Foto

Edward Quinn: A Cote d'Azur Album

200 blz., Scalo 1995, ƒ 79,25

Sophia Loren in haar hotelkamer, 1955. De foto is gemaakt door Edward Quinn, een Ier die kort na de oorlog neerstreek aan de Cote d'Azur, de speeltuin van filmsterren, artiesten en al dan niet afgegleden aristocratie.

Een paparazzo zou je Quinn nu noemen. Maar als er iets opvalt aan zijn foto's dan is het wel dat ze in niets lijken op die met ellebogen en grote mond gemaakte beelden die we nu met het genre associeren. Quinns foto's zijn niet haastig, grofkorrelig en telelenzerig, maar gewoon mooi.

Dat is zijn verdienste, maar het heeft ook te maken met de tijd, schrijft Martin Heller, samensteller van het boek waarin Quinns oeuvre aan de vergetelheid wordt ontrukt. In de jaren vijftig was het fotograferen van celebrities nog een spel en geen big business waarin de dienst werd uitgemaakt door bodyguards en pr-agenten. Vandaar dat het er allemaal vreselijk ontspannen aan toe gaat in dit familiealbum met Tina en Ari Onassis, Elizabeth Taylor en Mike Todd, Marlon Brando en Gregory Peck, prins (nu keizer) Akihito, Haile Selassie en Winston Churchill (met Gauloise in plaats van sigaar!). Niemand kijkt betrapt, laat staan kwaad. Alleen Brigitte Bardot bedekt haar gezicht als ze Quinn ontwaart.

Het is 1959, ze begint beroemd te worden en wil voortaan alleen nog gefotografeerd worden door haar eigen fotograaf: het Grote Geld begon de dienst uit te maken. Enkele jaren eerder was Quinn uitverkoren om als enige de door Paris Match gearrangeerde eerste ontmoeting van Grace Kelly en prins Rainier van Monaco te fotograferen. (Rainier kwam te laat, en Quinn fotografeert Kelly blasé rondhangend in een hal behangen met vaandels, sabels en geweren.) Maar op het huwelijk werd Quinn buiten de deur gehouden. Voor hem raakte de lol er af en hij trok zich terug.

De foto's zijn op zichzelf al anekdotes, maar Heller voegt er in zijn tekst hier en daar nog eentje aan toe. Deze uitspraak van Zsa Zsa Gabor bijvoorbeeld: “Ik ben een uitstekende huishoudster. Iedere keer als ik ga scheiden, hou ik het huis.”