Groot-Brittannie; Verpauperd Brits gezin keert zich af van politiek

LONDEN, 8 APRIL. Al veertien jaar mag ze aan de verkiezingen meedoen. Al veertien jaar heeft ze op de Conservatieven gestemd. Maar dat is over. Voor bij. Voorgoed.

Miriam Fanley, moeder van Steven (7) en Tricia (3) woont in een huurhuis in Hackney en voelt zich verraden door de partij die ze al die tijd heeft gesteund. De Tories, dat was toch de partij van recht en orde, van lage belastingen, van het gezin? Waarom is het aantal misdrijven in Hackney de laatste tien jaar dan met 350 procent gestegen? Ze durft Steven niet eens meer buiten op straat te laten spelen. Zeker vijf keer per dag komt er wel weer zo'n loeiende politiewagen langsgescheurd.

En waarom zijn haar energielasten sinds vorig jaar met acht procent gestegen? Omdat de Conservatieven zo nodig BTW op brandstof moesten heffen. Waarom houdt ze sinds deze week weer minder van haar uitkering en haar bijbaantje over? Omdat de Tories alleen maar práten over belastingverlaging: met ingang van het nieuwe belastingjaar dat deze week begon, is de fiscale druk opnieuw verhoogd.

Maar wat Miriam Fanley de Conservatieven nog het meeste kwalijk neemt, is dat de partij, die zegt op te komen voor de familie, het gezin in de verdomhoek dringt. De directe belastingdruk voor een modaal gezin met twee kinderen is de afgelopen dertig jaar gestegen van 9 tot 22 procent. Tegelijkertijd is de fiscale last voor alleenstaanden en kinderloze paren onder het bewind van de Conservatieven gedaald.

Dan heeft ze het nog niet eens over de saneringen die de financiële positie van het gezin nog verder hebben verslechterd. De bezuinigingen op schoolmaaltijden: de onvermijdelijk toast met witte bonen in tomatensaus. De besparingen op speelvoorzieningen en kinderopvang. Groot-Brittannië is toch al het Westeuropese land met de minste crèches. Minder dan acht procent van de Britse kinderen onder de vier jaar kan overdag terecht in een peuterspeelzaal. Maar een kwart van de voorzieningen worden gesubsidieerd. Vergelijk dat met Frankrijk waar 95 procent van de peuters en kleuters met staatssteun wordt opgevangen in een crèche.

Zolang ze getrouwd was, heeft ze van de kneveling van het Britse gezin niet zo vreselijk veel gemerkt. Haar man werkte als accountant, zij als secretaresse. Hun twee inkomens waren meer dan voldoende om zich de luxe te kunnen permitteren van een full-time kinderoppas.

Maar na de scheiding heeft ze moeten verhuizen naar een buurt waar nauwelijks speelplaatsen zijn en waar de scholen met grote ordeproblemen kampen. Ze heeft ontslag moeten nemen omdat haar volledige loon aan oppas en transport zou opgaan. En ze heeft ervaren dat het modale Britse gezin zo slecht nog niet af is. Het kan altijd erger. Kijk maar naar het een-oudergezin.

Volgens het recente General Household Survey is het een-oudergezin in Groot-Brittannië nog altijd in opmars. In 1971 moest één op de twaalf families het zonder vader of moeder stellen. Tweeëntwintig jaar later blijkt dat aandeel tot 22 procent te zijn gestegen. Een aandeel dat nog steeds gestaag groeit met één procent per jaar.

Uit het onderzoek blijkt ook dat een-ouderfamilies er materieel en sociaal veel slechter voorstaan dan de zogeheten 'volledige' gezinnen. Ze wonen in slechtere huizen, kleden zich slechter, voeden zich slechter. Achtendertig procent van de alleenstaande ouders heeft geen diploma's. Zesenveertig procent moet rondkomen van minder dan honderd pond per week.

Als de overheid maar voor betaalbare kinderopvang zorgde, zegde Miriam Fanley. Dan kon ze tenminste weer full-time gaan werken. Dan kon ze op eigen kracht ontsnappen uit de vicieuse cirkel van malaise en verpaupering. Als ze maar af en toe een beroep kon doen op het maatschappelijk werk, zoals de overheid in de Kinderwet van 1989 beloofd had. Dan zou ze niet zo ziekmakend zwaar gebukt gaan onder de last van het een-oudergezin.

De plaatselijke verkiezingen zijn weer in aantocht dus roemen alle grote partijen weer de onvolprezen deugden van het Britse gezin. Vorig weekend bezwoer premier Major nog in Birmingham dat de Conservatieven echt de enige partij van de familie zijn. Tussen neus en lippen kondigde hij ook nog een hervorming aan van de sociale voorzieningen om de groei van het aantal een-oudergezinnen te beperken. “Vanzelfsprekend vindt ieder verstandig mens dat kinderen het best kunnen opgroeien in een stabiele familie met twee ouders”, verklaarde Major. Daarmee gebruikte hij bijna dezelfde woorden die Labour-leider Tony Blair twee maanden eerder had gebezigd: “Het is een kwestie van gezond verstand om ervan uit te gaan dat een kind in een stabiele familie met twee ouders betere ontwikkelingskansen heeft dan in een een-oudergezin.”

Miriam Fanley weet niet goed wat ze met dat soort propagandistische wijsheden aanmoet. De ontwikkelingskansen van haar kinderen zijn er in elk geval niet mee gediend. Ze weet wel dat ze volgende maand voor het eerst in haar leven niet gaat stemmen. Als de politiek zich afwendt van het Britse gezin, keert het Britse gezin zich af van de politiek.