Column

's Hertogenbosch

Als rondreizend komiek doe ik wekelijks een andere stad aan en het wordt steeds moeilijker om die steden van elkaar te onderscheiden. Alle winkelstraten van Den Helder tot Geleen zijn precies hetzelfde. Bart Smit, C&A, Intertoys, Kruidvat, Etos, Blokker, Free Record Shop en vult u verder zelf maar in. Heel soms zie je een laatste authentieke groenteman zich wanhopig handhaven, maar ook hij wankelt al een aantal jaren. Het aanbod van de onroerend-goedmagnaat wordt steeds aantrekkelijker. Hij doet nog een poging om te blijven drijven door Groenterette te worden en Zuid-Siamese gemberbonen (eerste pluk!) op ginseng-olie te gaan verkopen, maar ook hij wordt op een goede dag getroffen door de guillotine van het grote geld en valt. En valt hij niet. Dan valt zijn zoon. We noemen dat gewoon zwichten en niets is menselijker dan dat. Zwichten voor het grote geld. Binnen een week hangt er een bord op de pui met de tekst: Hier komt HIJ. En HIJ gaat nooit meer weg.

Hengelo wordt Almelo wordt Enschedé wordt Arnhem wordt Nijmegen wordt enzovoort. Allemaal dezelfde bloembakken, allemaal dezelfde wanstaltige muzak uit de speakertjes en allemaal dezelfde mensen, die op zoek zijn naar dezelfde dingen en op weg naar huis nog even wat viooltjes en afrikaantjes scoren bij de Intratuin. Ik word er al jaren zo droevig van en ik blijf rammen op het beeld van de vergrauwing en vergrijzing van de geest. Maar ook ik weet: de hamer sneuvelt eerder dan het aambeeld.

Afgelopen januari was ik in Den Bosch en overkwam mij iets heel leuks. Midden in een van de winkelstraten was een raar heuveltje en daar waren een stuk of wat jongetjes aan het spelen met hun skateboard. Ik heb daar een tijdje geamuseerd staan kijken en was vooral onder de indruk van het feit dat die kereltjes alles met die dingen kunnen. Rare sprongen, vreemde bochten en de meest geestige capriolen. Ook moest ik lachen om de outfit van de heren. Ik zag het uniform van gescheurde jeans, omgekeerde baseballpet, gel in het haar en de blik op erg nonchalant. Zal wel uit een videoclip, blad of film komen, dacht ik en voelde me een gezonde ouwe lul. Ik was niet de enige die keek. Het was een uiterst gezellig oploopje met heel veel volk. Denk aan een straattheater-act in de zomer. De jongens wisten heel duidelijk dat er naar ze gekeken werd en maakten er iets meer show van. En als dat dan weer mis ging raakte ik extra ontroerd.

Een zacht juichen woedde in mijn binnenste toen ik de plaatselijke boekhandel binnenstapte en van pure blijdschap probeerde ik het aan te leggen met de aardige verkoopster. Ik deed dat niet zo handig want ik kocht boeken voor mijn kinderen. Maar ik was blij! Ik had eindelijk, na jaren winkelworst, een hoekje originaliteit ontdekt. Ik zag ook wel dat het skateboardbaantje niet door de gemeente was aangelegd. Het was toevallig ontstaan. De stenen waren ideaal, de helling precies op maat en het kleine pleintje was gezellig. Een flard Parijs kwam in mijn neus, een vleugje wereld, een toefje grote stad. Heerlijk.

Gelukkig zag ik donderdag een prachtige foto in deze krant van twee protesterende mannetjes. Het waren Bossche skateboarders. De gemeente had ze het baantje afgepakt en een skate- en skeelerverbod in het winkelgebied afgekondigd. Op een journaal zag ik nog een paar trutten verklaren dat de overlast niet te harden was en de burgemeester vertelde dat de jeugd een skatebaan zou krijgen op een plek waar het wel kon. Dat wordt natuurlijk op een tochtig parkeerterreintje achter De Vliert, vlakbij de gedoogzone van de heroïnehoertjes, drie kwartier fietsen vanaf het centrum.

Ik was even bang dat ik mijn vooroordeel over de middenstand of over plaatselijke burgemeesters zou moeten wijzigen, maar gelukkig niet. Het zijn nog steeds dezelfde kleingeestige, katholieke bourgeois-mannetjes. Te schijterig om iets te zeggen over kankerlozende fabrieken, te bang om huisjemelkende CDA-ers te grijpen en wat doen ze? Ze sluiten een illegaal speelplekje van een paar honderd kinderen in een winkelstraat. Goed zo!