Japans theater als een fragiel bouwwerkje

Voorstelling: The Bush of Ghosts I door Pappa TARAHUMARA. Choreografie: Hiroshi Koike; muziek: Masahiro Sugaya; vormgeving: Hiroshi Koike, Makoto Matsushima, Naomi Fukushima; ontwerp objecten: Makoto Matsushima; kostuums: Koji Hamai. Gezien: 5/4 deSingel, Antwerpen. 10-12/4 Muziektheater, Amsterdam.

Choreografen kunnen hun voorstelling soms maar beter niet toelichten. Dat geldt zeker voor Hiroshi Koike. Hij richtte zijn Japanse gezelschap Pappa TARAHUMARA in 1982 op, is in Japan inmiddels een vooraanstaand kunstenaar en oogstte ook bij het Europese debuut van zijn gezelschap, tijdens de Berliner Festwochen in 1992, veel lof. Toch meent hij, nu Pappa TARAHUMARA voor het eerst in Nederland en België is te zien, zijn muziektheaterproduktie The Bush of Ghosts I met nogal onmachtig taalvertoon te moeten aanprijzen en verklaren. Het bos noemt Koike een 'ontzagwekkend wezen' waar 'de echo van de ademhaling van planten' klinkt, en zijn voorstelling is een 'bevrijding van beperkingen', die 'een pijl naar de toekomst trekt'. Dat riekt naar New Age, maar erger is dat Koike er zijn produktie zoveel onrecht mee doet. Want The Bush of Ghosts I is vooral een prachtig fragiel bouwwerkje van zinloze momenten, dat onder de last van een bedoeling alleen maar ten onrechte kan instorten.

Androgyn ogende dansers in zilveren kostuums beginnen als volkomen toevallig aan bewegingen die even abrupt weer afgelopen zijn. Soms doet het aan aerobics denken, alleen dan in een variant waarbij het van de grond loskomen onmogelijk is. In gekleurde lappen als van boeddhistische monnikken en roze rokken die aan traditionele Japanse vechterskleding doen denken wordt er gevogued in fotomodellenposes, wat met scheef gehouden hoofd en gekromde vingers zomaar overgaat in Balinese fragmenten. Op het toneel relativeert Koike wèl, bijvoorbeeld wanneer het gezelschap juist zo sereen en verinnerlijkt wat tai chi-achtige bewegingen staat uit te voeren, en daar tussendoor opeens een klein joggertje met hoog opgetrokken knietjes raast.

Steeds weer slaat metaal kil op metaal, helaas afgewisseld met soms wat al te uitbundige synthesizerkunstjes. Maar de zang van de all-round performers van Pappa TARAHUMARA maakt veel goed. Vooral de rondschrijdende Mariko Ogawa laat ijle traditionele aria's klinken als betoverende eenpersoons reizangen, en schakelt moeiteloos over naar een diepe Dietrich-stem, terwijl de anderen haar begeleiden met meerstemmig monnikken-gebrom.

Koike noemt zijn dansers acteurs, maar de ingetogenheid van zijn groep lijkt niet alleen een kwestie van acteertechniek. Mimiek is er nauwelijks en op een paar momenten met Ogawa en een meisje dat zich steeds afzondert na, is er geen emotie te zien. Men schreeuwt wel, slaakt hoge kreetjes, men zucht en hangt de kleinste danseres gewelddadig op aan een galg-achtige machine. Toch blijft de voorstelling in kalmte gehuld, omdat juist bewegingen van opperste zinloosheid, zoals het speelvlak op- en toch maar weer aflopen, met de grootste overtuiging worden uitgevoerd. Bovendien weet Koike, misschien doordat hij architectuur studeerde, in iedere chaos een evenwichtige ruimte te maken. Daardoor is Pappa TARAHUMARA I behalve een 80 minuten durende eenheid ook een aaneenschakeling van steeds nieuwe, mooi ingerichte tableaus.

Gedurende de hele voorstelling worden er objecten zonder aanleiding aangedragen en weer weggebracht. Er is een grote visgraat op een stokje, een witte bol aan ijzerdraad en een enorme rijzende kunststof-zon die door een naakte man wordt getorst. Een stijf eendebeeld draagt een roze jasje en rotsblokken zweven als bezield omhoog. Even maken de dansers er met veel gedoe en kraaiend van plezier een tentoonstellinkje van. Als dolgedraaide suppoosten draven ze aan met nog wat plastic bonsaiboompjes, en een rood en wulps gevormd stuk plastic komt op eigen kracht een belangstellend kijkje nemen. Maar zodra alles goed staat, moet het alweer weg. De tevreden blik van de dansers tijdens dit zoveelste nutteloze transport zegt meer dan de grote bol, die aan het slot uit brokstukken in elkaar wordt gezet en zo veelbetekenend heel blijft staan.