'Geen veiligheidszone in Noord-Irak'; Turkije wil kwestie van de Koerden verder zelf oplossen

ANKARA, 8 APRIL. Turkse regeringsvertegenwoordigers hebben deze week onderhandeld met Masoud Barzani, de leider van de Koerdische Democratische Partij (KDP), over de manier waarop de Turks-Iraakse grens in de toekomst beter kan worden beveiligd. De Turkse minister van buitenlandse zaken, Erdal Inüon, en vice-premier Hikmet Çetin lieten deze week in Washington en Londen lieten weten dat de militaire operatie in Noord-Irak “binnen enkele weken wordt beëindigd”.

Turkije vroeg aanvankelijk om hulp uit het buitenland. Maar het wordt nu steeds duidelijker dat Turkije niet het idee heeft dat een internationale legermacht in de Turks-Iraakse grensstreek moet worden gestationeerd om de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) te verhinderen zich opnieuw in de regio te nestelen. Van daaruit voert de organisatie gewapende aanvallen uit op burger- en militaire doelen in Zuidoost-Turkije.

Bovendien wordt in Ankara onderstreept dat men niet de intentie heeft om op eigen houtje een clandestiene veiligheidszone in Noord-Irak te creëren zo gauw de legermacht van 35.000 Turkse troepen zich terugtrekt. De voorstellen gaan meer in de richting van een nieuw samenwerkingsverband met de belangrijkste Iraaks-Koerdische groeperingen. Dat zou zowel in het belang zijn van de overwegend Koerdische bevolking in Noord-Irak als Turkijes nationale veiligheid waarborgen.

De indruk is evenwel dat de delegatie van het Turkse ministerie van buitenlandse zaken donderdag met vrijwel lege handen uit Noord-Irak is teruggekeerd. Men had alleen met Barzani gesproken, wiens partij feitelijk het noordelijke gedeelte van Iraaks-Koerdistan controleert. Een ontmoeting met Jalal Talabani van de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK) was als gevolg van gevechten tussen PUK en KDP niet mogelijk. Bovendien had het gesprek met Barzani vooral een verkennend karakter. De KDP-voorman is nog steeds teleurgesteld dat Turkije hem van tevoren niet van het militaire offensief, dat op 20 maart werd ingezet, op de hoogte had gesteld.

De onderhandelingen tussen Turkije en de Koerdische partijen in Noord-Irak worden de komende tijd in Ankara voortgezet. Het is vrijwel uitgesloten dat Barzani en Talabani - daartoe uitgenodigd door Turkije - daar zelf aan zullen deelnemen. Daarvoor is de chaos in Noord-Irak te groot. In die gesprekken moeten nader worden uitgewerkt hoe de samenwerking, of coördinatie, in de praktijk gestalte kan krijgen. Barzani vindt dat het primair een taak van de Koerden in Noord-Irak zelf is om hun kant van de grens te beveiligen, terwijl Turkije dat op zijn beurt aan zijn kant zou moeten doen. Een dergelijk plan kwamen de beide partijen in 1992 overeen, zonder dat het daadwerkelijk tot een inperking van de PKK in Noord-Irak leidde. Naarmate de strijd tussen de rivaliserende KDP en de PUK intensiveerde, ontstond in de grensstreek een machtsvacuüm waar de PKK wel bij voer.

Hier en daar wordt in Turkije dan ook geopperd dat de 35.000 man troepen zich in enkele weken tijd niet volledig uit Noord-Irak zullen terugtrekken. Enkele duizenden goed getrainde commando-troepen, zouden, als een soort overgangsregeling, zeker tot augustus op enkele strategische punten in de Turkse-Iraakse bergstreek blijven. Dezen zouden dan de PKK, die al ruim 10 jaar lang strijdt voor een onafhankelijk Turks-Koerdistan, moeten verhinderen de regio opnieuw als uitvalsbasis te gebruiken.

Hetzelfde valt af te leiden uit de woorden van Cenk Duatepe, het hoofd van het veiligheidsdepartement op het ministerie van buitenlandse zaken, na afloop van zijn bezoek aan Noord-Irak: “We denken dat het het beste is dat de lokale groeperingen het de PKK onmogelijk maken om zich in Noord-Irak te vestigen. Wij zijn bereid hun daarbij van alle mogelijke soorten van ondersteuning te voorzien.” Anderen hebben juist de indruk dat Turkse troepen niet aan de Iraakse kant van de grensstreek blijven, maar dat Ankara het recht opeist om op elk gewenst moment Noord-Irak opnieuw binnen te vallen. Die eis zou de Iraakse Koerden ertoe dwingen om, als ze verdere Turkse inmenging willen vermijden, de zaakjes aan hun kant van de grens goed voor elkaar te hebben.