Het geheim van de verende voorvork

Parijs-Roubaix is niet alleen een uitdaging voor de heldhaftige coureur die de strijd tegen kasseien en zadelpijn wil overwinnen. De koninginneklassieker die morgen zijn 93ste editie beleeft, is ook voor ontwerpers en mecaniciens een interessante wedstrijd. “Een profrenner is een ideaal proefkonijn.”

GENT, 8 APRIL. Het is dinsdagavond, de vooravond van Gent-Wevelgem. Ronald Mathijsse heeft zijn laatste fiets in de wagen getild, het zweet druppelt over zijn werkkleren. Binnen bereiden de renners zich voor op de Vlaamse B-klassieker. Buiten denkt de mecanicien van TVM al aan de volgende wedstrijd: Parijs-Roubaix. Hij kijkt vol trots naar de speciaal voor deze koers ontworpen fietsen. “Dit is het neusje van de zalm.”

Sinds twee weken is Mathijsse druk doende met het prepareren van de modellen die TVM in samenwerking met Gazelle en Rodem heeft ontworpen. Gazelle is de fabrikant van race- en recreatiefietsen. Rodem is gespecialiseerd in het vervaardigen van verende vorken. Het laatste bedrijf heeft veel invloed op de ontwikkeling van mountainbikes en crossmotoren.

Naast het rennershotel in Gent vertelt Mathijsse over het nieuwe ontwerp dat de beschermde TVM-coureurs Hendrik Redant en Tristan Hoffman morgen mogen uitproberen op de kasseien van Noord-Frankrijk. De alternatieve modellen verschillen op een aantal punten van de gangbare racefietsen. Zo moet de verende voorvork de renners beschermen tegen de kasseien. “Vorig jaar hadden we ook een verende voorvork, maar deze is lichter. De vorige was hydraulisch, deze wordt met kunststof proppen gevuld. De renners kunnen zelf bepalen hoeveel proppen ze in de buis stoppen”, zegt Mathijsse.

De buigende voorvork werd in 1991 geïntroduceerd door de Amerikaan Greg Lemond, die het idee had overgenomen van de mountainbike. De Franse veteraan Gilbert Duclos-Lassalle (Lemonds vroegere ploeggenoot bij Gan) had zijn overwinningen in 1992 en 1993 mede te danken aan de verende voorvork. Inmiddels is de concurrentie wakker geschud en is het standaardmodel verleden tijd in Parijs-Roubaix. Als je niet veert, maak je geen kans op de overwinning.

De inmiddels gestopte Lemond vormde een uitzondering op de regel dat een wegcoureur weinig belangstelling toont voor zijn materiaal. De drievoudige Tourwinnaar was ook de eerste coureur die met een soort triatlonstuur voor de dag kwam. Sindsdien maken de wegcoureurs steeds vaker gebruik van foefjes die door triatleten of mountainbikers zijn bedacht.

In Parijs-Roubaix rijden de meeste ploegen met remblokken die doorgaans op terreinfietsen worden gebruikt. De grotere blokken worden op zodanige afstand van de banden gemonteerd dat de opspattende modder geen remmende werking heeft. In verband met de vele gaten in het wegdek wordt de trapas aangepast en ietsje hoger afgesteld. Verder is de fiets langer gemaakt, doordat er morgen in het parcours relatief weinig bochten zijn.

Bij TVM kunnen de renners zelf hun favoriete zadel uitkiezen. Mathijsse: “Wij hebben een verend zadel dat je met een pin onder het zadel kan verschuiven. Maar sommige jongens rijden liever met een vast zadel. Ik kan wel zeggen dat ze met een verend zadel moeten rijden, maar als ze niet willen moet je ze niet sommigen jongens vinden dat maar niks. En dan ga ik ze niks opleggen.”

Alle coureurs verschijnen morgen aan de start met extra dikke banden, die beter bestand zijn tegen de kasseien. Om de zadelpijn te verzachten worden de tubes minder hard opgepompt. De meeste renners vragen vlak voor vertrek of er nog wat lucht uit kan.

Mathijsse: “Ik heb meegemaakt dat ze vlak voor de start gaan voelen en zeggen: is het niet wat te veel? Wij moeten een keuze maken. Als je een zware coureur hebt moet je meer pompen. Redant en Hoffmann zijn echte harkers die gewoon doorrammen. Dan moet je er meer druk inzetten. Anders rijden ze gegarandeerd lek.”

Als een renner met pech te maken krijgt, is hij overgeleverd aan de materiaalwagen van zijn ploeg. Wie herinnert zich niet de wanhopige blik van Hennie Kuiper, die in 1983 op de laatste kasseienstrook in gewonnen positie zijn achterwiel kapot reed? Kuiper moest lang wachten op een reservewiel, maar hij zou Parijs-Roubaix toch nog op zijn naam schrijven. “Ik was niet in paniek, wel stiknerveus. Ik dacht dat mijn hart even stil stond”, vertelde hij na afloop.

In vergelijking met de fietsen van de jaren tachtig is het roestvrij-stalen frame een grote verandering. Voorheen reed het peloton op aluminium fietsen. In tegenstelling tot de meeste andere ploegen maakt TVM morgen geen gebruik van het stugge roestvrij-staal. Mecanicien Mathijsse stelt zijn kopmannen een stalen ros ter beschikking. “Op het asfalt is dat misschien een nadeel, maar de wedstrijd wordt toch op de kasseien beslist.”

Sommige ontwerpers lopen te hard van stapel met een nieuw model, zo bewees het Italiaanse bedrijf Bianchi vorig jaar met de zogenaamde damesfiets van Johan Museeuw. De Belgische favoriet reed op een volledig verend model (dus ook het achterwiel). Op het eerste oog verliep alles naar wens voor Museeuw. Hij werd tweede achter de verrassende Moldaviër Tsjmil. Achteraf bleek dat zijn fiets in de buurt van Roubaix scheuren vertoonde. De grote bazen van Bianchi hadden de wielerploeg van GB-MG onder druk gezet om toch vooral maar met de nieuwe fiets aan de start te verschijnen. De commerciële belangen wogen zwaarder dan de sportieve prestatie.

Museeuw kreeg het nauwelijks geteste model pas twee dagen voor de wedstrijd onder ogen. Na afloop van de koers klaagde hij over “een ander rijgevoel”. Zijn zadel stond lager en meer naar achteren afgesteld, om de schokken nog beter op te vangen. “Na de koers had ik enorme pijn aan polsen, schouders en rug.” Toch had de Belg de kasseien nog nooit zo soepel bereden, zo verwoordde hij zijn gemengde gevoelens. “Maar op de gewone weg verliep het wat stroever en bij het optrekken begon het achterwiel te wiebelen.”

De Belgische mecanicien Patrick Versluijs heeft voor Museeuw dit keer een conventionele fiets gemonteerd. De buizen zijn van het gangbare roestvrij-staal, alleen de banden zijn dikker en de verende voorvork loopt schuin. Wanneer Versluijs wordt herinnerd aan vorig jaar, lijkt hij even te moeten slikken. “Dat was helemaal niet leuk. In het begin was ik heel kwaad op die lui van Bianchi, maar daar heb je ook niet veel aan. Bovendien heb ik van de renners ook geen verwijten gehoord. Het was een gezamenlijke beslissing.”

Volgens Gazelle-ontwerper Mark Holtslag spelen de commerciële belangen een steeds grotere rol bij de introductie van een nieuw ontwerp. “Prestige is voor ons heel interessant, maar de financiële kant natuurlijk ook. Als een beroepsrenner zich positief uitlaat over een model zijn we er zeker van dat de fiets in de winkel goed verkoopt. Een prof is wat dat betreft een ideaal proefkonijn. Hij trapt het hardst. Als de fiets heel blijft, kan een amateur hem ook nooit kapot rijden.”

Bij Gazelle en Rodem wordt ook geëxperimenteerd met een verende achtervork, maar de betrokkenen hebben geleerd van Museeuws ervaringen. Zolang de fiets niet uitgebreid is getest, durven fabrikant en wielerploeg geen risico te nemen. TVM-monteur Mathijsse: “Met Museeuw zijn ze duidelijk te ver gegaan. Hij kon ook niet meer uit de pedalen, omdat het speciale pedalen waren. Dat is voor mij ongelooflijk. Voor nieuwe dingen ben ik altijd te porren, maar op den duur houdt het op. Ik heb zijn mecanikers gevraagd naar het waarom, maar die willen er niet over praten. Je staat natuurlijk toch voor lul als monteur. Je voelt je verantwoordelijk voor de fiets die je aflevert.”

“Het zijn vaak heel kleine aanpassingen, die een coureur niet eens merkt. Ik vind het normaal dat de renners meedenken, maar de manier waarop Lemond zich ermee bemoeide hoeft voor mij ook niet. Je kunt zeggen wat je wilt, maar dat spaghetti-stuur van hem leek natuurlijk helemaal nergens naar. Bij TVM bemoeien de coureurs zich vrij weinig met ons werk. Ik rijd wel eens een rondje op de parkeerplaats en dan voel ik genoeg. Maar als je eerlijk bent hebben de coureurs er het beste gevoel voor. Ze moeten het zelf ondervinden.”

Redant en Hoffman, de kopmannen van TVM, hebben vertrouwen in hun materiaal. Redant reed vorig jaar nog voor ZG, de Italiaanse formatie die weinig belangstelling toonde voor noviteiten. De Belg moest zelf een voorvork zien te regelen voor Parijs-Roubaix. Voormalig Nederlands kampioen Hoffman rijdt al langer voor TVM. Hij heeft de nieuwe fiets vorige week getest in zijn geboortestreek. De schaarse kasseien in de Achterhoek als oefenterrein voor de Hel van het Noorden.