God houdt meer van gringo's; Kruip-door sluip-door naar de VS voor Mexicanen van levensbelang

President Clinton wil volgend jaar 2,6 miljard dollar extra uitgeven om het aantal illegale Mexicaanse migranten te beperken. Maar voor duizenden Mexicanen is regelmatig oversteken naar 'de andere kant' een bittere noodzaak. Het bizarre woon- werkverkeer van de illegale grensforens.

Op de smalle heuvel tussen de rivier en de muur die Mexico van de Verenigde Staten scheidt, wachten Carlos Chavez en zijn vrouw Marina in het donker. Een paar meter verderop schijnen enorme, felle lampen vanuit de VS op de rivier en de muur, die illegale Mexicaanse migranten bij de grensplaats Tijuana ervan moeten weerhouden de grens over te steken. In de verte, achter Carlos en Marina, knipperen duizenden discolampen in de stad, dreunt rockmuziek en dendert het verkeer voorbij.

Plotseling valt het zoeklicht van een helikopter van de Border Patrol (de Amerikaanse grenspolitie) op de bijna honderd Mexicaanse indocumentados (illegale migranten) die wachten op het moment dat de Border Patrol even niet oplet. Het zijn oude mannen, jongens, stelletjes en kinderen. Sommigen hebben een klein rugzakje bij zich, maar de meesten hebben niets. Wel heeft haast iedereen gymschoenen aan, want wie straks de drie meter hoge muur van metaalplaten over is gesprongen, moet keihard rennen.

Carlos en Marina zijn vanmiddag aangekomen met de bus uit het Mexicaanse dorp Los Reyes in de arme deelstaat Michoacán. Net als veel van hun dorpsgenoten besloten zij enkele jaren geleden hun geluk te beproeven aan El otro lado ('de andere kant'), zoals zij de VS noemen. Carlos (30) werkt sinds een paar jaar als loodgieter en Marina (28) is schoonmaakster. Ze wonen tegenwoordig in San Diego, zo'n tien kilometer verderop, aan de andere kant van de muur waar zij elk voorjaar overheen moeten klimmen na de kerstvakantie bij hun familie in Mexico.

Los Reyes ligt tussen de suikerrietvelden en indianendorpen in de heuvels van Michoacán. Het stadje, dat zo'n 50.000 inwoners heeft, is in de afgelopen twintig jaar drastisch veranderd door de toestromende dollars uit el otro lado. Veel huizen in het centrum zijn nauwelijks nog te zien door de enorme satellietschotels waar zij onder staan. Jongeren spelen basketbal en dansen op het dorpsplein in Amerikaanse kleding op house-muziek. Vroeger was het belangrijkste vertier er samen een ijsje eten. Moeders dragen hun kinderen niet in de traditionele wikkeldoeken op hun buik, maar duwen grote Amerikaanse kinderwagens voor zich uit.

Toch is de armoede die veel dorpen in Michoacán kenmerkt, niet geheel verdwenen uit het straatbeeld. Veel, met name indiaanse kinderen in Los Reyes dragen geen schoenen. Mannen uit de middenklasse en teruggekeerde Amerika-gangers laten op het dorpsplein hun schoenen poetsen door jongens van twaalf jaar oud. Alleen de groep die het onzekere bestaan in het buurland heeft aangedurfd, is er zichtbaar op vooruit gegaan.

Niet iedereen is even blij met de snelle veranderingen in Los Reyes: ouderen hebben het over “verloedering”, de kerk over “normvervaging” en burgemeester Jesus Maravilla Merinas twijfelt of de sociale gevolgen van de Amerikaanse invloed niet schadelijk zijn voor zijn dorp.

“Veel vrouwen komen terug met vreemde ideeën over gelijkwaardigheid, die voor culturele problemen zorgen”, vindt hij. “Ook worden Mexicaanse mannen die op straat onderling genegenheid tonen, wat vroeger heel normaal was, plotseling voor homoseksueel uitgemaakt!”, klaagt Merinas.

Dakpannen

Iedereen in Los Reyes kent wel iemand die aan 'de andere kant' zit. Een broer, een echtgenoot, een zoon of dochter. Lupe Nuñez (56) heeft dertien kinderen van wie er zeven in de Verenigde Staten werken. De nieuwe pannen die deze week op haar dak worden gelegd, zijn betaald door haar oudste zoon Manuel (38), die illegaal in de bouw werkt in Los Angeles en dus dollars verdient.

“Dollars, dollars, dollars”, verzucht Maria, haar buurvrouw. “Meer dan de helft van de vrouwen in dit dorp moet het negen maanden per jaar zonder man doen, omdat we die verrekte dollars zo hard nodig hebben”.

Reden voor de grote trek naar het noorden is dat de twee suikerrietbranderijen in het dorp aan steeds minder mensen werk bieden: ze hebben tegenwoordig zo'n 1.200 werknemers. Verder heeft het dorp geen industrie en slechts een kleine, zij het toenemende, dienstensector.

“Veel werk is er dus niet meer en dat wat er is, betaalt slecht”, vertelt Manuel. In de VS verdient hij vierhonderd gulden per week, tegenover de vierhonderd gulden per maand die hij in Los Reyes zou verdienen. Deze week is Manuel voor het eerst sinds tien jaar in zijn dorp, omdat zijn vader is overleden. Lupe, zijn moeder, omhelst hem voortdurend. “God mag me dan mijn man hebben afgenomen, Hij wilde kennelijk ook dat ik mijn zoon weer terugzag.”

Maar het weerzien duurt niet lang. Over twee dagen zullen Manuel en Juana en hun dochter van twee jaar, Juana's broer Carlos en schoonzuster Marina weer aan de busreis van veertig uur naar Tijuana en de grens beginnen. Maandag moeten zij weer aan het werk in San Diego en Los Angeles.

Naast de bus in het kleine busstation in Los Reyes ligt om vijf uur 's middags een berg oude koffers. Veertien mensen, onder wie Manuel, Carlos en hun echtgenotes, nemen afscheid van de familie die hen is komen uitzwaaien. Lupe huilt. “Wanneer zie ik je weer, zoon?”, snikt ze tegen Manuel. “Ik vertrouw maar op de Maagd Guadelupe dat je goed aankomt. Jongen, beloof me dat je oppast.” Manuel knikt ongemakkelijk en haast zich achter zijn zwager aan de bus in.

Gistermiddag was het nog heel even onzeker of Manuel, Juana, Carlos en Marina wel konden vertrekken, want de oude moeder van Juana en Carlos was plotseling ziek geworden. Later bleek dat zij haar ziekte had geveinsd omdat ze niet wilde dat jaar jongste zoon Arnaldo (17) met zijn broer en zus meeging naar 'de andere kant'. Hij gaat vandaag voor het eerst in zijn leven en staat te trappelen om aan het grote avontuur te beginnen. Arnaldo stapt als eerste de bus in en kijkt nauwelijks nog om naar zijn moeder; pas wanneer de bus wegrijdt, zwaait hij nog één keer in haar richting.

Deuntje

De donkere vulkaan Paricutín die over Los Reyes waakt, verdwijnt langzaam uit het zicht. Langs de kleine weg die naar de snelweg leidt, staan kleine huisjes tussen de eindeloze rijen avocadobomen, waar de regio om bekend staat. De zon staat al laag en in de bus sluiten de meeste mensen de gordijnen. Er heerst een sfeer van een klas die op een schoolreisje gaat: vrouwen halen meteen de ingepakte taco's te voorschijn en de jongens beginnen te roepen om muziek.

Als de chauffeur het verzoek honoreert, barst iedereen in lachen uit om de tekst van de ranchero-zanger op het bandje. Op een ironische toon en een uiterst sentimenteel deuntje betreurt hij zijn vertrek naar Amerika, zijn verslaving aan dollars en ook dat 'liefje' in de tussentijd bij hem is weggegaan.

De hele reis staat in het teken van de eindbestemming, de grens. Dat bijna iedereen in de bus als illegale migrant naar de VS gaat, is geen geheim en geen taboe. De chauffeur zet de radio wat harder als de nieuwste maatregelen van de Amerikaanse president Clinton om de grens af te sluiten in het journaal aan de orde zijn. Iedereen luistert aandachtig. Dan barst een discussie los over welke grensovergang op het ogenblik als 'gemakkelijk' bekend staat.

José Luis (22) weet dat steeds meer indocumentados via de grens tussen de staten Sonora (in Mexico) en Arizona (in de VS) reizen. Volgens Miguel Angelo (28) is de Border Patrol bij Texas juist weer wat soepeler geworden. Toch gaat iedereen in deze bus naar Tijuana in de staat Baja California Norte. Dat blijft de favoriete plek van de meeste migranten, omdat je, eenmaal aan de andere kant van de grens in Californië, betrekkelijk snel kunt verdwijnen tussen de miljoenen Mexicanen die daar wonen.

De bus stopt verschillende keren tijdens de reis van meer dan 2.500 kilometer naar Tijuana. Overal stappen mensen in die hetzelfde einddoel hebben als hun reisgenoten uit Los Reyes. Sommigen zien er al behoorlijk Amerikaans uit, met glimmende sportbroeken, winterjassen en zonnebrillen. Ze stralen een voor Mexicanen ongebruikelijk zelfvertrouwen uit en roepen het modieuze “bye” tegen hun familieleden. Maar de meesten zijn nog gewoon Mexicaans: de mannen hebben de bovenste knopen van hun versleten, geblokte hemden openstaan, dragen een grote hoed en een leren waterfles. Ze groeten bescheiden en lachen zenuwachtig wanneer iemand ze aanspreekt. De vrouwen dragen te strakke broeken, dikke lagen make-up en valse, gelakte nagels.

Francisco González (61) is zo'n Mexicaans gebleven Mexicaan. Toch maakt hij de reis van Los Reyes naar el otro lado al 44 jaar, om als seizoenarbeider te werken in de Amerikaanse katoenvelden. Toen hij zeventien jaar oud was, ging hij voor het eerst in het kader van een programma, waarmee de VS braceros (dagloners) recruteerden. In 1988 kreeg hij tegelijk met miljoenen illegale Mexicaanse gastarbeiders amnestie van Washington. De regeling maakte deel uit van een poging de stroom illegale werkende Mexicanen in te dammen. Tegenwoordig bezit Francisco dan ook de door Mexicanen felbegeerde 'papieren'.

Een populair onderwerp van gesprek in de bus is 'de eerste keer'. Hoe sterker het verhaal en hoe dramatischer de toon waarop het wordt verteld, hoe beter. Miguel Angelo herinnert zich hoe hij de eerste keer trillend van angst in de bus zat omdat hij geen idee had hoe de grens over te steken. “Die oversteek viel dan ook niet mee. Ik moest een half uur lang door de rioolbuizen kruipen, terwijl de polleros (gewoonlijk malafide gidsen; red) ons vanachter met stokken sloegen opdat we opschoten. Het was de grootste vernedering van mijn leven.”

Arnaldo kijkt met grote ogen naar Miguel, over de rugleuning van zijn stoel. De veteraan moet lachen. “Jij zit nu zeker te beven, of niet?” Arnaldo ontkent hevig.

Dat zelfs de meest veramerikaanste Mexicanen nog niet van hun angst voor de Mexicaanse autoriteiten af zijn, blijkt wanneer de grenspolitie van de staat Sonora de bus tegenhoudt. Iedereen moet uitstappen en zich buiten in een rij opstellen terwijl de politie de bus “controleert op de aanwezigheid van drugs”. Tien minuten later stappen twee agenten lachend uit de bus met meer dan tien zakken fruit. Niemand zegt een woord, zelfs van verontwaardiging is geen sprake.

In de staat Sonora is niets meer over van de vruchtbare, groene heuvels die de staten Michoacán, Jalisco en Nayarit sieren. De zon brandt op de rotsen en de enorme cactusplanten in de droge, gele vlaktes. Zo nu en dan rijdt de bus door een dorp, waar in de straten steeds vaker grote Amerikaanse auto's rijden. Apotheken heten niet meer 'farmacia', maar 'drugstore'.

Manuel, die naarmate de reis langer duurt steeds meer rum is gaan drinken, ligt te slapen. Zijn vrouw Juana staart eindeloos uit het raam. Zij wil niet terug naar de VS en maakt zich zorgen om haar moeder. “Het liefst zou ik in Mexico blijven om voor haar te zorgen, maar dat kan niet. Ik moet werken want anders kunnen mijn kinderen niet naar school. Ach Mexico, wat zou ik hier graag blijven, dit land is zo mooi. Maar God is ons vergeten, Hij voelt meer voor de gringo's dan voor ons.”

Bij de grensplaats Mexicali springen de jonge, steile bergen van de Sierra de Juárez opeens in het oog. Om in Tijuana te komen, moet de bus de beruchte weg door de bergen afleggen. In het kale dal liggen honderden verongelukte auto's en bussen. Het valt stil in de bus. De videofilm met Arnold Schwarzenegger draaft door, maar niemand heeft er aandacht voor.

Arnaldo kijkt gespannen naar het uitzicht. “Als ik nu nooit meer terugkeer naar Mexico, hoef ik hier ook nooit meer door heen te rijden”, zegt hij ernstig. Hij gaat pas weer zitten als de bergketen achter de bus ligt.

Vlak voordat de bus aankomt in Tijuana, grijpt Juana nog even snel haar opmaakdoos. In de hobbelende bus ververst zij de lippenstiftlaag en trekt zij een zorgvuldig lijntje met haar oogpotlood. Enkele uren later baggert ze door de Tijuana-rivier, die dient als open riool voor het grensgebied. De grensoversteek in het centrum van Tijuana durft ze niet aan, omdat het daar krioelt van de Amerikaanse grenspolitie. Dan maar via de rivier. Het lukt haar niet haar 'I love California' T-shirt schoon te houden.

Rond een uur of acht 's avonds hebben tientallen 'indocumentados' zich al verzameld bij de muur. Dat deze manier om de grens over te steken even gangbaar is als de legale, blijkt uit de aanwezigheid van verschillende straatverkopers. “Gisteren kostte een biertje hier nog een peso minder”, klaagt Mario, een jongen die al voor de derde avond achtereen over de muur moet klimmen. “Als de migra (zoals de Amerikaanse grenspolitie onder de immigranten heet) me nog een keer terug de muur over zet, kan ik geen bier meer betalen.” Een vriend lacht hem uit: “Je bent ook gewoon te bang om nuchter over te steken.”

De sfeer bij de muur is verbazingwekkend ontspannen. Een aantal mannen houdt de bewegingen van de grenspolitie bij door te gluren door de gaten in de muur. Aan Amerikaanse kant zwaaien grenswachters af en toe uitdagend naar de jonge Mexicaanse hoofden die om de zoveel minuten over de rand van de muur verschijnen. Wie het dringende belang dat Manuel en Juana of Carlos en Marina vanavond met succes de grens oversteken niet kent , zou denken dat het hier om een spel gaat.

Toch krijgen mensenrechtenorganisaties in San Diego en Tijuana steeds vaker klachten over het gedrag van de Border Patrol, dat grover zou worden. Zij vermoeden dat de grenspolitie zich gesterkt voelt door de massale steun in Californië voor het omstreden wetsvoorstel 187. Dit wetsvoorstel, dat inmiddels is geblokkeerd door twee Californische rechters, was bedoeld om illegale migranten de toegang tot gratis onderwijs en gezondheidszorg te ontzeggen.

Naarmate de avond vordert, en de groep wachtende migranten groeit, wordt de sfeer gespannen. Marina is bang voor de bekende polleros, die onervaren migranten de grens over begeleiden en deze vaak beroven. “Ik krijg het benauwd van die mannen”, zegt ze kwaad tegen Carlos die steeds met de polleros loopt te lachen en niet helemaal vrijwillig sigaretten uitdeelt. Arnaldo houdt verlegen afstand en volgt gespannen de kringen die de helikopter in de avondlucht maakt.

Plotseling fluit iemand bij de muur hard. Tientallen mannen rennen pijlsnel op de muur af en beginnen tegelijk te klimmen. Carlos, Marina en Arnaldo volgen. De Border Patrol is bezig met de wisseling van de wacht en dat is hét moment om de sprong te wagen. Even lijkt het erop dat Carlos en Marina niet snel genoeg zijn: Marina valt twee keer half achterover wanneer haar man haar een opstap geeft, want de muur biedt weinig houvast.

Iets verderop strompelt Arnaldo de muur op. Eenmaal boven, aarzelt hij. Hij is bang om te springen. “Schiet op, eikel”, sist iemand achter hem. Arnaldo slaat een kruis en springt. Door een gat in de muur zijn nog slechts de hielen van zijn witte gymschoenen te zien, totdat hij hollend verdwijnt in de Amerikaanse nacht. Manuel, Juana, Carlos, Marina en Arnaldo zijn diezelfde avond veilig aangekomen in Los Angeles en San Diego.