Deutsche Telekom achter plan voorsprong te nemen op Nederlandse regels; Nieuw net mobiele telefonie op komst

ZOETERMEER/DEN HAAG, 8 APRIL. GSM Nederland, de afgewezen kandidaat voor concurrentie met PTT Telecom in mobiele digitale telefonie (GSM), onderneemt een tweede poging. Het bedrijf ontwikkelt plannen om binnen twee jaar een nationaal netwerk te bouwen voor mobiele telefonie volgens de zogeheten DCS 1800-standaard.

Dr.ir. Peter Langendam, algemeen directeur van GSM Nederland, zegt inmiddels 10 miljoen gulden toegezegd te hebben gekregen voor nadere uitwerking van zijn plannen. Namen van geldschieters wil hij niet noemen, buiten die van Deutsche Telekom, dat eerder optrad als belangrijkste financier bij de beoogde verwerving van de GSM-licentie.

Het DCS-plan is opmerkelijk omdat het ministerie van verkeer en waterstaat pas dit jaar begint met een studie naar de eisen die aan DCS-exploitatie moeten worden gesteld. Het departement is van plan op termijn van zo'n twee jaar één of meer vergunningen voor DCS-1800 netten te verstrekken ter bevordering van concurrentie in telecommunicatie. Een tender-procedure daarvoor is voorzien voor 1996.

DCS 1800 is een Europese telecommunicatiestandaard voor digitale mobiele telefonie in dichtbevolkte gebieden. Het zendvermogen van het systeem is geringer dan bij GSM, waardoor de afstand tussen telefoon en basisstation kleiner blijft. Voordeel van DCS 1800 tegenover GSM is dat de eerste zuiniger met frequenties omgaat en dat batterijen in DCS-telefoons het langer uithouden. Nadeel is dat een landelijke DCS-net veel meer zendmasten vergt dan een GSM-net. Waar GSM Nederland 600 tot 700 miljoen dacht te investeren in een nationaal GSM-net, kan voor een landelijk dekkend DCS-net worden gerekend op ongeveer één miljard gulden.

Langendam wil zo spoedig mogelijk met de bouw van het net beginnen, om het in 1997 operationeel te kunnen hebben. Tegen die tijd moet Verkeer en Waterstaat bepalen wie DCS-diensten mag aanbieden. Langendam: “Hoe eerder je met zo'n net actief kan worden, hoe beter”.

Met het budget dat hem nu ter beschikking staat zegt de GSM-directeur al een zogeheten radioplanning te kunnen maken, afspraken te kunnen maken over zenderlokaties en andere voorbereidend werk te kunnen verrichten. Veel profijt heeft hij daarbij van (marketing-)plannen en draaiboeken die GSM Nederland - de naam dient nog te worden gewijzigd - eerder opstelde in de jacht op de GSM-vergunning. Zo had GSM Nederland principe-overeenkomsten met de ministeries van onderwijs, binnenlandse zaken en landbouw voor plaatsing van zenders op scholen, alarmsirenes en de brandtorens van Staatsbosbeheer.

Het geld dat nodig is voor daadwerkelijke uitvoering van zijn plannen dient te komen van een consortium dat hij “aan het rondmaken” is. Langendam zegt veel belangstelling te ondervinden, maar weigert concrete details te verschaffen. Deelname van een bank, telecombedrijf of leverancier van apparatuur sluit hij niet uit.

Volgens de algemeen directeur van GSM Nederland wegen de voordelen van een snelle start met DCS 1800 op tegen de risico's die zijn voortvarende aanpak herbergt. Als hij onverhoopt geen licentie in de wacht sleept voor exploitatie van het net, kan het nog altijd worden aangeboden aan degene die wel een vergunning krijgt, zegt hij.

Volgens de projectdirectie Toezicht Netwerken en Diensten (TND), deze maand op Verkeer en Waterstaat opgericht om onder meer 'marktgerichte uitvoerings- en toezichtstaken' op het gebied van telecommunicatie uit te voeren, is er weinig tegen de plannen van GSM Nederland in te brengen. Directeur drs. Hans Bakker: “Iedereen mag beginnen met de bouw van zo'n net. Als je tenminste toestemming kan krijgen om die masten neer te zetten. En je mag natuurlijk niet gaan zenden en kabels leggen op andermans grond.”

Dr. Ad Driedonks, waarnemend hoofd van de hoofddirectie telecommunicatie en post van het ministerie, zegt desgevraagd in initiatieven van DCS-gegadigden geen reden te zien de procedures te versnellen. Niet uit onwil, aldus Driedonks, maar door capaciteitsgebrek.

De snelle start met DCS 1800 is Langendam mede ingegeven door frustrerende ervaringen met de tenderprocedure voor de GSM-licentie. “Wat er nu uitgekomen is, spoort absoluut niet met de wens van de Kamer om snel èchte concurrentie te introduceren.” Als Nederland daadwerkelijk èn snel concurrentie wil, dan zal het straks moeilijk zijn een kant en klaar DCS-net ongebruikt te laten, veronderstelt hij.

Dat GSM Nederland (gevormd door Deutsche Telekom-dochter DeTeMobil, RCC, Telegraaf, MSI, SNT, Starke Diekstra, GTI, Fortis en bouwbedrijven Ballast Nedam, Kondor Wessels en BAM) de strijd om de GSM-licentie kon verliezen had Langendam ingecalculeerd. Maar dat MT2 zou winnen vindt hij een belediging voor elke voorstander van concurrentie in mobiele telcommunicatie. “MT2 heeft aangekondigd niet op prijs te willen concurreren. Ze gaat zenderlokaties met PTT Telecom delen en biedt pas over een paar jaar een landelijk net aan. Wij zouden 40 procent goedkoper worden dan PTT Telecom en al dit jaar landelijk actief zijn geworden.”

Langendam heeft een briefje naar de minister gestuurd met het verzoek om nadere toelichting over de GSM-tenderprocedure. Hij vraagt zich onder meer af welke criteria in welke mate doorslaggevend zijn geweest bij de keuze voor MT2. Niet dat hij gelooft dat de selectie nog valt terug te draaien, maar hij kan er in ieder geval lering uit trekken voor de DCS-tender.

Ook ziet Langendam uit naar het moment dat minister Jorritsma (verkeer en waterstaat) de Kamer zal nader informeren over haar keuze. Hij hoopt erop dat de Kamer teleurgesteld zal zijn over de selectie van een zo weinig agressieve partij als MT2 en zal aandringen op versnelling van de DCS-procedure. “Dat is voor ons van groot belang”, zegt hij. “Hoe meer tijd PTT Telecom en MT2 krijgen om goede zaken te doen, hoe lastiger een nieuwe concurrent het straks krijgt. En hoe langer het duurt voordat er een nieuwe aanbieder van mobiele telecommunicatie komt, hoe groter de achterstand van Nederland op dit gebied wordt. Snelle penetratie van een zo efficiënt communicatiemiddel als de mobiele telefoon is voor de Nederlandse economie van cruciaal belang.”