De chronische chaos van de financiële markten

GREGORY J. MILLMAN: The vandals' crown. How rebel currency traders overthrew the world's central banks

305 blz., The Free Press 1995, ƒ 48,30

Ze noemden hem Elvis. Want James Martignoni, valutahandelaar bij ABN Amro in New York, deed een gave imitatie van de rockzanger in de karaoke-bars van Manhattan. Hij was lang en aantrekkelijk, hij had lef en hij was verslaafd aan de handel in geld. De valutahandel is het grootste casino ter wereld, zei hij. Ervaring had hij niet, maar hij verdiende goed en de bank droeg hem op handen. En dan had 'Elvis' nog iets met zijn assistente Kristen, een antropologe die leesblind was en wel eens fouten maakte met het intikken van de getallen in de computer. Ze bezorgden ABN Amro een strop van zeventig miljoen dollar in 1992.

ABN Amro heeft zijn eigen 'Barings-affaire' gehad, maar had het geluk dat dit bedrijfsschandaal destijds buiten de bank onopgemerkt is gebleven. Barings, de deftige Britse zakenbank, ging vorige maand ten onder als gevolg van de speculaties van handelaar Nick Leeson in Singapore. De affaire-Elvis staat met hilarische nauwkeurigheid beschreven in de epiloog van The vandal's crown, een boek over de onweerstaanbare opkomst van financiële handelaren, geschreven door de Amerikaanse financiële journalist Gregory Millman. Millman heeft de betrokkenen geïnterviewd en geput uit de openbare stukken van de rechtszaak in New York die in 1993 leidde tot veroordeling van Martignoni wegens valsheid in geschrifte.

Martignoni had de risico's van zijn valuta-opties opgevoerd om een eerder verlies goed te maken - en hij verloor nog meer. Hij meldde wel dat hij een hogere waarde aan zijn optieportefeuille had toegekend, maar niemand lette daarop. Zijn baas las de rapporten niet en de accountants controleerden de boeken niet. Uiteindelijk gaf hij Kristen opdracht de cijfers rooskleuriger voor te stellen dan ze waren.

Kristen kreeg strafvermindering omdat ze met justitie meewerkte, Martignoni werd tot bijna twee jaar cel veroordeeld. De leiding van ABN Amro ging vrijuit. De baas van Martignoni werd ontslagen en kreeg een baan bij een andere Europese bank, de accountant werd bevorderd. De openbare aanklager gaf grif toe dat de bank het toezicht op de valutahandelaar had veronachtzaamd, dat de interne controle van de bank had gefaald. Maar ook als de deur wijd open staat, blijft diefstal een strafbaar feit.

“Vreemd”, schrijft Millman. “ABN Amro is een van de grootste en deskundigste banken in de wereld en een zeer gerespecteerde handelaar in valuta-opties. En toch konden een nieuwbakken handelaar met de bijnaam 'Elvis' en zijn leesblinde, onzekere assistente de grootste bank van Nederland een enorm verlies in opties bezorgen. Waar waren de controlemechanismes? Waar was de behoudende Nederlandse bankiersdiscipline?” Het antwoord op die vragen geeft Millman enkele bladzijden eerder: “Het financiële systeem van tegenwoordig is efficiënter dan het ooit in de geschiedenis is geweest, maar het is tegelijkertijd ook kwetsbaarder voor risico's dan het ooit eerder is geweest.” De waarde van vijf dagen valutahandel (een biljoen dollar per dag) staat gelijk met de jaaromzet van de handel in goederen en diensten in de wereld.

The vandal's crown werkt met grote helderheid naar de conclusie dat de financiële handelaren tegenwoordig de macht hebben. Ze oefenen controle uit over het enige dat er werkelijk toe doet in de economie: het kapitaal dat het kapitalisme draaiend houdt. Overheden hebben hun greep op de financiële handel verloren. De wereldwijde integratie van markten, de elektronische snelheid van computers en het gebruik van modellen die zijn ontleend aan de quantum-natuurkunde en de niet-lineaire wiskunde hebben de handelaren in derivaten, het moderne speelgoed van de financiële markten, een ongeëvenaarde positie gegeven. “Niemand begrijpt meer hoe het financiële systeem werkt”, stelt Millman vast. De autoriteiten, de directies van bedrijven en banken en de toezichthouders hebben afgehaakt. Millman spreekt van een financieel stelsel met de explosieve kracht van kernenergie.

Ontleding

De handelaren oefenen hun woeste macht uit, zoals de Vandalen in de vijfde eeuw. Recente voorbeelden zijn de crisis van Mexico, het bankroet van het schatrijke district Orange-county in Californië, de geslaagde aanval op de munten van het Europese Monetaire Stelsel. Of de verliezen van Procter & Gamble, van Metallgesellschaft en Showa Shell op financiële contracten. Zelfs de banken waar de almachtige handelaren werken, kunnen het slachtoffer van de financiële alchemie worden. Zie 'Elvis' bij ABN Amro New York of Nick Leeson bij Barings in Singapore.

Achter de stevige uitspraken van Millman gaat een genuanceerde analyse schuil, een leesbare ontleding van de financiële wereld. De hoofdlijn van het betoog - hier en daar worden wel erg veel zijpaden bewandeld - is dat niet de markten verantwoordelijk zijn voor de chronische chaos in de internationale financiële markten, maar de overheden die steeds opnieuw proberen het publiek te belazeren met de waarde van het geld. Daarvan maken de handelaren gebruik. “Eeuwenlang hebben overheden vertrouwd op hun macht om (hun onderdanen) te misleiden en te overvallen met hun monetaire en economische beleid. Nu hebben de handelaren zulke scherpe elektronische ogen, dat het niet langer mogelijk is voor overheden om ze te verrassen”, schrijft Millman.

Luchtbel

Dit is het eigenlijke verhaal van The vandal's crown, de verschuiving van de macht van de overheden naar de markten. De geschiedenis is vol van pogingen om de waarde van de munt te verminderen en meer geld in omloop te brengen. Vroeger deden koningen dat om oorlogen te voeren, in de twintigste eeuw kwam daar het argument van stimulering van de economie en werkgelegenheid bij. Allerlei barrières zijn opgeworpen om deze geldontwaarding te stoppen en ze zijn vroeg of laat bijna allemaal mislukt. Nu heeft de elektronische markt het heft in handen genomen.

De macht over de schepping van geld, dat wil zeggen over deflatie (een harde munt) of devaluatie (een zwakke munt) is al eeuwenlang een strijdpunt. De golfbewegingen in de geldschepping hebben de geschiedenis veel meer vorm gegeven dan gewoonlijk wordt beseft. Ter illustratie hiervan gaat Millman terug naar 1720. In dat jaar beloofde John Law, een Schotse financiële avonturier, in Parijs de oplossing te hebben voor de schulden die de zonnekoning Lodewijk XIV in Frankrijk had nagelaten. “Ik kan goud uit papier maken”, beloofde Law. Het was de eerste poging tot monetaire financiering. Daartoe creëerde Law een beleggingmaatschappij, de Mississippi Company, die van de Franse staat het alleenrecht kreeg op de handel met de Stille Zuidzee, China en de goudmijnen van Louisiana (toen Frans bezit). Dit was het begin van de handel in een speculatieve luchtbel: de koers schoot omhoog, iedereen wilde aandelen hebben en het geld stroomde binnen bij de staat. Toen de Mississippi Company een lege huls bleek te zijn, kwam een abrupt einde aan de speculatiedrift. John Law vluchtte, zijn poging om het geldaanbod in Frankrijk te verruimen was in een crash geëindigd. Millman: “Overheden hebben een prikkel om te liegen over de waarde van het geld en rationele mensen vertrouwen overheden niet. Daarom zijn particuliere markten tot ontwikkeling gekomen om burgers te beschermen tegen de misleidingen van de staat.”

John Locke

De strijd om de hardheid van de munt woedde met ongemene kracht in Engeland. Daar hield de politieke filosoof John Locke aan het einde van de zeventiende eeuw een pleidooi ter beperking van het recht van de Engelse koningen om de hoeveelheid goud en zilver in de munten te verminderen. Inflatie was het instrument van debiteuren, maar het standpunt van Locke - dat wil zeggen van de crediteuren - won: in de achttiende eeuw bleef de goudwaarde van het pond constant. Met de Napoleontische oorlogen en de financiering van de industriële revolutie werd de vaste waarde van het pond weer losgelaten. Na de overwinning bij Waterloo keerde Engeland, op aandrang van de econoom David Ricardo, terug naar de oude goudwaarde van het pond. Dit leidde tot een enorme deflatie en recessie. Het was het begin van de gouden standaard.

Met de onderbreking van de Eerste Wereldoorlog heerste de gouden standaard tot de depressie van de jaren dertig. Economieën groeiden en krompen naarmate een land over meer of minder goud beschikte, het volk betaalde de sociale prijs voor de rigiditeit van een stabiele munt. Na de Tweede Wereldoorlog volgde het stelsel van Bretton Woods waarin alle munten gekoppeld waren aan de dollar en de dollar zo goed was als goud. 'Bretton Woods' was een poging om met internationale financiële ordening een herhaling van de crisis van de jaren dertig te voorkomen. Het Internationale Monetaire Fonds moest voor de nodige stabiliteit èn flexibiliteit zorgen. De toenmalige debiteurenlanden (Groot-Brittannië) wilden een zo ruim mogelijke kredietverlening van het IMF, de crediteuren (de VS) eisten strenge voorwaarden voor geldschepping. Het IMF, zegt Millman, was een poging tot verzoening tussen 'John Law en de gouden standaard'.

De dollarschaarste die na de oorlog gevreesd werd, sloeg al snel om in een dollarovervloed. Dat ondermijnde het stelsel van Bretton Woods en na een aaneenschakeling van crises in de jaren zestig was president Nixon in 1971 gedwongen de gegarandeerde inwisselbaarheid van dollars in goud op te schorten. Amerika had liever een zachte munt dan een binnenlandse recessie. Millman geeft een nauwgezet verslag van die episode - en van de pogingen van De Gaulle om te proberen ten koste van de Amerikanen de gouden standaard te herstellen.

Terwijl het stelsel van Bretton Woods bezweek doordat de Amerikanen niet bereid waren de dollar op te krikken en de koersen nu waren overgeleverd aan vraag en aanbod, begon in Chicago de financiële revolutie. Daar werden de wapens gesmeed voor de definitieve aanval op de macht van overheden om markten naar hun hand te zetten. Chicago is sinds de vorige eeuw het centrum van de Amerikaanse handel in granen en vee. Deze markten zijn veel ruwer dan die van New York, waar de sjieke Wall Street-bankiers regeren. In Chicago heerst 'de rauwe democratie van de markten'. Uit de oude eierbeurs van Chicago ontstaat één van de machtigste financiële instituties in de wereld, de termijnmarkt voor valuta. Enkele jaren later ontwikkelt de beurs van Philadelphia zich tot de belangrijkste optiemarkt voor valuta.

Derivaten

Grote ondernemingen gebruiken de nieuwe instrumenten van de termijn- en optiebeurzen om hun risico's te beperken. Niet alleen de traditionele risico's ten aanzien van grondstoffenprijzen, maar ook nieuwe financiële onzekerheden zoals wisselkoersen, aandelenkoersen en rente, kunnen zo worden afgedekt. Er ontwikkelt zich van het begin van de jaren tachtig af een snel expanderende markt in zogenoemde derivaten, de handel in afgeleide financiële produkten.

De enorme macht die de financiële handelaren zich hiermee verwerven, blijkt begin jaren negentig uit de sloop van het Europese Monetaire Stelsel. In september 1992 worden de lire en het pond uit het wisselkoersmechanisme gewerkt, in augustus 1993 dreigt de franc te volgen en nog kort geleden richtte de aanval zich op de peseta. Iedere keer verliezen de overheden en winnen de financiële handelaren. De grootste partijen in de crises van het EMS waren overigens niet de 'speculanten' zoals de befaamde George Soros, maar grote bedrijven die tijdig hun kasposities veilig stellen. De grootste omzet in de aanval op de Franse franc kwam van Franse ondernemingen.

Nieuwe financiële instrumenten en nieuwe elektronische technieken geven de handelaren een veel grotere snelheid. Toch dekt de ondertitel van The vandal's crown. How rebel currency traders overthrew the world's central banks maar ten dele de lading van het boek: Millman maakt in zijn betoog juist duidelijk dat overheden enorme fouten in hun beleid kunnen maken - en daarop worden 'afgerekend'. Dat gebeurt meedogenlozer en sneller dan vroeger, maar het mechanisme is niet anders dan in de tijd van John Law.

Ook de inzet is niet veranderd: overheden zijn nog steeds niet te vertrouwen als het om de handhaving van de waarde van hun munt gaat. Italianen, Mexicanen, Zweden, Amerikanen, Russen en Argentijnen kunnen daarover meepraten. Die landen kiezen keer op keer voor de uitweg uit hun schulden door devaluatie, terwijl de lijn van Locke, een harde munt, in ere gehouden wordt door de Bundesbank. De financiële handelaren spelen ondertussen voor jury, aanklager en rechter. Daarbij vallen miljarden te verdienen - en te verliezen. Ook voor de handelaren zelf, zoals Leeson en 'Elvis' hebben laten zien. Gregory Millman heeft met The vandal's crown onontbeerlijke informatie geleverd om iets te begrijpen van wat zich in die wereld van het mega-geld afspeelt.