Lage koers van dollar schiet kabinet te hulp bij keuze helikopter

DEN HAAG, 8 APRIL. Opnieuw heeft de koers van de dollar de Nederlandse politiek van een netelig politiek probleem verlost. Twee jaar geleden schoot de val van de Amerikaanse munt, met de lagere inflatie die daarvan het gevolg was, het toenmalige kabinet te hulp in een moeizame discussie over de koopkracht. Dit keer verschafte de spectaculaire daling van de dollar de PvdA en D66 het alibi om alsnog akkoord te gaan met de aanschaf van de Amerikaanse Apache-helikopter in plaats van de Frans-Duitse Tigre.

Premier Kok bracht het gisteravond op zijn wekelijkse persconferentie na afloop van de ministerraad met het understatement van de staatsman. De lagere dollar had slechts een “bijrol” gespeeld bij de uiteindelijke keuze voor de Amerikaanse gevechtshelikopter. Doorslaggevend voor het kabinet waren de kwaliteit en het tempo waarin de toestellen geleverd kunnen worden, aldus Kok. Deze feiten waren echter van het begin af aan bekend. Waarom dan toch al die maanden van overleg in het kabinet?

Wat eind vorig jaar begon als een klassieke, departementale belangenstrijd groeide de afgelopen tijd allengs uit tot een verschil van inzicht dat steeds meer partijpolitieke trekken ging vertonen. Naarmate de kwestie langer sleepte, verhardden de standpunten zich. Dit was vooral buiten het kabinet, in de fracties van de coalitiepartijen, het geval.

Met veel aplomb presenteerden in december van het vorige jaar de twee VVD-bewindslieden van defensie, minister Voorhoeve en zijn staatssecretaris Gmelich Meijling, de ministerraad hun voorstel om ten behoeve van de luchtmobiele brigade 30 Amerikaanse Apache-gevechtshelikopters aan te schaffen. Minister-president Kok, D66-minister Wijers (economische zaken) en PvdA-minister Melkert (werkgelegenheid) wensten verder te kijken dan het pure defensiebelang. Hoe kon de Nederlandse industrie ofwel de Nederlandse werkgelegenheid het beste profiteren van de order waarmee een bedrag was gemoeid van rond de 1,3 miljard gulden?

Pag.3: Bolkestein wilde de Apache

Vandaar hun warme belangstelling voor de Tigre, de Frans-Duitse concurrent van de Amerikaanse Apache. De strijd om de compensatie-orders, tot die tijd binnenskamers en in ambtelijk sferen gevoerd, werd vanaf dat moment op politiek niveau gebracht.

Partijpolitieke dimensies kreeg de helikopterkeuze door de actieve bemoeienis van VVD-fractievoorzitter Bolkestein met de order. Hij heeft er nooit onduidelijkheid over laten bestaan dat het kabinet voor de Apache diende te kiezen. Zijn argument was simpel: Nederland moest bestaande waar kopen en dus niet de Tigre, een toestel van de tekentafel, met alle risico's op kinderziekten. De coalitiepartners PvdA en D66 beschouwden de woorden van Bolkestein vooral bedoeld als voor de bühne. Een bühne die bij de VVD door nogal wat defensiepersoneel wordt bevolkt.

De politieke lading van Bolkesteins opstelling werd alleen maar groter door zijn succes op andere terreinen. Hij won de slag om het tracé van de A73, scherpte tegen de zin van PvdA en D66 de vreemdelingenwet aan, en behaalde op 8 maart bij de verkiezingen voor de provinciale staten een voor de VVD ongekend resultaat. PvdA en D66 zaten daardoor met het probleem dat een keuze voor de Apache al gauw als het zoveelste bewijs van liberale dominantie zou kunnen worden uitgelegd. Andersom zou een keuze voor de Tigre VVD-leider Bolkestein fors prestige verlies kunnen opleveren. Tot wat voor spanningen zou dat weer kunnen leiden?

De sterk gedaalde koers van de dollar bracht uitkomst. Hierdoor kwam de totaalprijs van de 'helikopterorder van de eeuw' 180 miljoen gulden lager te liggen dan waar rekening mee was gehouden. Dat bedrag kwam van pas. Immers, minister Voorhoeve had eerder een claim van 250 miljoen bij het kabinet neergelegd om zijn 'prioriteitennota' uit te kunnen voeren. De blik van Voorhoeve ging hierbij uit naar het potje van 400 miljoen gulden dat in het regeerakkoord is gereserveerd voor internationale samenwerking. Een pot waar echter ook het geweten van de PvdA, minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking, zijn oog op heeft laten vallen.

PvdA-fractievoorzitter Wallage had deze week de rekensom snel gemaakt. Minder geld voor de helikopters betekende dat Defensie zoals hij zei “de eigen broek kon ophouden”. De 250 miljoen die Voorhoeve had gevraagd zou in dat geval bijvoorbeeld kunnen toevallen aan ontwikkelingssamenwerking. “Dan is er meer plaats onder de zon voor Pronk”, aldus Wallage afgelopen donderdag voor de radio.

Het kabinet heeft deze redenering ten dele overgenomen. De 'koerswinst' van de dollar zal in mindering worden gebracht op de claims van Defensie, zei premier Kok gisteravond. Er is echter een probleem: bij de helikopters gaat het om eenmalige uitgaven, maar om Defensie aan alle verplichtingen te laten voldoen is jaarlijks 250 miljoen gulden extra nodig. De lagere dollar brengt dus slechts tijdelijk verlichting; maar net voldoende om het keuze-probleem nu zonder politiek gezichtsverlies voor één van de partijen op te lossen.