Ex-voorzitter Bouwens kan niet wennen aan mentaliteit van profvoetbal; 'Crisissfeer bij FC Utrecht verdwijnt nooit'

In februari gaf Cies Bouwens (66) al te kennen dat hij het voorzitterschap bij FC Utrecht wilde beperken tot één seizoen. Hij heeft zijn functie nu reeds overgedragen aan zijn beoogde opvolger Jan van de Kant. Het verhaal van een amateurbestuurder die in het profvoetbal zijn ogen uitkeek.

UTRECHT, 8 APRIL. Eigenlijk was hij voor drie jaar aangesteld. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Twintig jaar bestuurde hij de omni-vereniging UVV en daar heeft hij zijn hart aan verpand. De navelstreng met de amateurclub is nooit verbroken geweest. Elke zaterdag vervulde hij trouw als altijd de taak van leider van de A 1 van UVV.

Na het laatste fluitsignaal racete hij dan naar De Galgenwaard om de jeugd van FC Utrecht te bekijken. De volgende morgen zat hij al weer om negen uur koffie te drinken in de UVV-kantine. Daar vertoefde hij tot één uur, want dan werd het tijd aan de verplichtingen bij FC Utrecht te voldoen.

Op een goede zondagmiddag in de winter realiseerde hij zich dat dit dubbelleven hem niet meer beviel. “Ik stond op het complex van UVV de bus met spelers uit te zwaaien. Toen dacht ik spijtig: Ik kan niet mee, waar ben ik eigenlijk mee bezig?”

Aan de sfeer en de mentaliteit van het profvoetbal heeft Bouwens, een gepensioneerde directeur bij Unilever, nooit kunnen wennen. “Je mist de betrokkenheid in het betaalde voetbal. Het is veel zakelijker. FC Utrecht is een bedrijf en door de week een kil gebeuren. Bij UVV kun je elke dag tot middernacht met iedereen babbelen of een potje kaarten. De emoties die je aan zo'n club binden, kon ik niet opbrengen in De Galgenwaard. Als FC Utrecht scoort staat de burgemeester met tranen in z'n ogen te juichen. Als ik dat zie dan denk ik: blij ben ik ook wel, maar zo juichen gaat me toch te ver. Bij UVV voel ik dat heel anders. Afgelopen weekeinde speelde UVV de derby tegen koploper Holland. Ik heb bijna ieder kwartier aan de lijn gehangen voor de tussenstand.”

Het spreekt voor zich dat hij zondag na afloop van Utrecht-RKC onmiddellijk vertrok om de overwinning van UVV te vieren. Al die plichtplegingen in het betaalde voetbal, zoals het opvangen van de scheidsrechter voor de wedstrijd, vond hij eigenlijk maar een ramp. “Hoewel ik met die mensen best goed kon opschieten. Maar de ongedwongen sfeer bij UVV spreekt me meer aan dan dat formele gedoe bij FC Utrecht. Vroeger had ik op mijn werk ook al een hekel aan cocktailparty's.”

In het betaalde voetbal werd hij wekelijks geconfronteerd met topmanagers die uit hobby een club besturen. Hij knapte soms af op hun mentaliteit, de goeden, zoals in zijn ogen Jos Staatsen, uitgezonderd. “Neem nou Michael van Praag. Ik liet hem voor Utrecht-Ajax onze nieuwe business-ruimte zien, die anderhalf miljoen gulden heeft gekost in plaats van de aanvankelijk begrote acht tot dertien miljoen. Hij zei: 'Onvoorstelbaar Cies, dat je dit met zo weinig middelen voor elkaar hebt gekregen'. De volgende dag lees ik in de kranten dat Van Praag er schande over had gesproken dat er voor Ajax-supporters slechts vierhonderd kaarten beschikbaar waren. Daar kon ik inkomen. Maar hij zei erbij dat ik die mening deelde, terwijl we er geen woord over hebben gewisseld. Dan Feyenoord-voorzitter Jorien van den Herik. Die man vond het hier ook fantastisch. Maar in de RTL-studio hoor ik hem een paar dagen later zeggen: 'FC Utrecht? Heeft dat wel een bestuur?' Ik vraag me dan af: die mensen hebben het toch helemaal niet nodig om Utrecht een trap na te geven?”

Natuurlijk had Bouwens ook zijn eigen, interne strubbelingen. Het voortijdige vertrek van Leo van Veen bijvoorbeeld. “Dat lag voor mij nogal moeilijk. Ik ken Leo al vanaf dat hij nog een jochie was. Op 1 januari heb ik op persoonlijke titel gezegd dat zijn contract zou worden verlengd. Het bestuur heeft dat besluit uitgesteld tot 1 maart en toen hadden we uit zestien wedstrijden slechts zeven punten. Dat is weinig. Zakelijk gezien vond ik het een juist besluit dat Leo eerder is opgestapt. Uit loyaliteitsgevoel had ik er wel moeite mee dat mister Utrecht op deze wijze afscheid moest nemen. Maar Utrecht is een bedrijf. Het viel me wel tegen dat de mensen die hebben gevochten voor de komst van Van Veen, hem zo makkelijk weer lieten vallen. Dat hij nu nog steeds in De Galgenwaard rondhangt vind ik niet verstandig.”

Bouwens werd naar De Galgenwaard gehaald als crisismanager. Dat was nodig, want bij de club bemoeien sponsors, business-seathouders en supporters zich voortdurend met het beleid. “Die mensen schreeuwen met de beste bedoelingen hun mening van de daken. Dat geeft voor de buitenwereld de indruk dat er altijd wat aan de hand is binnen de club. Persoonlijk heb ik dat niet als gedonder ervaren. Als iemand problemen heeft kan hij die met het bestuur bespreken en dan zoek je naar een oplossing.”

Nu wordt Bouwens verweten dat hij FC Utrecht in een moeilijke fase achterlaat. “Ik weet dat de strijd om de macht weer begint. Die crisissfeer zal bij FC Utrecht nooit verdwijnen. Dat hoort bij de club. Als ik volgend jaar was vertrokken, zou de situatie hetzelfde zijn geweest.”

Enigszins tegen de stroom in, wist Bouwens met zijn twee bestuurders overigens wel wat tot stand te brengen. Trots toont hij de nieuwe business-ruimte. Zijn bestuur begon verder vorig jaar zomer met het oprichten van een investeringsfonds voor de spelersgroep. Achteraf moet hij toegeven dat de prestaties ver onder de verwachtingen zijn gebleven. Voor de middellange termijn werd het contract met hoofdsponsor Amev voor twee jaar verlengd en dat levert Utrecht anderhalf miljoen gulden per jaar op, plus nog een ton voor de jeugd.

Bouwens stond veertig jaar geleden aan de wieg van het betaalde voetbal. De oprichters van de wilde bond NBVB vroegen hem directeur te worden van de profclub Utrecht. Toen hij een baan als leerling-vertegenwoordiger kreeg bij Unilever moest hij niet alleen zijn kruidenierszaak opgeven maar ook de onbezoldigde voetbalfunctie, want die was immers 'besmet'.

Na veertig jaar is de cirkel even rond geweest. Nu kan Bouwens zich weer wijden aan UVV. Hij zal de amateurclub helpen met de verhuizing naar een complex in de wijk Leidsche Rijn. Uit een portefeuille gritst de voorzitter twee foto's. Op de ene heft hij het glas met ex-UVV'er Marco van Basten, gedateerd München '88, op de ander staat hij omarmd met een langharige junior, John van Loen. “Erik Tammer en Jan Willem van Ede komen ook van UVV. Ik wil alleen maar even aangeven hoeveel talent er in deze regio rondloopt. Dat moet het nieuwe kapitaal worden van FC Utrecht.” En tenslotte doet Bouwens een voorspelling: “Ik verwacht dat Marco van Basten binnenkort met zijn vrienden bij Holland voetbalt.”