Echte parentijgers

Het Europees Kampioenschap bij de open paren dat onlangs in Rome werd gehouden kende heel wat spannende momenten. Dat gold niet zo zeer de strijd om het goud. Want halverwege de drie dagen durende finale werd het duidelijk dat het wel heel gek moest lopen indien Kryzsztof Lasocki en Piotr Gawrys uit Polen niet zouden winnen. Hun voorsprong, mede gevoed door een forse carry-over uit de halve finale, was toen al immens.

Nee, ik doel meer op de spellen zelf waar af en toe de vonken vanaf sprongen. Inherent aan paren trouwens. Bij deze wedstrijdvorm kan je nooit op je lauweren rusten, moet je vechten voor elke deelscore, elke slag. En dat maakt paren juist zo charmant. Echte parentijgers zijn bereid hun leven te wagen.

Mijn partner Jan Jansma is zo iemand. Beheerst die kunst als geen ander. Een mooi voorbeeld. U zit in de finale van het EK en speelt tegen twee gerenommeerde Fransen. Links van u zit Christian Mari. Professional. Oudwereld- en Europees kampioen. In Frankrijk is hij de expert. Speelt met Robert Reiplinger, een niet onbemiddelde advokaat uit Parijs. Was ooit betrokken bij een groot beursschandaal in Frankrijk. Zoekt verstrooiing in het bridge. Het mag een paar centen kosten. Vormt graag partnerships met topspelers. Speelt zelf ook niet zo slecht. In de Divison Nationale komt hij met de grote jongens heel aardig mee. Ondertussen raapt u, met niemand kwetsbaar, een totaal oninteressante kaart op.

Schoppen1032 HartenVB87 RuitenV97 Klaver1042

Rechts begint met pas, u past ook, terwijl Mari in de derde hand met 1Ruiten opent. Partner past en Reiplinger biedt 2Ruiten, wat bij de Fransen nog vrij sterk is. U past, Mari past, maar nu Jansma: 3Klaver. Reiplinger haalt de onvermijdelijke doubletkaart uit zijn biddingbox. U kunt geen kant meer op en past. Krampachtig probeert u uw ergernis over de aanstaande nul te maskeren. Jansma, die het zichzelf heeft aangedaan, mag aan de slag: Noord Schoppen 1032 Harten VB87 Ruiten V97 Klaver 1042

Zuid

Schoppen V96 Harten A52 Ruiten AB Klaver V9853 West, Reiplinger start met Ruiten5. In een oogwenk taxeert Jansma het aantal downslagen: minstens twee in schoppen, één in harten en vermoedelijk drie in klaveren. Min driehonderd (twee down gedoubleerd) betekent een ronde nul, want voor OW zit er geen manche in. De eerste slag loopt door naar de boer. Jansma speelt een troefje op naar dummy, west neemt voor met de boer. De nagespeelde ruiten is voor het aas en nu speelt Jansma KlaverV! Reiplinger aarzelt een ogenblik en legt dan troefheer, waar zijn maat het aas op deponeert. Jansma is door deze opmerkelijke manoeuvre erin geslaagd het aantal troefverliezers tot twee te beperken. En omdat SchoppenB goed zit, gaat hij maar één down voor een aantrekkelijke 67,5 procent; OW halen immers al gauw 120 in sans en 110 in ruiten: Noord Schoppen 1032 Harten VB87 Ruiten V97 Klaver 1042 West Oost Schoppen A75 Schoppen HB84 Harten H109 Harten 643 Ruiten 5432 Ruiten H1086 Klaver HB6 Klaver A7 Zuid Schoppen V96 Harten A52 Ruiten AB Klaver V9853 Trouwens over risico's nemen gesproken. Halverwege de laatste dag van de finale kwamen we tegen Lasocki en Gawrys te spelen. Zoals gezegd, de twee waren toen al vrijwel zeker van goud, dat ze aan het eind van de dag inderdaad in ontvangst konden nemen. Een staaltje van hun agressieve aanpak: Oost gever Noord Allen kw. Schoppen AV Harten 10942 Ruiten 953 Klaver AB105 West Oost Schoppen B75 Schoppen 98642 Harten HV3 Harten AB85 Ruiten A72 Ruiten HV86 Klaver 9874 Klaver - Zuid Schoppen H103 Harten 76 Ruiten B104 Klaver HV632 West Noord Oost Zuid

Jansma Gawrys Van Cleeff Lasoscki

pas pas pas 1Klaver dbl rdbl pas pas 1Schoppen 1SA 2Schoppen dbl pas pas pas Enige toelichting is hier wel op zijn plaats. Gawrys wilde in de vierde positie zijn hand niet weggooien en opende met een Poolse klaveren (voorbereidende klaveren, de Polen openen vijfkaarten hoog). De pas van Jansma over redoublet werd door mij gealerteerd als zijnde 'something in clubs', niet helemaal bezijden de waarheid zoals u ziet. Toen wij daarna in 2Schoppen belandden had Gawrys klaarblijkelijk het idee dat zijn partner minder klavers en meer verdediging moest hebben, vandaar zijn vederlicht doublet. Ik maakte dromend twee overslagen en de nul ging voor de verandering eens richting Warschau.

Een van de opmerkelijkste deelnemers in Rome was Anna Nielsen uit IJsland. De dertienjarige Anna speelde samen met haar vader Gudlaugur Nielsen. Haar (Zwitserse) tegenstander maakte op dit spel kennis met het raffinement van het Viking meisje: Noord gever Noord Niemand kw. Schoppen 963 Harten 9753 Ruiten H1062 Klaver A7 West Oost Schoppen AH84 Schoppen V1052 Harten HB2 Harten V Ruiten 74 Ruiten VB93 Klaver B642 Klaver HV93 Zuid Schoppen B7 Harten A10864 Ruiten A85 Klaver 1085

West Noord Oost Zuid

Anna Gudlaugur

pas 1Ruiten pas 1Schoppen pas 2Schoppen pas 4Schoppen pas pas pas De kunst is om in 3SA te komen. Dat lukte maar weinigen. Het gros van het veld zat in 4Schoppen, waarin de vier voor de hand liggende slagen werden afgegeven.

Tegen de 4Schoppen van Anna Nielsen startte noord troef. De leider nam in de hand, speelde harten naar de vrouw, die zuid nam. De nagespeelde troef nam Anna weer in de hand, waarna ze op de twee hoge harten klaveren weggooide van tafel. Ze ging door met klaveren, genomen door noord, die voor de derde keer troef inspeelde voor de vrouw op tafel. Anna incasseerde de hoge klaveren van dummy en vroeg om RuitenV, waarmee ze de suggestie wekte te snijden op RuitenH. Toen zuid klein volgde, leek er maar een mogelijke kans van slagen: ook noord moest duiken. Maar neen, hij nam RuitenH, doch in de war gebracht door het rookgordijn dat Anna met haar afspel had gelegd, dacht noord dat hij vrijelijk harten kon naspelen. Hij kreeg meteen spijt. Anna Nielsen gooide op de harten een ruiten uit de dummy weg en daarna nog eens twee ruiten op KlaverB en de vierde klaveren. Zo had de jonge IJslandse als bijna de enige tien slagen gemaakt in 4Schoppen.