Amsterdam tijdens de jaren 1940-45

'Toen hier .... Hongerwinter en bevrijding in Amsterdam', Amsterdams Historisch Museum, Amsterdam. Open ma-vrij 10-17 uur, za en zo 11-17u.

AMSTERDAM, 10 APRIL. Op veel plaatsen in Amsterdam hangen affiches met teksten als 'toen hier de buren werden opgepakt' of 'toen hier mensen op straat stierven', 'toen hier Bekanntmachungen hingen' en 'toen hier Grüne Polizei was'. Je hebt de neiging het hoofd af te wenden, uit gêne om het weinig genuanceerde effectbejag. Ze maken wel nieuwsgierig naar de tentoonstelling in het Amsterdams Historisch Museum 'Toen hier ... Hongerwinter en bevrijding in Amsterdam'.

Eigenlijk zijn het twee tentoonstellingen, een binnen en een op de binnenplaats van het museum. Daar wordt, aan de hand van onder andere foto's een beeld geschetst van het openbare leven in Amsterdam gedurende de bezetting en de bevrijding. Om het zo echt mogelijk te laten lijken klinken ook Duitse marsliederen en horen bezoekers het gestamp van die destijds gehate laarzen. Ze horen het luchtalarm, vliegtuiglawaai, het geluid van afweergeschut - na tien minuten dacht ik: waarom is het hier niet stil, de beelden spreken toch voldoende voor zich? De dode man die in een bakfiets wordt weggereden. De gedeeltelijk afgebroken buurt. En de foto met daarop kinderen tijdens de hongerwinter. Het kijken daarnaar wordt verstoord door geluiden die inderdaad alles met de bezettingstijd te maken hadden, maar het is de vraag of de werkelijkheid minder recht wordt gedaan als ze niet zouden klinken.

In het gebouw staan de ervaringen van ongeveer dertig Amsterdammers centraal. In twee 'straten' kunnen de bezoekers bij de bewoners naar binnen kijken. Bij Willy Walden bijvoorbeeld die samen met Piet Muyselaar in het laatste oorlogsjaar in de Sleeswijk revue 'Denk aan mij' speelde in het onverwarmde City theater. In de vitrine staat onder andere een oude grammofoon, er hangt een foto van Willy Walden en uit twee kleine luidsprekertjes klinkt 'Als op het Leidseplein de lichtjes weer eens branden gaan.' Niet één keer, maar om de haverklap. Dat zou geen bezwaar zijn ware het niet dat even verderop filmopnamen te zien zijn waar de bezoeker misschien wel ongestoord naar zou willen kijken. Opnamen van een collaborateur die wordt afgetuigd, van mensen die terugkeren uit de concentratiekampen, van straten die in puin liggen. En de opname van de bevrijdingsdienst in de synagoge, bijgewoond door de weinige joden die aan het lot van de deportatie wisten te ontkomen. Net als op de binnenplaats wordt ook hier het kijken verstoord, nu door steeds dezelfde muziek.

De bezoeker kan ook 'binnen kijken' bij de tekenaar Fritz Behrendt. Hij werd in februari 1945 gearresteerd in het Sperrgebiet Marinewerf toen hij soldaten aanspoorde de Schnellboote, bestemd voor eventuele vlucht naar Duitsland, te saboteren. Hij werd overgebracht naar de gevangenis aan de Weteringschans waar hij tot eind april vast zat. Er hangen mooie tekeningen die hij over deze periode maakte.

In de er tegenover gelegen 'straat' is een vitrine gewijd aan de joodse vrouw Roosje Drukker die als klein meisje in 1942 te vondeling was gelegd in een portiek aan de Koninginneweg. Met het desbetreffende gezin was afgesproken dat ze daar kon onderduiken, maar het plan lukte niet. Ze werd overgebracht naar het Burgerweeshuis waar haar verzorgers haar een nieuwe naam gaven: Irma van Schinkel. In januari 1943 kregen de Duitsers er lucht van dat meer joodse families door hun kind te vondeling te leggen, het in veiligheid probeerden te brengen. Vanaf dat moment werden alle vondelingen door de Duitsers als joods beschouwd. Roosje Drukker overleefde oorlog, evenals haar ouders en haar oudere zusje. Bijna alle overige familieleden werden vermoord. In de vitrine hangt onder andere het krantebericht uit de Telegraaf waarin staat dat een 'schreiend meisje' in een portiek was aangetroffen.

Ook is een vitrine gewijd aan T. van Renterghem die na de capitulatie bij de Orde Dienst kwam en betrokken raakte bij hulp aan joden. In 1944 was hij erbij toen het Centraal Beeldarchief tot stand kwam, een groep fotografen die illegaal opnamen maakte van het leven in bezet Amsterdam en van verzetsacties. In de oorlogswinter was hij chef-staf bij de Binnenlandse Strijdkrachten. In de vitrine ligt een vuurwapen en er hangen foto's. Op één foto zit een breed lachende Van Renerghem in een leunstoel met een geweer op schoot. Eronder staat 'It is all over.'

Antonia Meijer was verpleegster in het Wilhelmina Gasthuis, dat in 1941 werd omgedoopt in Wester Gasthuis. In het laatste oorlogsjaar lagen er veel patiënten met maag- en darmklachten als gevolg van de slechte voeding. In haar vitrine bevinden zich onder meer een patiëntenboek en een verbandtrommel.

Afgezien van de 'muzikale omlijsting' is de tentoonstelling zeker de moeite waard maar wie hem wil zien doet er wel verstandig aan eerst het museum te bellen en te informeren of die dag niet toevallig ook een klas schoolkinderen de tentoonstellingsruimte doorkruist.