Boeren: schade wateroverlast tachtig miljoen

ROTTERDAM, 8 APRIL. De landelijke organisaties voor boeren en tuinders schatten de schade in de tuinbouw en agrarische sector als gevolg van de wateroverlast eerder dit jaar op tachtig miljoen gulden.

Bij het bureau Waterschade Agrarisch in Roermond zijn iets minder dan 3.700 meldingen binnen gekomen.

Tot nu toe zijn vijfhonderd taxatierapporten volledig afgewerkt, maar volgens de organisaties geven die geen goed beeld van de totale omvang omdat men eerst de eenvoudige en kleinere schades heeft verwerkt. De eerste schadevergoedingen zijn deze week uitbetaald. Tussen de 10 en 14 procent van de schade wordt veroorzaakt door evacuatiekosten.

Volgens voorzitter G.J. Doornbos van de federatie van land- en tuinbouworganisaties LTO-Nederland is het onder de boeren en tuinders nog lang niet rustig. “Bij bezoeken aan bedrijven voel je de spanning. Vooral de evacuatie van de gezinnen zelf, maar ook van de dieren, werkt heel lang na. De boeren en tuinders voelen zich slachtoffer, er is hun iets overkomen dat nooit had mogen gebeuren. Bovendien voelen ze zich in de steek gelaten door de politiek en de rest van het land.” Nog iedere dag worden boeren en tuinders volgens hem geconfronteerd met schade: oogst die mislukt, dieren die ziek worden of geen jongen krijgen. “Maar in het land overheerst het gevoel dat de boeren nu maar eens op moeten houden met zeuren. Dat ervaart men als oneerlijk”, meent Doornbos.

Doornbos zegt de eis van honderd procent, zoals eerder gehanteerd door het gelijknamige actiecomité nog steeds te steunen. Daarom wil LTO-Nederland over een maand of twee, zodra de meeste taxaties zijn afgewerkt, opnieuw met minister Van Aartsen van landbouw overleggen. In dat gesprek moet dan definitief het eigen risico voor de boeren worden vastgesteld. Volgens Doornbos zal dat zeker niet de 35 procent zijn die nu nog in de regeling wordt genoemd. De LTO-voorzitter beroept zich op een uitspraak van de Tweede Kamer in maart dat het eigen risico tot een nader te bepalen maximum moet worden afgetopt. Doornbos' collega D. Duyzer verwacht dat de schadevergoeding in individuele gevallen en in overleg met het ministerie steeds met duizend gulden per onderdeel omhoog kan worden gekrikt.

De schadeposten verschillen onderling enorm. Een boer in het getroffen gebied ontvangt een evacuatievergoeding van 75 gulden omdat zijn paard naar een andere stal is overgebracht. Bij een grote tomatenkwekerij is de schade voorlopig op iets meer dan een miljoen gulden vastgesteld. En daar moet rekening worden gehouden met een flinke vervolgschade, die pas over enige tijd precies kan worden getaxeerd. Iedere dag zijn tenminste veertig maar soms ook zestig taxateurs op stap om de schaderapporten op te stellen. Taxateur K. Vis, hoofd buitendienst van verzekeraar Hagelunie noemt de regeling bijzonder ingewikkeld. Hij en zijn mensen zijn dagen bezig geweest om de taxateurs de juiste instructies te geven. Momenteel bestaan er al vijftig verschillende richtlijnen voor het vaststellen van de diverse schadeposten. Noch voor schade aan sier- en laanbomen, noch voor de fruitbomen heeft men goede instructies kunnen opstellen. “Daarvoor ontbreekt eenvoudig de kennis. We raden iedere boer en tuinder aan om geen handtekening te zetten onder het schaderapport, zolang ze niet zeker van hun zaak zijn”, aldus Vis.