Milieugroepen ontevreden over 'Berlijn'

BERLIJN, 8 APRIL. “Na Berlijn de zondvloed”, sprak een lid van de milieu-organisatie Greenpeace gisteren op gedragen toon na afloop van de internationale klimaatconferentie. De milieugroepen zijn zeer ontevreden met het 'Mandaat van Berlijn', zoals de slotverklaring van de conferentie vrijwel meteen bekend stond. De milieu-organisaties hadden veel liever gezien dat de industrielanden verplicht waren aan hoge percentages CO-reducties, te behalen binnen een vaststaande, korte tijd. Er lag zo'n voorstel op tafel van kleine eilanden in de Stille Oceaan, die soms slechts enkele meter boven de zeespiegel uitsteken en zeer bevreesd zijn langzaam maar zeker door de zee te worden overspoeld.

Dat voorstel wordt weliswaar nog expliciet genoemd in de verklaring van Berlijn, maar niemand rekent erop dat het nog serieus besproken zal worden. De slotverklaring rept in vage bewoordingen van “gekwantificeerde beperkingen en reductie-doelstellingen” die in “beleid moeten worden opgenomen”, gekoppeld aan een datum waarbinnen ze bewerkstelligd moeten zijn. Dat kan 2005 zijn, 2010 of ook 2015, aldus de verklaring. Mistige taal die te weinig oplevert, zeggen de milieu-organisaties.

Een vooraanstaande diplomaat bij de Verenigde Naties heeft een andere visie. “Als wat nu is bereikt, wordt afgezet tegen de leegte die twee weken geleden de klimaatconferentie nog bedreigde, is er een hele grote stap vooruit gezet.” Twee weken geleden wilde een aantal landen niet eens praten over het jaar 2000. China bijvoorbeeld, dat snel industrialiseert en daarbij ook steeds meer CO produceert, vond de verplichting die in 1992 in Rio de Janeiro was aangegaan om de CO-emissies te stabiliseren op het niveau van 1990, meer dan genoeg. De Verenigde Staten zaten op dezelfde koers, terwijl de voormalige Oostblok-landen met hun zwaar vervuilende bruinkoolcentrales zich angstvallig stilhielden. “Er stonden hier in Berlijn helemaal geen onderhandelingen op stapel”, zegt een lid van de Amerikaanse delegatie. “Er moest hier een mandaat worden geformuleerd voor onderhandelingen die in 1997 tot een resultaat moeten leiden. Je kon niet verwachten dat hier dus duidelijke afspraken gemaakt zouden worden over reducties, hoe wenselijk die afspraken misschien ook zijn. Aan de andere kant is het ook weer zo dat hoe scherper het mandaat is geformuleerd, des hoger de kans op succes.”

Een kritische beschouwing van het stuk leert dat men er nog alle kanten mee op kan. Zo wordt in de verklaring niet expliciet gesproken van kooldioxide, het belangrijkste broeikasgas. Dat laat een partij de ruimte te kiezen eerst aan ander broeikasgas terug te dringen, zoals methaan. Met de terugdringing van dit gas zijn de Verenigde Staten al bijzonder succesvol. Ook ontbeert de verklaring een zogenoemd 'base-level', een niveau waaraan alle reducties worden gerelateerd. In Rio gold het jaar 1990 als referentiepunt, dat lijkt nu losgelaten.

Specifiek daarentegen is de verklaring over de ontwikkelingslanden. Ze worden niet gebonden aan nieuwe verplichtingen en in de verklaring staat heel expliciet dat hun de ruimte moet worden gegeven zich sociaal en economisch te ontwikkelen, ook als dat meer CO-emissie zou betekenen. Ontwikkelingslanden worden in de verklaring eraan herinnerd dat ze in Rio een aantal verplichtingen zijn aangegaan (het rapporteren van de mogelijkheden om maatregelen te nemen tegen het broeikaseffect), en dat de groei die ze realiseren milieuvriendelijk moet zijn.

Dit jaar nog gaat een ad hoc-werkgroep op basis van deze verklaring met de echte onderhandelingen beginnen. In Japan zou dat over twee jaar tot resultaten moeten leiden. “Ik voorspel je”, zegt een diplomaat, “dat je over twee jaar exact zo'n zelfde circus ziet als we de afgelopen weken in Berlijn hebben gehad: dagenlang hoogspanning die op de laatste dag tot weer een stapje verder leidt. Maar niemand heeft ooit gedacht dat de aanpak van het broeikaseffect een makkelijk proces zou zijn.”