Raad van ministers

Bekenden uit het bedrijfsleven houden mij dikwijls voor dat een Raad van Bestuur van een onderneming zoveel effectiever werkt dan de Ministerraad van de BV Nederland. Dat is waar, maar de vergelijking gaat in veel opzichten mank. Dat wordt duidelijk als we de 'stakeholders' (belanghebbenden) van een onderneming vergelijken met die van een land.

Beginnen we met de medewerkers. In het bedrijfsleven zijn hiërarchieën bijzonder onpopulair en tracht men stafmensen zo veel mogelijk buiten de deur te krijgen ('core business'). Wat minder hiërarchie zou voor de overheid geen kwaad kunnen, maar zo lang een minister voor zijn gehele departement verantwoordelijk wordt gehouden, kan men een ministerie niet geheel in 'business units' opsplitsen. Minder staf op de departementen is denkbaar, maar dat wordt toch belemmerd doordat de overheid op praktisch alles kan worden aangesproken. Een bloemlezing van Kamervragen toont dat aan. Het gevolg is dat een groot reserveleger van deskundigen moet worden aangehouden, soms op een aantal departementen tegelijk.

Nog moeilijker wordt de vergelijking van de ondernemingsraad met het parlement. Ik heb haar wel eens gemaakt, maar ik ben toen terecht door vertegenwoordigers van beide partijen driftig tegen gesproken.

En kun je de burgers met de klanten en toeleveranciers van een onderneming vergelijken? Een klant eist een redelijke prijs en hoge kwaliteit. Dat wensen de burgers ook, maar ze hebben praktisch geen mogelijkheid om maatstaven daarvoor aan te leggen, of om zich zelfs adequaat te uiten. Het gevolg is dat de politiek alles als kwaliteit kan aanprijzen.

Merkwaardig is het dat daarbij de nadruk zo zeer valt op toekomstplannen, iets waar klanten van een onderneming niet veel boodschap aan hebben. Bij de overheid gaat het om geraamde begrotingen, bij het bedrijfsleven om gerealiseerde jaarcijfers. De overheid kondigt veel aan en legt dus nadruk op annonciatie-effecten; in het bedrijfsleven werkt dat nauwelijks.

Bovendien gaat alles bij de overheid gepaard met een geweldige achtergrondruis waarvoor pers en televisie zorgen. Dat maakt het zicht op wat de burgers (klanten) werkelijk wensen uiterst troebel. Ten slotte zijn de effecten van veel overheidswerk pas op lange termijn zichtbaar. Daarentegen is het politieke leven betrekkelijk kort. Vaak is de betrokken minister al weer weg, zodat de aansprakelijkheid voor het gebodene ook slecht te regelen is.

Nu de raden zelf. Natuurlijk is een land veel gecompliceerder dan welke gigantische onderneming dan ook. Een Raad van Bestuur heeft dan ook een veel beter overzicht en greep op de materie dan een Ministerraad. Wat wordt beslist, wordt in een onderneming doorgaans uitgevoerd en valt in te becijferen resultaten te meten. Voor een Ministerraad is dat veel minder het geval, omdat de reactie van de maatschappij onzeker is en de controles op de uitvoering van besluiten gebrekkig zijn.

Bovendien staat continuïteit bij een onderneming voorop. Een land kan niet failliet gaan. Dat maakt van de ministers geen losbollen, maar het worden soms mensen die onder de druk van hun werk, van de publieke opinie en soms van hun partij van het een naar het andere moeten hollen. Elk werkelijk of schijnbaar conflict met collega's of wie dan ook wordt breed uitgemeten, territoriumgeschillen worden opgeblazen, kortom het is in feite een wonder als een kabinet met een zekere cohesie kan regeren.

Het is dan ook begrijpelijk dat 75 procent van de ondernemers beslist nooit minister wil worden. Het salaris is maar een schijnargument, het hinderlijk volgen door de publiciteit is dat al wat meer, maar de hierboven gegeven opsomming is voor de meesten doorslaggevend. Weliswaar weten de ondernemers niet precies waar de schoen wringt, maar de politiek is voor hen een te onbegrijpelijk en te woelig dier. Met hun beroemde 'Fingerspitzengefühl' voelen ze dat aan.

Waarom roeit een enkeling dan toch wel eens tegen de stroom op?

Onwetendheid, ambitie of een gevoel voor het algemeen belang? Civic spirit zouden de Amerikanen bij het laatste zeggen. De lezer mag het zelf uitmaken. Zijn krant helpt hem van dag tot dag bij zijn oordeel. Maar het land moet geregeerd worden.