Korstje

Gebakken vlees is natuurlijk vooral zo lekker door het korstje dat er omheen zit: ging het daar niet om, dan had je zo'n stuk vlees net zo goed kunnen koken of stomen. En bovendien, wat maar zelden voorkomt: juist van dit allerbeste onderdeel, het korstje, is net zo veel beschikbaar als van het geheel - alsof elk stuk van een honingkoek echte honing kon worden, of elk stukje zalm zijn neusje. Want je hoeft tijdens het koken alleen maar dicht bij het fornuis te blijven staan, en nauwelijks heb je het ene knapperige randje van het vlees afgesneden en opgegeten of het volgende zit er al weer aan.

Het lijkt wel Luilekkerland, waar ook alles wat je opeet er meteen weer bijkomt. Totdat het stuk vlees natuurlijk zelf is verdwenen; er is niets voor de maaltijd overgebleven. Maar dan heb je toch al geen honger meer.