In China kost een vrouw ongeveer evenveel als een ijskast

Kapper Liu uit Wuhua had een listig plan: als hij met behulp van een mensenhandelaar zijn echtgenote zou verkopen aan een welgestelde boer, zou hij in één klap 800 gulden kunnen verdienen. Vervolgens zou hij zijn vrouw snel na de transactie met behulp van zijn huwelijksboekje bij de nieuwe 'eigenaar' komen opeisen .

De kapper slaagde erin zijn vrouw, de 28-jarige Ya Zhen, te overreden. En weldra vond Liu via zijn handelaar een geïnteresseerde koper. Maar toen Liu haar, geheel overeenkomstig het plan, na een paar dagen kwam opeisen, liep het mis. Ya Zhen bleek niet bereid terug te keren naar Wuhua. Ze wilde bij haar nieuwe 'echtgenoot' blijven omdat hij haar beter behandelde dan Liu.

Het bericht, dat vorig jaar in de Chinese kranten verscheen, is curieus. Want meestal worden de 250.000 vrouwen die volgens de Chinese Vrouwen Federatie jaarlijks in China te koop worden aangeboden slecht behandeld.

De afgelopen weken meldden de Chinese kranten dat de politie vele vrouwen had bevrijd uit de handen van handelaren en 'bezitters'. Bijna 25.000 zouden sinds 1993 hun vrijheid hebben teruggekregen.

De autoriteiten nemen het probleem inmiddels zo hoog op dat leden van de Chinese Staatsraad (kabinet) vorige week bijeenkwamen voor een driedaags overleg over de aanpak van de vrouwenhandel. Volgens een woordvoerder van de politie zijn de afgelopen twee jaar bijna 50.000 mensen die betrokken waren bij de handel in vrouwen in hechtenis genomen. In totaal zouden daarbij 6.000 criminele organisaties zijn opgerold.

Vrouwenhandel werd na de machtsovername van 1949 met succes door de communisten bestreden. Maar tegenwoordig bloeit deze praktijk weer, hoewel veel handelaren worden opgepakt en terechtgesteld - op mensenhandel staat de doodstraf. De mensenhandelaren hebben ontdekt dat het ontvoeren van vrouwen en ook van kleine jongetjes een riskante maar zeer lucratieve bezigheid is. Vrouwen worden aan alleenstaande boeren verkocht voor bedragen tussen de 100 en 1.200 gulden. En ook babyjongetjes leveren veel geld op in het land waar het hebben van een zoontje sinds de invoering van de strikte bevolkingspolitiek nog belangrijker is geworden dan het al was.

In het pre-communistische China was het kopen van een vrouw voor sommige mannen een goedkope manier om aan een echtgenoot te komen. Zo kostten de voorbereidingen van een huwelijk - in nauw overleg met de aanstaande schoonfamilie - doorgaans handen vol geld. Voor veel berooide boeren aan de andere kant bood de verkoop van hun dochters een tijdelijke vlucht uit de armoede. Op die manier belandden boerenmeisjes ook wel in bordelen of in welgestelde families als concubine.

Tegenwoordig is de behoefte aan huwbare vrouwen groot. Na eeuwen van selectieve geboorteregeling - jongens werden economisch waardevoller bevonden dan meisjes - zijn mannen ruim in de meerderheid in China. De verhouding tussen mannen en vrouwen is volledig ontwricht geraakt door de invoering in 1981 van de één-kind politiek, die de aanhoudende groei van de enorme bevolking van nu 1,2 miljard mensen binnen vijftig jaar een halt moet toeroepen.

Op iedere honderd meisjes worden volgens de Chinese statistieken 114 jongens geboren. Dat zijn bijna acht jongetjes meer dan het internationale gemiddelde. Sommige stellen, vooral op het platteland, blijken bereid meisjesbaby's te aborteren of - in enkele gevallen - te doden, want voor velen is een zoon nog steeds het ideaal.

Of het overschot aan jongetjes het gevolg is van geslachtsselectieve abortus of zelfs infanticide - of mogelijk ook wordt beïnvloed door geheimgehouden geboorten van meisjes - is onduidelijk. Zeker is dat alle factoren samen de tweederangspositie van vrouwen in China versterken. En met de consequenties daarvan moet China nu zien te leven: veel mannen kunnen geen levensgezellin vinden.

Volgens bevolkingsdeskundigen is het probleem van de handel in vrouwen en jongensbaby's direct gerelateerd aan de strikte bevolkingspolitiek en zal daarvoor alleen een oplossing worden gevonden wanneer de Chinese autoriteiten oog krijgen voor de specifieke problemen die de één-kind-politiek heeft veroorzaakt.

Mannen maakten volgens de volkstellingen van 1990 51,5 procent uit van de totale bevolking. Dat betekent dat er in dat jaar dertig miljoen meer mannen dan vrouwen waren. Het Boerendagblad schatte dat in het jaar 2000 bijna 70 miljoen 'oude vrijgezellen' (in de leeftijd van 25 tot 49 jaar) niet in staat zullen zijn een vrouw te vinden.

Voor sommigen biedt de economische vooruitgang echter een oplossing. Zowel in de stad als op het platteland is de inkomenspositie aanzienlijk verbeterd. Veel boeren kunnen zich inmiddels een ijskast of een televisie veroorloven. Voor bijna dezelfde prijzen is het voor alleenstaande boeren mogelijk geworden om bij een handelaar een vrouw te kopen.

Geïnteresseerde kopers op het platteland geven, aldus informatie van de politie, vooral de voorkeur aan ongeschoolde vrouwen uit het zuidwesten van China. Die zouden het minst geneigd zijn te ontsnappen. Maar ook in andere delen van China wordt melding gemaakt van vrouwenhandel op grote schaal.

In Suzhou, even ten westen van Shanghai, bleek uit de volkstelling van 1990 dat meer dan 48.000 gehuwde vrouwen gekocht waren. En even onder de rook van Suzhou in het dorpje Niulou was zelfs tweederde van de vrouwen door hun echtgenoot gekocht.

Uit getuigenissen van bevrijde vrouwen is gebleken dat veel van hen onder het voorwendsel van een goede baan werden geronseld door de mensenhandelaren, die in dienst zouden staan van criminele organisaties. De autoriteiten in China hebben toegegeven dat het probleem moeilijk te bestrijden is, ook omdat lokale gezagsdragers uit mededogen met een ongetrouwde dorpsgenoot al gauw een oogje dichtknijpen. Maar de regeringsfunctionarissen van de Staatsraad die vorige week bijeen waren, vinden dat die praktijken stevig moeten worden aangepakt. Volgens hen moeten voortaan niet alleen de handelaren worden gestraft, maar ook de afnemers.