Vliegende Rambo met een groot incasseringsvermogen

De AH-64D Apache gevechtshelikopter van de Amerikaanse fabrikant McDonnell Douglas, waarvoor het kabinet gisteren heeft gekozen, is een beproefd type. Al in 1975 onderging de Apache zijn 'luchtdoop'. In datzelfde jaar won het toestel een door de Amerikaanse overheid uitgeschreven competitie tegen een gevechtshelikopter van naaste concurrent Bell. Het Amerikaanse leger bestelde in totaal meer dan 800 Apaches. Het laatste exemplaar van deze order werd afgelopen december in gebruik genomen.

De Apache was in de eerste plaats bedoeld om, eventueel 's nachts en bij slecht weer, grote aantallen Sovjet-tanks uit te schakelen, maar is ook geschikt voor andere taken. De Apache is hiertoe uitgerust met een geavanceerd doelzoek-, nachtzicht- en raketgeleidingssysteem, het zogeheten TADS/PNVS van elektronicaproducent Martin Marietta. De sensoren hiervoor zijn op de neus van de Apache bevestigd.

De hoofdbewapening van de Apache bestaat uit zestien laser-geleide Hellfire anti tankraketten en een beweegbaar 30 mm kanon. Daarnaast kunnen ongeleide projectielen en Stinger-luchtdoelraketten aan de korte vleugeltjes, de 'stubwings', worden opgehangen.

De Apache is niet alleen zeer zwaar bewapend, het toestel heeft ook een groot incasseringsvermogen. Zo zijn bijvoorbeeld de rotorbladen bestand tegen inslagen van 23 mm granaten, het standaard kaliber van Russische luchtafweerkanonnen.

Het ministerie van defensie en de Nederlandse militaire top hadden zich al in een vroeg stadium uitgesproken voor aanschaf van de Amerikaanse helikopter. Deze voorkeur werd vooral ingegeven door de positieve gevechtservaring van de Apache. De afgewezen Tigre van concurrent Eurocopter heeft zijn 'luchtdoop' nog niet gehad. De geringe ervaring maakte het toestel tot een militaire secundus inter pares.

In 1989 deed een dozijn Amerikaanse Apaches mee aan operaties tegen het Panamese leger. Israël voert met deze gevechtshelikopters regelmatig aanvallen uit op stellingen van de Hezbollah in Zuid-Libanon. Maar de beste indruk maakten de 288 AH-64A Apaches die de Verenigde Staten de Golfoorlog instuurden. Bij het begin van de vijandelijkheden vlogen Apaches 'onder de radar door' naar enkele ver achter de linies opgestelde Iraakse lange afstands-radarstations en schakelden die uit. Ook de moderne Iraakse T-72 tanks bleken niet tegen de Hellfires bestand. McDonnell Douglas adverteert in de militaire pers dan ook veelvuldig met deze wapenfeiten: combat proven.

De Golfstaten ontging het succes van deze helikopters niet; Saoedie-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten hebben er intussen enige tientallen besteld. Ook Griekenland kocht er 12 en Egypte zelfs 94.

De Nederlandse Apaches zijn van de geavanceerde D-versie. Deze versie is uitgerust met veel verfijndere computerapparatuur dan het A-model. Het D-type kan nog verder worden uitgebouwd tot de zogeheten Apache 'Longbow'. Bij de Longbow is boven op de rotor-as een paddestoelvormige radar aangebracht. Met deze radar zijn ook bij zeer slechte weersomstandigheden Hellfires naar hun doel te geleiden. De laser-geleide Hellfires bleken nog wel eens hinder te ondervinden van rook en regen. Aanschaf van de Longbow-radar vindt het kabinet nu nog te prijzig.