Staten ook in macht om te zetten.

De VVD is hier goed in geslaagd. De partij sprong bij de verkiezingen van vorige maand van 15,7 procent naar 27,2 procent. In zetels uitgedrukt: de VVD had in totaal 116 Provinciale Statenleden, maar mocht er na de verkiezingen 208 leveren. Deze winst wordt weerspiegeld in het aantal gedeputeerden dat de VVD levert: 25, ofwel tien meer dan in de vorige periode. De grootste klapper maakten de liberalen in Noord Brabant waar zij in het nieuwe college met drie leden in plaats van één zullen zijn vertegenwoordigd. De partij verdubbelde zich dan ook ruim in deze provincie en is nog maar enkele procenten verwijderd van het CDA. In de drie noordelijke provincies was de winst van de VVD meer bescheiden. Daar zijn dan ook geen veranderingen opgetreden in de numerieke verdeling van de posten. Wel zijn er soms inhoudelijke wijzigingen in de portefeuille-verdeling aangebracht. Zo heeft bijvoorbeeld de VVD-gedeputeerde in Friesland een zwaardere post gekregen.

Landelijke allure hadden de college-onderhandelingen voor de VVD vooral in Gelderland. Twee dagen na de verkiezingen besloten CDA, PvdA en D66, de partijen die met elkaar gemeen hadden dat ze alle drie hadden verloren, dat de VVD (die de grootste partij was geworden in Gelderland) buiten de college-onderhandelingen moest worden gehouden. Volgens de verliezers waren de “programmatische en ideologische verschillen” met de VVD te groot. Een week later kwamen zij op hun besluit terug. Kritiek van hun landelijke collega-politici heeft daarbij een grote rol gespeeld. De VVD heeft nu met twee zetels, één meer dan in de vorige periode, een evenredig deel gekregen. Dominant is de VVD in de provincies Flevoland, Utrecht, Zuid Holland, en Noord Holland waar de partij nu de grootste leverancier van gedeputeerden is geworden.

Dat krachtsverhoudingen en machtsverhoudingen toch twee verschillende grootheden zijn, blijkt uit de wijze waarop het leed bij de verliezers is verdeeld. Het CDA raakte bij de afgelopen verkiezingen ten opzichte van de vorige Statenverkiezingen procentueel een derde van de aanhang kwijt. De teruggang in gedeputeerden is daarentegen veel minder groot. Het CDA had 28 provinciale bestuurders en heeft er nu 24,5. De PvdA levert relatief gesproken meer macht in dan op basis van de verkiezingsuitslag zou 'moeten'. De partij ging terug van 20,4 naar 17,1 procent, maar heeft nog maar 21 van de 26 gedeputeerden over. Daar staat echter tegenover dat de PvdA bij de grote nederlaag van vier jaar geleden de schade bij de collegevorming beperkt heeft weten te houden.

Dramatisch zijn de provinciale onderhandelingen daarentegen voor D66 uitgepakt. De partij die jarenlang achtervolgd werd met het verwijt dat ze geen 'wortels' had in het bestuur van het land, bereikte vier jaar geleden een doorbraak. D66, tot dan toe alleen in Noord Holland met één gedeputeerde in een provinciaal bestuur vertegenwoordigd, werd in de colleges van vijf provincies opgenomen. De balans van de jongste besprekingen is dat D66 vijf gedeputeerden is kwijtgeraakt en nog maar in twee van de twaalf dagelijkse provinciebesturen zitting heeft. D66 verloor weliswaar fors bij de verkiezingen, maar niet zoveel als de teruggang in gedeputeerden doet vermoeden. Het heeft alles te maken met het machtsspel waarin CDA, PvdA en VVD als het er op aan komt, beter bedreven blijken te zijn dan D66.