ASTRID IN 'T VELD OVER Het accordeon

Tweede Internationale IJsbreker Accordeonweek, 15 t/m 21 april in De IJsbreker, Amsterdam. Inlichtingen: 020-6681805.

“Er was een tijd dat het accordeon synoniem was met danszalen, markten en rokerige cafés. Het was het volksinstrument bij uitstek. Dankzij de combinatie van een klavier en akkoordknoppen kon iemand al na een paar maanden een aardig deuntje spelen. Juist door dat volkse karakter keken sommigen op het instrument neer. Inmiddels heeft het accordeon een plaats veroverd in zo ongeveer alle denkbare muzieksoorten, van pop tot avant-garde, van volksmuziek tot jazz.”

De Internationale Accordeonweek die het Amsterdamse muziekcentrum De IJsbreker voor de tweede maal organiseert, vormt een afspiegeling van de rijke speelcultuur die zich rond het instrument heeft gevormd, vertelt accordeoniste Astrid in 't Veld. Zij is mede-organisator van de Accordeonweek en spreekt consequent over het accordeon. Concerten, masterclasses en lezingen geven een breed overzicht van de recente ontwikkelingen. Op de late avond is er telkens een kort concert door accordeonisten en bandeonisten die zich met andere dan eigentijdse muziek bezighouden. Onder hen is de Argentijnse bandeonist Dino Saluzzi die voor het eerst in Nederland optreedt. Tijdens de week gaan meer dan vijftien Nederlandse stukken in première.

“Het principe van de aangeblazen tongen waarop het accordeon is gebaseerd, dateert van 2000 voor Christus. In 1820 kwam de Weense instrumentbouwer Christian Buschmann op het idee om de al bestaande mondharmonika aan te blazen middels een balg. In het kielzog van de Europese imperialistische mogendheden verspreidde het instrument zich over de hele wereld. Net als in Duitsland, Frankrijk en Spanje ontstond in Nederland in de loop van deze eeuw een bloeiende verenigingscultuur rond het accordeon. De na-oorlogse populariteit van het instrument werd aangewakkerd door het succes van accordeonisten als Johnny Meijer en Harry Mooten, die ook klassieke componisten speelt. In de jaren zestig werd het accordeon in Nederland en daarbuiten een hoofdvak aan de conservatoria.”

In 't Veld laat recente opnames horen om te illustreren hoe veelzijdig de accordeonmuziek is geworden. “Je hebt de tango van Astor Piazzolla, die wordt gespeeld op de bandoneon. Er is Russische bajan-muziek met volksmuziek-achtige elementen en iemand als Goebaidoelina schrijft in een prachtige eigen taal voor dat instrument. In de Parijse café's ontstond in de vorige eeuw de Franse musette, je hebt de Zydeco en Cajun uit Louisiana en ook in sommige fusion-muziek uit Afrika kom je het accordeon weer tegen.

“Componisten van eigentijdse muziek kregen pas in de jaren zestig belangstelling voor het balginstrument. In Scandinavië begonnen mensen als Per N⊘rgß8ard, Arne Nordheim en Torbjörn Lundquist de klankschakeringen van het accordeon te verkennen. Daarna hebben Mauricio Kagel, Klaus Huber, Luciano Berio, Isang Yun, John Cage, Wolfgang Rihm en Sofia Goebaidoelina voor het instrument geschreven. In Nederland is Ton de Leeuw een van de eerste vooraanstaande componisten die voor het accordeon heeft gecomponeerd.

“Het moderne accordeon bergt een enorme rijkdom aan klanken in zich. Het beschikt over meerdere tongblokken, vergelijkbaar met de pijpfamilies in een orgel. Een verschil is, dat je met de balg de dynamiek direct kunt beïnvloeden. Verder kun je tremolo's maken, slagwerk-achtige geluiden door op de balg of de registerknoppen te trommelen, de lucht toonloos laten ontsnappen en zelfs microtonen spelen door de luchttoevoer te variëren.”