Met de Apache

HET KABINET HEEFT de keuze bepaald, het wordt de Apache. Voor zover dat valt te overzien in de complexe vergelijking van twee helikopters, lijkt het een verdedigbare keuze. De koers van de dollar is de laatste maanden behoorlijk gedaald en het koersvoordeel van 180 miljoen gulden gebruikt het kabinet om een paar binnenlandse begrotingshobbels weg te werken. Dat dus ook de Amerikaanse compensatie-orders wat lager uitvallen, is geen probleem. Men bestelt geen gevechtshelikopters omwille van de compensatie-orders.

In de afgelopen maanden hebben de leveranciers van de Apache en de Tigre danig gewapperd met compensatieorders en in die periode zijn een paar dingen duidelijk geworden. Zo kwam Frankrijk met interessante perspectieven voor een Nederlandse rol in de ontwikkeling van toekomstige radarsystemen. Op wat langere termijn had ook Fokker daaraan een belangrijke bijdrage kunnen leveren, maar op korte termijn heeft Fokker meer baat bij de Amerikaanse compensatie.

Ogenschijnlijk ging het bij de Franse tegenorders om een structurele functie voor Nederlandse industrieën, maar zodra het op waterdichte toezeggingen aankwam, boden Frankrijk en Duitsland niet veel meer dan de vertrouwde compensatieprojecten. Het is begrijpelijk dat het kabinet ten slotte de helikopter aanschaft die én goedkoper is én ook door de toekomstige gebruikers van de luchtmobiele brigade wordt gewenst.

JAMMER IS HET in zekere zin wel, en uit deze episode valt ook het een en ander te leren. Nederland is zoekende. Allerlei oude en nieuwe sentimenten liepen door de keuze tussen Apache en Tigre heen: Atlantisch versus Europees, militaire versus economische prioriteit. Wat het politiek-militaire terrein betreft heeft Nederland nog geen koers bepaald. Nederland is bijvoorbeeld, anders dan België, niet toegetreden tot het Frans-Duitse Eurocorps. Was dat wel gebeurd, dan had de discussie over materieel en taakverdeling ook een andere militaire context gekregen. De ene helikopter leent zich immers meer voor bijvoorbeeld het beschermen van konvooien dan de andere.

Voor de defensie-industrie in Europa geldt hetzelfde. Nederland is geen partner in een structurele taakverdeling. Zolang bijvoorbeeld nog niet is afgesproken dat het radarspeerpunt van Europa in Nederland komt te liggen, is er ook geen nieuwe generatie 'Delftenaren' die zich specialiseert in de ontwikkeling van radar.

De toezeggingen van Parijs voor Hollandse Signaalapparaten - overigens niet langer een Nederlands, maar een Frans bedrijf - waren in verband met de Tigre niet consequent genoeg. Dat kon trouwens ook niet, want dit type structurele taakverdeling valt niet in een paar maanden te regelen.

DE LES UIT deze episode is derhalve dat Nederland bij zichzelf te rade gaat. Valt er in Europees verband een concept te ontwikkelen waarin voor Nederland een rol met toegevoegde waarde is weggelegd en zo ja, wat zijn dan de voorwaarden? Of is dat te hoog gegrepen? En welke samenwerkingsverbanden voor het Nederlandse leger zijn wenselijk en mogelijk? Een buitenlands en defensiebeleid dat de neus ophaalt voor het Eurocorps, staat nu eenmaal haaks op een economisch buitenlands beleid dat Europese samenwerking toejuicht. Hoewel het leven niet bestaat uit ideaaltypen, zullen zulke tegenstrijdigheden toch enigszins moeten worden geordend.

De ministeries van defensie, economische zaken en buitenlandse zaken hebben de afgelopen maanden laten zien waar langs elkaar heen werken toe leidt. Als elk departement nu het dossier sluit zonder de volgende stap te zetten, blijft het Nederlandse beleid als geheel zonder focus. In zoverre valt er van de 'time out' in het besluitvormingsproces over de Apache of Tigre het nodige te leren.