'Brabantse stad lost problemen zelf wel op'

Het kabinet concentreert het grote-stedenbeleid vooral op Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Dat is niet terecht, vinden de burgemeesters van drie Brabantse steden. Het gaat hen niet eens zozeer om meer geld. G. Brokx (CDA, Tilburg), E.Nijpels (VVD, Breda) en R. Welschen (PvdA, Eindhoven) willen vooral meer bevoegdheden en schaalvergroting. “Dan kunnen we onze problemen best zelf oplossen.”

Er klinkt gemor in Brabant. Knagend onbehagen bracht de drie burgemeesters laat op de avond bijeen op de bovenste verdieping van het Tilburgse stadhuis. De zevende stad van Nederland ligt aan hun voeten. Het gaat om het grote-stedenbeleid, een van de speerpunten van het paarse kabinet. Staatssecretaris Kohnstamm moet er als coördinerend bewindsman voor zorgen dat verpaupering en verval in de grote steden wordt tegengegaan, dat geen getto's, geen 'Amerikaanse toestanden' ontstaan. En daar zijn de drie ambitieuze Brabantse bestuurders het van harte mee eens. Ze doen er al veel aan, betogen ze. Maar ze zouden zo veel meer willen doen en zo veel meer kunnen doen als Den Haag hen niet voortdurend dwars zat met obsolete regelgeving en contraproduktieve maatregelen.

“Wanneer er geld wordt vrijgemaakt voor de steden, gebeurt dat voor een belangrijk deel door te bezuinigen op programma's die ook in die steden spelen”, klaagt Welschen, en hij geeft een voorbeeld. “Melkert heeft de RBA's - de arbeidsbureaus - gekort. Wij hebben in Zuidoost-Brabant een erkend goed draaiend RBA. Toevallig steunde dat in belangrijke mate onze stadswachten. Om extra mensen te krijgen op het gebied van veiligheid, wordt dus eerst ons stadswachtenproject om zeep geholpen omdat op de RBA's bezuinigd moet worden. En vervolgens moeten we - met moeilijkere mensen en andere financiering, na twee jaar wachten - ons stadswachtenproject weer opnieuw opzetten. Kijk dan even wat je doet! Je bent met de ene hand wat aan het doen terwijl je niet weet wat je met de andere doet.”

Coördinerend bewindsman, waar bent u? Het is dit soort dingen die de Brabantse bestuurders dwars zitten. Er is te veel rijksbeleid dat het oplossen van lokale problemen in de weg zit. Hun ongenoegen is niet ingegegeven door kinnesinne jegens de Randstad, onderstrepen ze. “Wij willen niets afdoen aan de problemen van de vier grootste steden”, zegt Nijpels, “maar tegelijkertijd stellen we vast dat wij problemen hebben van vergelijkbare orde. Eindhoven is de vijfde stad van het land, Tilburg de zevende. Ook in Brabant is er sprake van een concentratie van stedelijke problemen.”

Welschen: “Tot nu toe wordt gezegd: we gaan een stedenbeleid voeren, maar de praktijk is tot nu toe dat het zich wel buitengewoon concentreert op de vier grote. We moeten afspreken dat we òf een inhaalslag maken voor de grote steden - maar dan zijn het er meer dan vier - òf dat we de vier grootste willen bijtrekken en zeggen dat de rest het eigenlijk wel goed doet. Dat beeld moet helder.”

Toch gaat het de burgemeesters niet in de eerste plaats om het geld. Het budget voor het grote-stedenbeleid - 1,6 miljard gulden voor 40.000 zogeheten Melkertbanen plus tal van kleinere begrotingsposten van andere departementen - is immers veel te klein om de echte problemen op te lossen. Het kan wel dienen als smeermiddel, om ontwikkelingen in gang te zetten en om belemmeringen weg te nemen. Als het Rijk verder maar op afstand blijft, zo waarschuwen de burgemeesters, want als je lokale problemen echt goed wilt aanpakken, moet je dat met lokaal beleid doen. De bevoegheden én het geld moeten in één hand zijn.

“De enige overheidsoperatie in de grote steden die echt succesvol is geweest is de stadsvernieuwing”, zegt Welschen. “Dat is een operatie die lang duurde, heel consistent is verlopen, waar we de kans kregen alle kokers weg te halen en te werken met één groot budget. Daar kregen de gemeenten de kans om echt iets te doen. Dat is ook het belangrijkste verschil tussen Nederlandse steden en buitenlandse steden: de stadsvernieuwingsoperatie. Ik zeg: leer daar dan iets van. Doe iets dat daarop lijkt. Dat gebeurt nu veel te weinig.”

Brokx: “Dat was ook de enige decentralisatie waar de gemeenten zelf volledige zeggenschap over alle geld kregen. De regelgeving werd gedecentraliseerd, zodat je meteen op wijk- en buurtniveau veel kon. Niet alleen die woningen verbetereren, maar ook de woonomgeving: straten, pleinen, kinderspeelplaatsen. Zoiets moeten we nu weer doen.”

Maar maatregelen op buurtniveau kunnen pas effectief zijn wanneer ze in een groter verband staan. Een stad kan proberen een buurt op te krikken door er ook wat duurdere huizen neer te zetten, in de hoop daarmee meer mensen met werk en een behoorlijk inkomen in de buurt te krijgen. Maar als de buurgemeente tegelijk aanzienlijk mooiere huizen bouwt voor minder geld, omdat daar de grond nu eenmaal veel goedkoper is, lukt het nooit om een meer gemêleerde bevolking te krijgen in de huidige probleembuurten. Een zekere schaalvergroting is daarom noodzakelijk, benadrukken de burgemeesters.

Een stadsprovincie zoals nu rondom Rotterdam en Amsterdam worden gevormd, kan de bestuurskracht vergroten, vinden de Brabantse bestuurders. Al moet zo'n provincie dan wel allerlei extra bevoegdheden hebben die een gewone provincie nu niet heeft. Maar het hoeft niet op die manier. Gemeentelijke herindeling is ook goed. Welschen: “Met een grootschalige herindeling kan het kabinet al grote-stedenbeleid voeren zonder dat het verder ene fluit hoeft te doen.”

Brokx zou het aantal gemeenten in Nederland willen terugbrengen van de huidige 633 naar tachtig. Nijpels houdt het op twee- à driehonderd. Hoe zou de kaart van Brabant er moeten uitzien? Brokx: “Aan het huidige Tilburg zou moeten worden toegevoegd: de kern Riel van de gemeente Alphen en Riel, Goirle, Berkel-Enschot en Udenhout. En als ik de baas was, dan voegde ik bij elkaar: Eindhoven, Geldrop, Nuenen, Helmond en Veldhoven. En Best. En bij Den Bosch: Rosmalen, Vught en Vlijmen.”

Welschen: “Als we Nuenen erbij krijgen, zo heb ik ook altijd tegen Nuenen gezegd, blijven hun inkomsten hetzelfde, maar hun uitgaven zullen ook naar andere delen van de stad gaan. Dus we gaan gewoon herverdelen. En als we in Nuenen of Son sociale woningbouw tussen de duurdere woningen kunnen zetten, dan krijgen we buurten met een evenwichtige opbouw, met scholen die evenwichtig zijn. Dan vermijden we gettovorming. Wat ik ontzettend graag wil is in buurten met alleen sociale woningbouw ook in de vrije sector bouwen, en in buurten met alleen vrije sector ook sociale woningbouw neerzetten. Als je dat wilt doen, moet je dat over een groter gebied kunnen afstemmen. Nu komt bij vrijwel elke echtscheiding in de randgemeenten de zwakste partij naar ons toe.”

Daarnaast speelt het spreiden van de lasten van de centrumfunctie van de stad een rol: de kosten van schouwburgen, theaters, winkelcentra, topsportvoorzieningen. Brokx: “Wij hebben hier in Tilburg een heel nieuw stadion van Willem II gebouwd. De kosten liggen tussen de 15 en 20 miljoen. De burgemeester van Goirle - prima man - is secretaris van Willem II. Maar die gemeente heeft geen gulden betaald, terwijl het toch om een regionale voorziening gaat.” Nijpels: “Bij de nieuwbouw van het NAC-stadion, zo'n kleine derig miljoen, speelt hetzelfde.”

Al decennia lang verlaten mensen met hogere inkomens de stad waardoor er binnen de stad steeds grotere concentraties van kansarmen zijn achtergebleven. De huidige buurten vol kansarmen weer een gemengde samenstelling bezorgen, is een van de ambities van elke stadsbestuurder. Er moeten ook duurdere woningen worden gebouwd. Maar intussen staat geen enkele gemeente te trappelen om grote aantallen mensen met lage inkomens te huisvesten.

Brokx: “Er is een tijd geweest waarin het wel lukte om mensen met lagere inkomens massaal te huisvesten buiten de grote steden, met alle voor- en nadelen van dien. Dat was de tijd van het groeistedenbeleid. In Zoetermeer, Almere, Lelystad, Helmond, Spijkenisse, Capelle aan den IJssel is dat wel gelukt. En dat kwam doordat het ministerie van VROM alles, maar dan ook alles betaalde.”

Welschen: “Dan wijs ik er nog eens op dat het groeistedenbeleid door VROM is ontwikkeld en uitgevoerd en niet door de andere ministeries. Er kwam dus nooit werkgelegenheid mee met die woningen. Burgemeester Gruyters van Lelystad zegt nu: ik bouw geen woning meer of ik moet er per woning een arbeidsplaats of twee bij hebben. Anders doe ik het niet meer. Maar Gruyters was ooit zelf de minister die het groeistedenbeleid startte.”

'Integraal beleid' heet zoiets in bestuurdersjargon: niet alleen huizen bouwen, maar ook zorgen dat er banen komen, winkels, openbaar vervoer, en een handje helpen bij het ontstaan van sociale netwerken. Dat is ingewikkkeld, en kan alleen als de bestuurder er met de neus bovenop zit. Lokaal beleid voor lokale problemen. Nijpels: “Eigenlijk kan politiek Den Haag voor een dubbeltje op de eerste rang zitten bij het grote-stedenbeleid. Want wat wij vragen is niet eens primair dat geld, maar om gebiedsuitbreiding, de ruimte, en om deregulering, bevoegdheden. En dan kunnen we het zelf wel opknappen.”

Ten bewijze voort hij voorbeelden aan van succesvol Bredaas beleid: “Wij hadden een fantastisch project dat landelijke aandacht heeft gehad: samen met de verslavingszorg, justitie, politie en de gemeente zijn we een drugrelated crime-project begonnen. Iedere week werd er een top-tien van drugscriminelen opgesteld aan de hand van daderkenmerken. Wie drie strafbare feiten had begaan, werd opgepakt. En voor de keuze gesteld: afkicken of een veroordeling. De week daarop werd er weer een nieuwe top-tien samengesteld. Dat heeft geleid tot een daling van het aantal auto-inbraken en inbraken in huizen in Breda van dertig en meer procent.”

“Wat gebeurt er dus nu? We zijn vier jaar geleden begonnen met het project. Geweldig succes, heeft een olievlekwerking gehad naar het hele land en de regio. En vervolgens werden ónze cellen in beslag genomen door het succes bij andere gemeenten. Dus als je niet oppast, ligt het project straks op zijn gat, want de mensen worden nu weer de straat op gestuurd. Het aantal inbraken in Breda is weer gaan stijgen.”

Brokx: “We gaan hier een nieuw hoofdbureau van politie bouwen. Daar horen ook veertig politiecellen bij. Daarover heb ik november vorig jaar Justitie geschreven dat er nóg veertig cellen bij kunnen. Die zijn dan voor het Rijk veel goedkoper dan wanneer ze zelf een apart gebouw moeten neerzetten: het Rijk zit dan voor een kwartje op de eerste rang. Maar ik moet er nog steeds antwoord op krijgen.”

Geef ons ruimte, fysiek en bestuurlijk, dan lossen we onze problemen zelf wel op, luidt de samenvatting van het betoog van de drie stadsbestuurders. “Vroeger of later moet je je kinderen durven loslaten”, zegt Nijpels. “De rijksoverheid moet de grotere steden durven loslaten. Die hoef je niet dag en nacht te controleren. Je geeft ze die bevoegdheden, je geeft ze de daarbij passende budgetten. Je voert een globale controle in voor als het echt verkeerd gaat, maar verder betekent decentralisatie dat je vertrouwen geeft aan wat er in de grote steden gebeurt. En we hebben aangetoond dat we dat kunnen doen. Er zijn géén evidente voorbeelden in dit land van grote steden die niet in staat waren hun bestuurlijke problemen te managen. Als je de grote steden in Nederland vergelijkt met die in het buitenland, dan is hier toch bij geen enkele grote stad sprake van wanbeleid. De grote steden hebben in de loop der tijden aangetoond dat ze hun eigen broek kunnen ophouden, dat ze hun eigen beleid kunnen maken. Geef ze dan ook dat vertrouwen.”

Brokx: “Mijn overtuiging is dat als je dat goed doet, dat dan ook de lokale democratie beter gaat werken. Als we de interesse van de mensen in de politiek willen terughalen - en dat zou mij een lief ding waard zijn - dan is die alleen maar terug te halen op het lokale niveau.”