Acht vragen over orgaandonatie

DEN HAAG, 10 APRIL. “Beste minister Borst. Ik wil wel een donorcodicil voor orgaandonatie invullen, maar ik wil niet dat mijn organen naar een alcohol- of drugsverslaafde gaan.” Op het ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport kwamen de afgelopen weken reacties als deze binnen op het voornemen van minister Borst om een registratiesysteem voor orgaandonatie in het leven te roepen. Vrijdag ging de ministerraad akkoord met het voorstel van Borst. Alle Nederlanders van achttien jaar en ouder krijgen straks de vraag voorgelegd of ze na hun overlijden organen en/of weefsel willen afstaan, of dat ze een beslissing willen overlaten aan hun nabestaanden.

Ongeveer 2,5 miljoen mensen vanaf 18 jaar dragen op dit moment een donorcodicil bij zich. Uit onderzoek is gebleken dat ongeveer tachtig procent van de bevolking een uitgesproken voorstander van orgaantransplantatie is. Mede als gevolg van misverstanden en onwetendheid over orgaandonatie is het verschil tussen het aantal dragers van een donorcodicil en het aantal mensen dat de stap naar het invullen van een codicil niet neemt zo groot.

Enkele van de meest gestelde vragen over orgaandonatie zijn de volgende:

Is het mogelijk om op het donorcodicil te vermelden welke organen je wil afstaan en kun je op het codicil bepaalde personen uitsluiten van donatie?

Iedereen kan op het codicil vermelden welke organen men wel en welke men niet wil afstaan. De donor kan niemand uitsluiten van donatie. De toewijzing van organen en weefsels gebeurt anoniem en op basis van medische gegevens, zoals bloedgroep, weefseltypering, lengte, gewicht, klinische urgentie en wachttijd. Bij veel potentiële donoren bestaat de angst dat bijvoorbeeld een orgaan terechtkomt bij iemand die dat in zijn of haar ogen niet verdient. Daar is dus niets aan te doen.

Wat zijn de minimum- en maximumleeftijden waarop men donor kan zijn?

Men kan vanaf ongeveer nul jaar al donor zijn van bijvoorbeeld lever, hart en longen. Bij donatie van nieren moet de donor ten minste drie maanden oud zijn. Er is geen minimumleeftijd voor het dragen van een donorcodicil. Bij jongeren tot achttien jaar moeten de ouders of de voogd het codicil mede ondertekenen. Er is geen maximumleeftijd voor het donorschap. Een honderdjarige kan nog donor zijn van hoornvliezen en een tachtigjarige kan nog donor zijn van huid. Doorslaggevend voor het donorschap zijn de conditie van het lichaam, de plaats en het moment waarop iemand overlijdt. De leeftijdscriteria van de belangrijkste organen en weefsels zijn: nieren (3 maanden tot circa 75 jaar), lever, hart en longen (0 tot circa 55 jaar), alvleesklier (10 tot 55 jaar), hoornvliezen (2 tot 100 jaar), bot (7 tot 100 jaar) en huid (14 tot 80 jaar).

Moet je altijd in een ziekenhuis overlijden om donor te kunnen zijn?

Nee. Donatie van de vitale organen als hart, longen, lever, alvleesklier en nieren is alleen mogelijk wanneer iemand overlijdt op een intensive-careafdeling in een ziekenhuis als gevolg van een hersenbloeding, een hersentumor of een verkeersongeval. Donatie van huid, botweefsel, hoornvliezen en hartkleppen kan altijd, dus ook als iemand thuis overlijdt, in een bejaardenhuis, een verpleeghuis of in een ziekenhuis. Mits het lichaam gekoeld is, is het vaak nog mogelijk tot 24 uur na overlijden weefsels uit te nemen en voor transplantatie te gebruiken. Donorhuid kan ongekoeld tot twaalf uur na overlijden en gekoeld tot 20 uur na overlijden worden afgenomen. Huid en bot kunnen niet tegelijkertijd worden gedoneerd.

Wordt er goed gekeken of de donor echt dood is voordat begonnen wordt met het uitnemen van weefsels of organen?

Voordat de hersendood van een patiënt op een intensive-careafdeling van een ziekenhuis definitief wordt vastgesteld, doen twee onafhankelijke en niet bij de transplantatie betrokken artsen uitgebreid neurologisch onderzoek. Dat gebeurt volgens richtlijnen van de Gezondheidsraad. In de meeste gevallen gaat het om een neuroloog en/of een neurochirurg en de klinisch neurofysioloog dan wel de elektro-encefalografist. Om de hersendood te kunnen vaststellen worden er meestal twee EEG's (elektro-encefalogram - een beeld van de elektrische hersenactiviteit) gemaakt met een tussenliggende periode van zes uur. Soms wordt in plaats van een tweede EEG een angiogram gemaakt; dit is een aanvullend onderzoek van de hersenvaten waarbij moet worden aangetoond dat er geen sprake meer is van bloeddoorstroming in de hersenen. Volgens medici is verwarring met coma of schijndood uitgesloten, omdat de hersenen in deze gevallen nog functies uitoefenen. Er is dan elektrische activiteit in de hersenen en het angiogram toont nog bloeddoorstroming. Een hersendode donor krijgt overigens wel een volledige narcose toegediend om de spieren tijdens de uitname-operatie te laten verslappen.

Hoe gaat een donormelding in zijn werk?

Als duidelijk is dat de overledene bij leven een codicil heeft ingevuld of dat nabestaanden toestemming hebben gegeven voor het uitnemen van organen, kan de donatieprocedure in gang worden gezet. De transplantatiecoördinator of de behandelend arts meldt alle relevante informatie van de donor aan de centrale van Eurotransplant, een non-profitorganisatie in het Academisch Ziekenhuis Leiden die de internationale uitwisseling van donororganen in een gebied van 112 miljoen inwoners coördineert. Behalve Nederland gaat het om België, Luxemburg, Duitsland en Oostenrijk. Door de internationale uitwisseling is de kans groter dat er voor een donororgaan een passende ontvanger wordt gevonden. Als er binnen het Eurotransplantgebied geen geschikte ontvangers zijn, neemt Eurotransplant contact op met zusterorganisaties in bijvoorbeeld Frankrijk, Groot-Brittannië, Oosteuropese of Scandinavische landen. Het weefseltyperingslaboratorium dat zich het dichtst in de buurt bevindt van het ziekenhuis waar de donor is, bepaalt door bloedonderzoek de bloed- en weefselgroepen van de donor. Met die gegevens kan de selectie van ontvangers met behulp van de computer beginnen. Als de meest geschikte ontvanger bekend is, neemt Eurotransplant contact op met de behandelend arts van de betrokken patiënt en wordt de transplantatie gepland. Het hele proces, vanaf de orgaanuitname tot het moment van de transplantatie in de ontvanger, mag niet langer dan enkele uren (circa vier tot zes) duren.

Wat houdt donatie van de vitale organen in?

Bij donatie van vitale organen is het van belang dat, nadat is vastgesteld dat de donor is overleden, het hart door kunstmatige beademing nog enige tijd blijft kloppen. De donor is in dat geval hersendood; er is sprake van definitieve en onherstelbare uitval van de hersenfuncties, de hersenstam en het verlengde beenmerg. Dit betekent dat er geen tekenen meer zijn van een spontane ademhaling. De patiënt is afhankelijk van een beademingsmachine. Het lichaam is niet meer in staat zelfstandig de bloeddruk en de temperatuur op peil te houden. Er zijn geen reacties meer op diverse prikkels, zoals sterke pijnprikkels. Door kunstmatige beademing blijft het hart kloppen en wordt het bloed door het lichaam gepompt. De vitale organen worden zo voorzien van zuurstof waardoor deze met het oog op transplantatie in een goede conditie kunnen worden gehouden.

Wordt de naam van de ontvanger bekend gemaakt aan de nabestaanden van de donor en weet de ontvanger wie de donor is geweest?

De namen van de ontvangers van organen of weefsel worden niet prijsgegeven. Als de nabestaanden dat willen, wordt informatie gegeven over het geslacht, de leeftijd en het land waar de ontvanger woont. Ontvangers van organen krijgen niet de naam van de donor te horen.

Wat gebeurt er met de donor tussen het tijdstip van overlijden en de begrafenis of crematie?

De overledene is vanwege de orgaandonatie ongeveer een halve tot een hele dag in het ziekenhuis. Weefsels kunnen in een mortuarium worden uitgenomen. Als de donatieprocedure is afgerond, wordt de overledene naar de plaats gebracht waar hij of zij opgebaard moet worden. Uitgangspunt bij donatie is dat het lichaam altijd toonbaar moet blijven - ook bij huiddonatie - en kan worden opgebaard. Nabestaanden krijgen zowel voor als na de donatieprocedure tijd om afscheid te nemen van de overledene.