Robuust

Een woord komt in de mode. Jaren en jaren heeft het in het verborgene bestaan en plotseling wordt het links en rechts gebruikt. Hoe komt het? Wordt er iets mee benoemd dat kortgeleden niet bestond, en heeft het dus eigenlijk een nieuwe betekenis gekregen? Is er iemand geweest die heeft gedacht: dit woord is wel niet helemaal van toepassing maar laat ik het eens proberen? Of wat ook mogelijk is: heeft hij de oorspronkelijke betekenis niet begrepen en per ongeluk het nieuwe met het oude woord benoemd en daarmee de wedergeboorte veroorzaakt?

Een Engelsman wiens naam ik niet bij de hand heb, heeft een boekje gemaakt van weinig bekende plaatsnamen die hij van toepassing vond op nog niet benoemde dingen. Zo is er het deel van je jas dat, als je op een bank gaat zitten, slordig naast je blijft liggen. Gaat iemand anders op dat stuk jas zitten dan is dat de muffat van je jas geworden. Er is een bijzonder soort glimlach, de lippen blijven opelkaar, de wangen worden met de mondhoeken wat extra omhoog geduwd, zonder dat de ogen meedoen. Hij noemde het ewhelm, de glimlach waarmee stewardessen de passagiers begroeten als die het vliegtuig binnenkomen.

Hij had een lange reeks tot een boekje verzameld. Jaren geleden gelezen. Deze zijn blijven hangen. Als ik met een jas aan op een bank ga zitten denk ik nog altijd aan mijn muffat. Destijds hebben we het plan gehad, de proef met Nederlandse plaatsnamen te nemen, maar werkelijk onbekende, waar niemand behalve de plaatselijke bevolking ooit van heeft gehoord, zijn er niet en als zo'n naam nationaal bekend is gaat het geforceerd klinken. Ik noem een niet zo bekende: boertange. Het lukt niet. En wat zou je trouwens moeten benoemen? Het tot dusver naamloze dat een woord verdient is ook niet zo vlug gevonden. Het moet iets zijn, zo gewoon dat je je verwondert waarom er nog geen woord voor bestaat.

Het kan ook anders: er bestaat wel een woord voor dit ding, het verschijnsel, maar het heeft een gebrek: het benoemt wel objectief maar dat is te weinig. Je persoonlijke verhouding tot het gegevene is er niet in opgenomen. Daarom hebben de eerste piloten hun vliegtuig kist genoemd. Nog altijd, geloof ik, heeft niemand anders dan een piloot het recht een vliegtuig zo te noemen. Het is meer dan vaktaal; er wordt genegenheid, of intimiteit mee uitgedrukt. Het houdt het midden tussen jargon en koostaal. Jargon is aan een beperkt aantal rechthebbenden voorbehouden; de koostaal heeft er maar één.

Misschien kom ik langs deze omweg terug tot waar ik ben begonnen: bij het nieuwe woord, of het oude met een nieuwe betekenis. Een paar jaar geleden hoorde ik het voor het eerst: prestigieus. Ik begreep niet meteen wat het betekende. Het ging over een prestigieus hotel in Parijs, het George V. Ja, hoe moest je het anders noemen? Deftig is niets meer, vandaag; voor poenig is dat hotel te oud. Voor de happy few? Wie zijn dat? En wint iemand die daar gaat logeren aan prestige? Het bleef een raadsel.

Ik hoorde meer mensen meer dingen prestigieus noemen, het ging meer en meer op een ondefinieerbare vorm van oplichterij lijken. Als je geen naam voor iets weet en goed voor de dag wilt komen, verbind je er een jaartal en het toevoegsel euro aan of trekt wat lettergrepen van een paar moderne woorden samen. Als je dan geen rampzalige fouten maakt word je vanzelf prestigieus. Het woord won met de dag meer terrein en intussen is het voor heel veel mensen gewoon geworden. Toch - dat is het raadsel - heeft iemand het verzonnen, en daarna is er iemand geweest die heeft gedacht: dat ga ik ook eens proberen. Vervolgens zijn de kwadraten van de kwadraten gekomen en zo is het ingeburgerd.

Nog zo'n woord: robuust. Toen ik het meer dan een halve eeuw geleden voor het eerst hoorde, dacht ik aan de kermis. Iemand had het over een 'robuuste kerel'. Ik stelde me een Hercules voor die in een blauw-wit horizontaal gestreept hansop op een podium aan het gewichtheffen was. Grote mensen weten niet op welke merkwaardige manieren ze de verbeeldingskracht van kinderen in werking stellen. Robuust was toen geen woord dat veel werd gebruikt in mijn omgeving. De hele oorlog en ook de hele Koude Oorlog bleef het sluimeren in mijn geheugen. Ik hoorde het niet, ik gebruikte het niet, en nu voor het eerst heb ik het opgeschreven.

Het woord gaat een nieuw leven tegemoet. Vorig jaar had de NAVO zich voorgenomen, in Bosnië een robuuste aanval uit te voeren. Opeens was er sprake van een robuust economisch herstel. In het voorbijgaan hoorde ik een studentachtige jongen tegen zijn makker zeggen dat hij van plan was een robuust feest te geven. Opeens, na misschien wel zestig jaar, moest ik mijn verbeeldingskracht in andere richtingen sturen. Je kunt wel een vaag vermoeden hebben van wat er op een robuust feest kan of moet gebeuren maar het duurt even voor het, als het ware, natuurlijk verband tussen robuust en feest in je is gelegd.

De wedergeboorte zal in dit geval een angelsaksische oorzaak hebben. Robust, het Engelse woord, betekent behalve fors ook: met inspanning, niet gering, niet kinderachtig, onstuimig, gepaard gaand met kabaal. Zolang ik het woord ken heb ik er die betekenissen niet in gezocht, noch in horen leggen. Zijn we getuige van een wedergeboorte, op die manier dat een oud samenstel van klanken een nieuwe inhoud krijgt? Graag zou ik de verklaring horen van iemand die het woord natuurlijk wel kent, het zelden of nooit heeft uitgesproken en nu plotseling er zich op heeft betrapt dat hij het heeft gebruikt. Waarom? De overwegingen van het tweede schaap dat over de dam gaat zijn het interessantst.