Robot als vriend

KEVIN KELLY: Out Of Control. The New Biology Of Machines

521 blz., Fourth Estate 1994, ƒ 57,80

Een mens is een kuddedier, schrijft Kevin Kelly in Out Of Control. Mensen sluiten zich aaneen om samen meer te kunnen bereiken. In de natuur zie je niets anders. In het dierenrijk vormen groepsgenoten kudden of scholen zodat vijanden gezamenlijk kunnen worden afgeweerd, mieren vormen kolonies waarin ieder individu een specifieke taak heeft. Dieren doen dat alleen niet bewust. Ze handelen volgens instructies die genetisch zijn vastgelegd. De robotbouwer Rodney Brooks spreekt in dit verband over 'intelligentie zonder rede'. Ook zijn eigen insectoïde robots verrichten handelingen op basis van primitieve reflexen. Er is geen centraal programma dat ledematen en zintuigen stuurt - sensoren geven die informatie aan concurrerende besturingseenheden door. Toch gedragen de robots zich als echte insekten: ze slaan op de vlucht voor gevaar en vallen prooien aan.

De robots van Brooks zijn - curieuze - voorbeelden van technologieën die ontleend zijn aan principes uit de natuur. In Kelly's Out Of Control worden hiervan diverse voorbeelden genoemd: van Kunstmatig Leven (computerprogramma's die de evolutie imiteren) tot het Biosphere 2-project in Arizona, een reusachtige koepel waarin aardse ecosystemen als een woestijn, tropische oceaan, een regenwoud en een savanne worden nagebootst. “De mens is nu zover dat hij machines en systemen kan bouwen die de complexiteit van de natuur evenaren,” aldus Kelly, die het leven als een ultieme technologie beschouwt. De auteur illustreert dat onder meer aan de hand van de nog immer controversiële Gaia-hypothese, waarin de Aarde een superorganisme is met het leven als regulerende factor, en de scheppende kracht van de evolutie, die gedurende miljoenen jaren het leven gestadig omhoog en vooruit heeft gestuwd.

De principes die hieraan ten grondslag liggen vat Kelly samen in de Negen Nieuwe Wetten Van God: zorg voor diversificatie, denk gedecentraliseerd, begin klein, groei door te delen, zorg voor kleine revoluties, cultiveer succes, eer uw fouten, probeer niet alles in evenwicht te houden en streef niet slechts één doel na.

Op het eerste gezicht lijkt het zoeken van verbanden tussen technologie en biologie nogal ver gezocht, maar wie Out Of Control heeft gelezen denkt daar anders over. Vele van de door Kelly genoemde grondregels van de natuur worden al toegepast: in genetische algoritmen (computerprogramma's die zich gedragen als rusteloos muterende genen), in Internet, het netwerk dat net als het echte leven functioneert zonder bindende afspraken of een verantwoordelijke instantie, en zelfs in het bedrijfsleven dat, om snel op veranderde marktomstandigheden te kunnen reageren, steeds platter wordt en zich in steeds kleinere eenheden splitst. Kelly voorziet een 'netwerk-economie', waarin bedrijven elkaar diensten leveren en alle produkten worden geassembleerd. Autonome ondernemingen worden zeldzaam.

Het zijn dit soort voorbeelden die Out Of Control tot een fascinerend boek maken. Kelly verstaat de kunst ingewikkelde zaken duidelijk samen te vatten in een verbluffende collage van soms zeer uitdagende inzichten. Over vrijwel alle onderwerpen die hij aansnijdt zijn al eens boeken geschreven, maar hij weet ze in een verrassend perspectief te plaatsen. Als er iets ten nadele van het boek kan worden gezegd, is het misschien Kelly's blinde bewondering voor alles wat de moderne technologie vermag, maar dat zal voor lezers van het tijdschrift Wired, waarvan Kelly eindredacteur is, niet als een verrassing komen.

Het idee voor het boek ontstond ruim vijf jaar geleden toen Kelly, op dat moment redacteur van het Amerikaanse kwartaalblad Whole Earth Review, een congres over Kunstmatig Leven in Los Alamos, New Mexico bijwoonde. Kunstmatig Leven is een nieuwe wetenschappelijke discipline waarbij computermodellen worden gebruikt om de evolutie of levensgemeenschappen te bestuderen. Computerorganismen vermenigvuldigen zich door deling, sluiten zich aan in groepen en ontnemen elkaar de heerschappij, net zoals dat in het echte leven gebeurt. Vaak kan de uitkomst van die evolutionaire strijd niet eens voorspeld worden. Wetenschappers vragen zich dan ook af of zij een nieuw soort leven hebben gecreëerd. Niet de werkelijkheid, maar simulaties van de werkelijkheid worden nu bestudeerd. In New Mexico werden dan ook vragen gesteld als: 'Wat is leven nu precies?' en 'wat maakt ons tot betere goden?'

Kleine monsters

De titel van Kelly's boek geeft daarop eigenlijk al antwoord. De natuur kent noch politie, noch bureaus voor maatschappelijk hulpbetoon. Als een dier zich niet voldoende voedsel kan verschaffen of de achtervolging van zijn vijanden niet kan ontgaan, zal het niet kunnen gedijen en daardoor te gronde gaan. De natuurlijke selectie is gericht op aanpassing en niet per definitie voorgeprogrammeerd in enkel gunstige richtingen. De evolutie is volgens Kelly technologisch beter dan de mens zelf kan verzinnen of maken. Naar zijn mening moet de mens de natuur èn de technologie op hun beloop laten. De technologie wordt straks zo ingewikkeld dat het bouwen van n=g betere robots aan robots zelf zal moeten worden overgelaten. De relatie met robots zal worden als die tussen ouders en hun kinderen of kleinkinderen. Kinderen kunnen zich als kleine monsters gedragen, maar dat weerhoudt de mensheid er niet van ze op de wereld te zetten. Kelly: “We proberen ze zo goed mogelijk op te voeden, maar uiteindelijk moeten ze op eigen benen staan.”

Kelly zegt een blind vertrouwen te hebben in het zelfregelende vermogen van de technologie. Out Of Control is dan ook zo ongeveer de absolute tegenpool van het boek Technopoly, waarin de essayist Neil Postman juist waarschuwt voor de ongecontroleerde groei van de technologie omdat zij “bronnen verwoest die van levensbelang zijn voor de mensheid”. Postman neemt in zijn boek dan ook stelling tegen “de ondermijning van de menselijke waarden door de slaven van de technologische heerschappij” en geeft aan hoe een democratie haar technische verworvenheden kan gebruiken om persoonlijke vrijheid te garanderen. Maar volgens Kelly is technologie geheel waardevrij, zij kan zowel vriend als vijand zijn. Dat geldt ook voor de natuur. “Dat is een technologie die we niet volledig begrijpen, maar waarin we toch gedijen. Natuurlijk, er zijn nog altijd ziekten en plagen die we niet de baas zijn, maar moeten we de natuur dan maar afschaffen? De natuur wordt alleen overwonnen door haar te gehoorzamen.”