Leven en werk van Brancusi als theaterstuk

Voorstelling: Gevilde welving, door Griftheater. Mimografie/ regie: Frits Vogels; muziek: Paul Stouthamer; kostuums, objecten: Hanninka Luitwieler, Floris Brasser. Gezien: 6/4 Gebouw Plancius, Plantage Kerklaan 61, Amsterdam. Aldaar: try-outs t/m 16 april, twee maal per avond: 19.30 en 21.30 u.

De voormalige garage van de verkeerspolitie Amsterdam, waar weggesleepte auto's werden gestald, fungeert nu als het langgerekte speelveld van het Griftheater. Deze mime- en bewegingstheatergroep laat zich de laatste drie jaar inspireren door beeldende kunstenaars: nagebouwde objecten van Man Ray, Duchamp en Max Ernst werden opgevoerd en door de spelers onderzocht. De staf van het Philadelphia Museum of Art was zo onder de indruk van de op Man Ray geënte voorstelling Sa Griffe, dat de opdracht kwam om een produktie te maken over leven en werk van de beeldhouwer Constantin Brancusi - goed vertegenwoordigd in dit Amerikaanse museum. De try-outs ervan zijn nu in Amsterdam te zien, de première is op 17 april in Parijs en in het najaar zal Gevilde welving in Philadelphia te zien zijn.

Het 45 meter lange speelveld, met aan de korte kanten twee plukjes publiek, is door twee gazen sluiers verkleind. Daartussen zien we de in Parijs wonende, Roemeense beeldhouwer Brancusi (1876-1957) aan het werk. Anders dan het surreële, met dagelijkse voorwerpen doorspekte werk van Man Ray en Ernst, is Brancusi's zoektocht naar de meest zuivere vorm niet makkelijk te verbeelden.

We zien hem polijsten aan een vrouwenkopje in gips dat waarschijnlijk de in zichzelf gekeerde Slapende muze verbeeldt, achter het visioen van een plagende muze aanrennen en een dansend gevecht met haar voeren. Op het gaas worden soms filmfragmenten geprojecteerd die een spel van verdubbeling, herhaling en spiegeling met de eigenlijke bewegingen op de vloer aangaan, in de geest van Brancusi, die steeds dezelfde thema's hernam, bijwerkte, schuurde en polijstte. Nu en dan stolt het toneelbeeld tot een herkenbare sculptuur, bijvoorbeeld Mademoiselle Pogany, het marmeren gezicht met de peinzend erlangs gevouwen handen.

Meestal cirkelt Griftheater in wijdere kringen rond Brancusi; dat is behalve onvermijdelijk (gezien zijn abstraherende oeuvre) ook terecht, omdat er anders alleen sprake van illustratie of uitbeelding van zijn kunst zou zijn. Maar nu en dan bekruipt je de vraag wat deze prachtige ensceneringen eigenlijk met deze beeldhouwer van doen hebben.

De regelmatig in hun (dramatische) houdingen bevriezende spelers roepen eerder associaties op met het werk van Rodin, tegen wie Brancusi zich na aanvankelijke bewondering juist afzette. Regisseur Frits Vogels verzucht 'dat mensen nu eenmaal uitsteeksels hebben' en dus moeilijk de gestroomlijnde vogels en vissen kunnen benaderen die de beeldhouwer almaar bijsleep.

Gevoelens die Brancusi's dolfijnachtige vormen, sereen en tegelijk zinnelijk, wekken, heb ik bij Grif niet ondergaan. Wel weet een filmprojectie de sensatie van de dóórgaande zuil, waarop ook de lengte van de speelvloer is gebaseerd, goed over te brengen. De segmenten zijn hier op elkaar gestapelde lichaamsdelen. En natuurlijk zijn er prachtige toneelbeelden, de specialiteit van Grif.

De mooiste scène is die van de beeldhouwer wiens 'lust for life' wordt gesymboliseerd door de acrobatiek-act waarin hij de drinkglazen waarop hij staat, onder zich uittrekt en tot een eindeloze zuil van glas opstapelt.