Een heel geslaagde fout

De beroemdste geslaagde fout uit de oogheelkunde vieren we vandaag en wel haar tweehonderdvijftigjarig jubileum!

Jacques Daviel deed op 8 april 1745 in Marseille zijn zoveelste staarsteek, bij de arme broeder Felix, die zijn rechteroog al had verloren door een mislukte staarsteek. Toen prikte Daviel zijn haarscherpe staarnaald in het linkeroog om de troebele lens achter de pupil naar beneden te duwen, maar de lens brak. De voorste oogkamer, de ruimte achter het hoornvlies, vulde zich met brokken van de lens en met bloed. Daviel moest de ingreep afbreken. Gelukkig herinnerde hij zich toen dat Jean-Louis Petit, in 1708, een lens die bij een staarsteek in de voorste oogkamer was gevallen, via een snee in het hoornvlies had verwijderd, met succes. Dus Daviel besloot “het doorzichtige hoornvlies te openen, om het bloed en de stukken staar uit de voorste oogkamer te verwijderen”. Het lukte, maar het oog, waarmee de patiënt meteen na de operatie weer kon zien, ging twee dagen later door verettering verloren. Het proces van wondinfectie was onbekend. De verettering legde Daviel met een mooi beeld uit: “het oog was te moe geweest.”

Daviel besloot toen voortaan bij staar de lens niet meer achter de iris naar beneden te drukken, maar meteen via de voorste oogkamer te verwijderen. De eerste vijf gevallen gingen goed, de eerste patiënte was na twee weken genezen. Maar toen kwamen er complicaties. Daviel kwam op zijn besluit terug, hij vond de methode van het verwijderen van de lens te gebrekkig.

Tot hij op 8 april 1747 bij de kapper en pruikenmaker Garion, wiens linkeroog door een staarsteek verloren was gegaan, het rechteroog met een staarsteek wilde behandelen. Het lukte hem niet de lens naar beneden te duwen, de lens brak. Hij verwijderde toen de stukken van de lens uit de ruimte achter de iris, weer door een snede in het hoornvlies. Toen begon Daviel opnieuw staar volgens plan te verwijderen, “eerst in enkele gevallen om mij er geleidelijk aan te wennen”.

Maar in de herfst van 1750 besloot hij staar alleen nog maar door verwijdering van de lens te opereren.

Al in 1752 gaf Daviel twee lezingen voor de Académie Royale de Chirurgie in Parijs. In april meldde hij zijn techniek van verwijdering van de lens en in november bij zijn voorgeschreven tweede lezing, gaf hij zijn nieuwste resultaten: van 206 lens-extracties waren er 182 gelukt, 88% dus!

Het uitnemen van de troebele lens is de klassieke operatie bij staar geworden. De stap die Daviel zette was revolutionair en kostte hem zeven en een half jaar. In die tijd vervolmaakte en vergeleek hij de conventionele staarsteek en het wegnemen van de troebele lens. Dit deed hij, onvermoeibaar, ook door uitgenomen ogen van overledenen telkens volgens één van beide methoden te behandelen en daarna de anatomische resultaten ervan nauwkeurig te bekijken.

Twee eeuwen later vroeg een student de oogarts Ridley in Londen: “Waarom zet u na lensuitname geen lensje ìn het oog?”

Dat deed Ridley, op 29 november 1949.