Bouw staakt óók tegen oneerlijke concurrentie

Werknemers in de bouw willen de arbeidsmarkt graag gesloten houden voor invloeden van buitenaf, stelt NRC Handelsblad (1 april) in het hoofdartikel. De bonden zouden de gordijnen dicht doen om de toenemende internationalisering in de bouwsector aan het zicht te onttrekken en vervolgens op de oude voet verder te gaan. Dat klopt niet.

Een van de geschilpunten bij het huidige CAO-conflict, met de langste en omvangrijkste bouwstaking sinds vijftig jaar, betreft inderdaad de positie van buitenlandse werknemers die tijdelijk in Nederland in de bouw werkzaam zijn. Buitenlandse bouwvakkers werken hier voor aanzienlijk lagere lonen dan hun Nederlandse collega's. Bemiddelingsbureaus bieden ervaren Britse en Ierse vaklieden aan voor de aantrekkelijke prijs van 40 tot 43 gulden per uur. Aan deze werknemers hoeven geen toeslagen betaald te worden voor overuren of ploegendienst. Zij zijn zes of zeven dagen per week beschikbaar. Reiskosten worden niet in rekening gebracht en met ATV-dagen hebben de buitenlandse werknemers niets te maken. De loonkosten voor bouwvakkers die in dienst van een Nederlandse aannemer zijn, bedragen circa 60 gulden per uur. Daarnaast moeten toeslagen voor overwerk, reiskosten en andere vergoedingen worden betaald. Voor Nederlandse hoofdaannemers wordt het aantrekkelijk met buitenlandse onderaannemers in zee te gaan of gebruik te maken van de diensten van bemiddelingsbureaus.

De CAO-eisen van de bonden hebben betrekking op bouwvakkers die in dienst van een buitenlandse aannemer in Nederland werkzaamheden uitvoeren. De bonden stellen dat de bouw-CAO ook voor deze werknemers moet gelden. Wanneer deze voorstellen worden overgenomen zal de Nederlandse bouwmarkt echter niet gevrijwaard zijn van buitenlandse concurrentie. Door Europese regelgeving kunnen onderaannemers uit Engeland, Ierland of Portugal - ook wanneer ze de bouw-CAO moeten toepassen - goedkoper werken dan Nederlandse bouwbedrijven.

Reden is dat bij tijdelijke werkzaamheden in het buitenland sociale premies en belastingen in het land van herkomst afgedragen moeten worden. Daarbij kunnen aanzienlijke kostenverschillen optreden. Deze regelgeving is overigens wel aan voorwaarden gebonden, maar deze voorwaarden zijn in de bouwnijverheid, waar de werkzaamheden in de regel tijdelijk zijn, nauwelijks een belemmering. Het aantal detacheringen naar Nederland neemt dan ook snel toe, al zijn er verschillen per land van herkomst. Ook de omringende landen hebben te maken met een toenemend aantal buitenlandse detacheringen in de bouw. Naar België komen vooral Portugezen, Ieren en Engelsen. Naar Duitsland komen veel Oosteuropeanen en Britten. In Engeland zijn weer Hongaren en Polen werkzaam. In Spanje worden veel Portugezen op de bouwplaatsen aangetroffen. Vanuit Nederland worden bouwvakkers vooral naar Duitsland en België gedetacheerd.

Op veel bouwplaatsen gelden nu voor hetzelfde werk verschillende primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden voor Nederlanders en buitenlanders. Ongelijke arbeidsvoorwaarden bij gelijk werk druist in tegen algemeen aanvaarde en wettelijk vastgelegde beginselen.

In andere sectoren heeft internationalisering geleid tot verplaatsing van de produktie naar lage-lonenlanden. In de bouwsector leidt het tot verplaatsing van arbeidskrachten. Wanneer grensoverschrijdend werk om redenen van het loonkostenvoordeel plaatsvindt, is dit een probleem voor de sector als geheel. Ten eerste plaatst instroom van goedkope arbeidskrachten Nederlandse bedrijven en werknemers in een nadelige positie. Wie het op moet nemen tegen concurrenten die met goedkope buitenlandse arbeidskrachten werken heeft twee mogelijkheden. Ofwel zelf ook met buitenlandse onderaannemers in zee gaan, ofwel inleveren op kwaliteit. Beide mogelijkheden hebben het nadeel van de neerwaartse spiraal.

Een tweede argument betreft de arbeidsomstandigheden. De relatief hoge loonkosten in de bouw worden voor een deel veroorzaakt door de zware arbeidsomstandigheden. Zware en risicovolle arbeidsomstandigheden leiden immers tot een hoog ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid, hetgeen een hoge premiedruk tot gevolg heeft. Instroom van goedkope arbeid zal elke prikkel tot verbetering van de arbeidsomstandigheden wegnemen.

In andere Westeuropese landen wordt dit zowel door de sociale partners als door de overheden erkend. In België zijn de CAO's onverkort van toepassing op buitenlanders die gedetacheerd zijn. Het Franse parlement heeft, met instemming van sociale partners, een wet goedgekeurd die buitenlandse bedrijven verplicht wettelijke en bovenwettelijke arbeidsvoorwaarden toe te passen. In Denemarken is in de CAO vastgelegd dat buitenlandse aannemers lid moeten worden van de Deense werkgeversorganisatie hetgeen toepassing van Deense arbeidsvoorwaarden met zich brengt. In Duitsland, waar 100.000 bouwvakkers uit lage-lonenlanden zijn gedetacheerd, zijn zowel de sociale partners als de overheid vastbesloten een eind te maken aan de sociale dumping in de bouw.

Op Europees niveau zijn de sociale partners in de bouwsector het eens geworden over de wenselijkheid van een goede detacheringsrichtlijn. De arbeidsvoorwaarden van het werkland moeten onverkort worden toegepast op buitenlandse werknemers, zo luidt de gemeenschappelijke eis.

Gezien de ontwikkelingen in andere Europese landen bevindt de Nederlandse bouwsector zich op dubbele wijze in een nadelige positie. In Nederland zelf ondervinden bouwbedrijven concurrentie van buitenlandse onderaannemers die goedkoper werken. Nederlandse bedrijven die in het buitenland werkzaamheden uitvoeren moeten de daar geldende CAO's wel toepassen, terwijl ook de verplichtingen in Nederland doorlopen.

De Nederlandse bouw-CAO zal aangepast moeten worden aan de toenemende internationalisering van de bedrijfstak. De bonden staan daarbij niet voor een kortzichtige invulling van het nationaal belang of voor verdediging van de nationale werkgelegenheid tegen buitenlanders. Ook in landen waar de CAO's van toepassing zijn op buitenlandse werknemers neemt het aantal detacheringen vanuit het buitenland toe.

Tegen internationale concurrentie is geen bezwaar, maar juist om het vrije verkeer van werknemers goed vorm te geven, is aanpassing van de regelgeving noodzakelijk. Het gaat om een lange-termijnperspectief waarin de concurrentie zowel internationaal als binnen Nederland plaatsvindt op basis van kwaliteit en niet op basis van arbeidsvoorwaarden. Hoog tijd dus om de gordijnen te openen om de situatie op de Europese bouwplaatsen serieus te bezien.