Blowen tot je scheel ziet; Vrije verkoop van softdrugs aan de schooljeugd loopt ten einde

In veel Nederlandse gemeenten is het softdrugs beleid omgeslagen. Zelfs Amsterdam begint een 'uitsterfbeleid' voor coffeeshops. Niet alleen om de overlast, maar ook om het lot van de blowende schooljeugd. Hasj roken, achterop raken, schoolverlaten, verveling en dus nog meer roken. De kentering in de cannabis. En: de oplossing van schoolhoofd Poetsema.

Grote palmplanten voor het raam sluiten de ruimte van de buitenwereld af. Geschilderd groeien ze door, over het plafond. “Kijk daar vliegt een gele valk”, wijst een meisje. Zes jonge gezichten tegen de achtergrond van een Caraïbisch zeelandschap. “Je hebt Australië al, dan kan je nu weg uit Afrika”, stoot Niels (17) het meisje aan. “Cool, laat me denken” zegt ze. “Vreemd hè, hoe vogels vliegen.”

Dobbelstenen rollen over het tafeltje. Traag verdelen ze de wereld op het Risk-bord. Kopje thee erbij, chocoladereep. Al sinds de middagpauze zitten ze hier. Niels bestelt nog wat lotusthee en voor een tientje weed. Hij rolt zijn sigaret dicht tegen het warme lichaam van zijn vriendin aan. Het wordt hun tweede joint vandaag. Nee, meer rookt hij niet, zegt Niels, overdag althans. “Ik hou er niet van mezelf out te blowen.”

Ze geven kopjes, strijken over elkaars haren. Een jongen maakt zijn huiswerk, verderop de hoofden gebogen over een schaakbord. Als een kluwen spinnende katjes brengen de jongeren hun middag door. De Amsterdamse coffeeshop Chai is voor hen een fantastische huiskamer, een veilig hol voor die tijd van hun leven waarin alles nog kan, waarin gedroomd wordt, maar die toch ook zo angstig is.

“Eigenlijk was ik altijd het pispaaltje van de school”, zegt Julia (16), verdiept in het boek van de jonge Amsterdamse schrijver Arnon Grunberg. Ze vindt het vet, hoe hij daar brutaal de klas uitloopt, van school wordt getrapt, en het kan hem allemaal geen ene moer schelen! Grote heldere ogen in een gaaf gezicht. Er gaat een kleine trilling langs de ringetjes in haar neus als ze vertelt hoe ze vroeger problemen had omdat 'haar hersens eigenlijk te jong waren voor school': “Dat kwam door de jeugdtraumata's met mijn moeder”, zegt ze en veegt de tabakskruimels van haar boek. Nou ja, de problemen van háár moeder toen haar vader wegging. Dat soort dingen. Maar op een gegeven moment had ze er genoeg van om steeds zo'n bangelijk vogeltje te zijn. Ze is toen gewoon heel hard gaan werken om zichzelf 'op te krikken'. “Nu durf ik zelfs eigenwijs te doen tegen de populairste kinderen”, zegt ze trots.

Het blowen hielp daar natuurlijk ook wel bij. Op haar dertiende is ze begonnen. Eerst vond ze het nog 'echt drugs', weet je wel. Maar ze moest het toch eens een keertje proberen. Dat vond haar moeder ook. Sindsdien rookt ze toch wel elke dag. Ze heeft nu een heleboel vrienden, die komen na school allemaal hier. “Ik ben gewoon een relaxed en slimmer kind geworden.” Ze strekt haar vingers op de bar. “Weet je wat het is? Met weed of hasj kan je wel eens verkeerd gaan denken, maar je blijft wel dènken.” Stel nu dat ze alcohol was gaan drinken. Dan was ze gewoon dom gebleven. Kijk maar naar al die kinderen die zuipen, ze zijn nog steeds doodsbang en brallen alleen maar wat.

Schorsen

'Wie hasj rookt wordt geschorst'. Op de grens van Amstelveen en Amsterdam-Zuid ligt de openbare scholengemeenschap Pantha Rei. In paginagrote advertenties roept directeur Poetsema ouders en leerlingen op zich komend seizoen bij zijn school aan te melden. Streng doch rechtvaardig, is het devies. En Poetsema is er trots op. “Als hier iemand blowt of er alleen al naar ruikt gaat hij er eruit”, stelt Poetsema tevreden. “Je moet gewoon een streep trekken, ook naar de ouders toe.”

Hoewel het op openbare scholen vrijwel onmogelijk is om leerlingen te schorsen, heeft Poetsema daar wat op gevonden. Hij stuurt de leerling gewoon door naar een andere school. Talloze keren heeft hij wegens schorsingen voor de rechter gestaan. “Maar de inspectie staat nu achter mij.” Problemen met de bewijsvoering heeft hij niet. Het belangrijkste instituut op zijn school heet 'lokaal 1'. Daar zit een groep 'experts' die straffen, recht spreken en als het moet een praatje maken. “Heeft een leerling een probleem, zijn huisdier is overleden of zijn opa is ziek, dan wordt ook hij naar lokaal 1 gestuurd, waar hij vervolgens de verloren les weer inhaalt en zo zijn medeleerlingen niet hoeft op te houden.” Maar gaat het om iemand die steelt, geblowed heeft of 'macho-gedrag' vertoont, dan gaat hij onverbiddelijk van school af.

Volgens Poetsema moeten de duimschroeven weer worden aangedraaid. “De jeugd in de grote steden zakt weg in het liberale laissez-faire van beleidsmakers en onderwijsinstellingen.” Zelf heeft hij op een Engelse school gezeten, met een 'caning master' voor het uitdelen van klappen. Nu gaat zoiets te ver. Maar we moeten goed begrijpen. Toen hij zeven jaar geleden van zijn schooltje in Wieringen naar het grote Amsterdam verhuisde schrok hij zich 'een aap': peep-shows en coffeeshops. Nee, zelf is hij er nooit binnen geweest. Maar zou hij daar als tiener tegen hebben gekund? Nee toch. “Mijn hart bloedt als ik bedenk waar die kinderen mee te maken krijgen.” Poetsema zou het wel weten, als hij de bezem eens door de grote steden mocht halen. “Het tij zal toch eens moeten keren.” En alleen al het feit dat onder zijn zevenjarig bewind het aantal brugklassen op Pantha Rei is uitgegroeid van 11 naar 21, bewijst dat er onder ouders, in de maatschappij, behoefte is aan fermer optreden.

Poetsema zal het vermoedelijk niet meteen schoppen tot staatssecretaris voor de grote steden. Toch is ook in de politiek een kentering in het denken over het gebruik van cannabis waar te nemen. Al dan niet onder internationale druk stelde het openbaar ministerie half augustus strengere richtlijnen op voor het gedogen van hasjgebruik en coffeeshops. Minister Sorgdrager van justitie werkt aan een nota die in mei aan de Tweede Kamer zal worden voorgelegd. “In de coffeeshops heeft een grove normvervaging plaatsgevonden”, waarschuwde de minister van binnenlandse zaken Dijkstal onlangs in een interview in Het Parool. De man die als woordvoerder Justitie van de VVD nog pleitte voor verdere liberalisering van het softdrugsbeleid, meent nu dat het bij de coffeeshops 'echt volkomen uit de hand is gelopen.' Juist bij dit links-liberale kabinet komt de vraag op of de tolerantie ten aanzien van soft-drugs niet te ver is doorgeschoten.

“Cannabis-verslaving, dat is toch onzin? Die bestaat toch niet”, zo parodieert de Amsterdamse jongerenwerkster Anne Fiddelaar de voorstanders van liberalisering van softdrugs. “Losers”, noemde Fiddelaar de jongeren die de hele dag maar in coffeeshops hangen onlangs in een ingezonden brief aan Vrij Nederland. Ze roken, raken achterop met leren, en komen zo in een vicieuze cirkel terecht van schoolverlaten, verveling, en nog meer roken. “Het zal hun worst wezen of hasj en weed al dan niet gelegaliseerd worden”, stelt Fiddelaar. “In de praktijk zijn deze middelen voor hen immers even gemakkelijk te verkrijgen als drop of kauwgom.”

Na steden als Tilburg, Enschede en Den Haag, heeft plotseling ook het gemeentebestuur van 'magic Amsterdam' besloten om paal en perk te stellen aan de coffeeshops. “Ik wil niet de malle Eppie van drugsbeleid worden”, zei burgemeester Patijn begin deze maand op een PvdA-bijeenkomst in de Pijp. En zo wendde de hoofdstad de steven. Tegen het uitdrukkelijke advies van de gemeentelijke werkgroep softdrugs in, besloot het college van B & W eind vorige week om de 450 coffeeshops in de hoofdstad tot de helft terug te brengen. Hoewel door natuurlijk verloop en harder optreden tegen overlast in één jaar tijd honderd coffeeshops verdwenen, is het parool van de gemeente niet meer de 'fasegewijze legalisering', zoals de werkgroep en de meeste politieke partijen voorstonden. Een voortvarend 'uitsterfbeleid' lijkt de nieuwe politiek van de liberale hoofdstad te worden. En voor het eerst speelt niet alleen de overlast voor de buurt, maar ook het 'pedagogische aspect' van de blowende jongere zelf een rol bij het nieuwe softdrugsbeleid. B & W van Amsterdam willen de leeftijdsgrens voor de aankoop van hasj en weed verhogen van 16 naar 18 jaar. Het serveren van alcohol wordt ten strengste verboden, omdat de mengeling met softdrugs 'heftig versterkende effecten' heeft.

Suf blowen

Welke rol spelen het blowen en de coffeeshop nu in het leven van de Amsterdamse scholier? Wat is de status van deze 'gedoogde rookfabrieken', vijfentwintig jaar nadat in Amsterdam de eerste coffeeshop van Nederland werd geopend? Is het stickie van de trendsettende elite in de jaren zestig en zeventig nu echt de drug van de ontspoorde en versufte onderkant geworden?

“Die Nederweed is mij onderhand te vet geworden”, zei Ilja (17) terwijl hij zijn baseball-pet achterstevoren stevig op zijn hoofd drukte. “In die buitenlandse wietsoorten zit gemiddeld veertien procent THC - u weet wel, de werkzame stof in stuff”, had hij de ongeschoolde buitenstaander geduldig uitgelegd. Nou, in Nederland is de weed door kruising de laatste jaren zo ver 'doorgefokt' dat er vijfentwintig procent THC inzit. Sommigen reageren daar nu eenmaal heftiger op dan anderen. “Met mijn stofwisseling kan ik van die skunk maar één joint op een dag hebben, en dan moet ik er goed veel tabak indoen.”

Kleumend hadden ze die ochtend voor de poort van het Barlaeusgymnasium gestaan. Waterig zonnetje, harde wind. Een kerkklok sloeg half twee. Hun schooldag zat er voorlopig op. En nu moesten ze beslissen waar ze naartoe zouden gaan. Het schaakcafé om te klaverjassen, of de coffeeshop voor een spelletje tafelvoetbal?

Vriendelijke, opgewekte jongeren waren het. Allemaal leerlingen van wat wel als de zwaarste school van Amsterdam wordt beschouwd. Hun gladde gezichtjes straalden grenzeloos vertrouwen uit. “Rechten of Hebreeuws” had Sharon (18) gezegd; “Bouwkunde in Delft”, antwoordde Alex (19) op de vraag wat ze met hun toekomst dachten te doen. Dan komt opeens Gijsbert aangelopen. “Ze hebben me geflest met de studiefinanciering”, vertelt hij zijn vrienden. Zijn moeder is alleenverdiener, een lagere ambtenaar bij de gemeente. En dan verwacht studiefinanciering dat zij hem van dat inkomentje ook nog 421 gulden tachtig per maand betaalt. “Ze sneaken er gewoon van alles af”, knikt Ilja. Ook hij moet het samen met zijn broer en zus met het magere inkomen van zijn moeder doen. 'Geld om te leven', is werkelijk hun grootste probleem, zeggen de jongeren. “Ik weet ook niet hoe ik eraan kom. Ik ga wel eens een weekend naar mijn grootouders. En verder de hele zomer serveren in een eetcafé.” Gijsbert schudt een paar filtersigaretten uit zijn pakje. In de kring klinkt het typische coffeeshop geluid van rook die met veel lucht in één klap tot diep in de longen wordt gezogen. “Gewoonte”, grijnst Sharon.

Ze kennen de routes, de nesten en de gewoonten in het circuit van Amsterdamse coffeeshops als ervaren vogelaars. De Kade, een “wat agressievere” coffeeshop waar de leerlingen van het Spinoza- en het Amsterdams Lyceum komen. Glorysh, voor het Montessori en de MAVO'ers van de Gerrit van der Veenschool. “De eigenaar daar is niet helemaal kosjer, dealt in hard drugs enzo. Maar de sfeer is relaxed”, weet Alex. Voor 's avonds heb je dan Blue Bird, wel cool. Easy is prut. Daar moet je voor minimaal een tientje kopen en de kwaliteit is vreselijk. Vooral Jamaicaan, kun je nagaan. En dan is er natuurlijk de Chai van het Montessori. Zelf is hij tegenwoordig wat meer 'in de reggae-muziek'. Maar de coffeeshop die hij bezoekt is toch eerder een stamcafé waar hij mensen ontmoet, dan een plaats om te roken.

“Dat hele heftige blowen is iets voor de kleintjes uit de tweede en de derde, als alles nog nieuw is”, menen de jongeren. Ze weten het nog wel. Ilja had ooit zoveel gerookt dat hij alle bomen zag draaien en stokstijf van zijn stoel afviel. “Kunt u misschien toch uw best doen om deze formule in verticale positie te bekijken?”, bouwt Ilja zijn scheikundeleraar na. Daarna heeft hij zich nog wel eens suf-geblowed. Toen hij van zijn vader voor zijn verjaardag een hele zak weed kreeg. “Wat wil je, het is ons met de paplepel ingegoten”, lacht Alex. Op zijn dertiende stond hij op het balkon de hasjoogst van zijn vader te plukken. “Als je het maar zonder tabak rookt, want aan de nicotine raak je verslaafd”, had die hem gewaarschuwd.

Voor veel van deze hoger opgeleide Amsterdamse jongeren is de praktijk toch anders dan schoolhoofd Poetsema vermoedt. “Op school doe je niet wat je thuis ook niet doet”, had hij gezegd. Anders dan in Wieringen, waar Poetsema te maken had met “allemaal leuke kindertjes van vissers en schapenboeren” die hoogstens een keer naar het café gaan, lijkt in de hoofdstad het gebruik van en de omgang met cannabis de normaalste zaak van de wereld. De coffeeshop als volwaardig alternatief van het café: “Mijn oma gaat toch ook af en toe een pilsje pakken?”

Jongeren die waren ondergegaan in de wolken van de stick kenden ze niet. Geen klasgenoten die daarom van school waren gegaan. Of nou ja, eentje. Maar die had dan ook een of andere pil geslikt. Knettergek was hij ervan geworden. Ze gingen hem nog wel eens opzoeken in de psychiatrische inrichting. “Niet persen. Je mag me niet persen”, schreeuwde hij dan. “Hij denkt dat ie een sinaasappel is”, had Sharon gezegd. “Al twee jaar lang.”

Ouwetjes

Onder de geschilderde palmplanten van Chai is intussen een nieuwe rust neergedaald. De rode, gele en groene tankjes van het Risk-spel worden in de plastic zakjes gestopt waaruit de laatste kruimels weed zijn geschud. In de WC inspecteren meisjes en jongens hun oogballen. Niet te rood? Op naar het avondeten dat thuis misschien al op tafel staat. 'Stoned is the way of the wall', staat naast de spiegel op de muur gekrast. Nog snel maken Niels en zijn vriendin een afspraak voor samen-huiswerk-en-slapen vanavond. “Je zult zien dat het niet zo moeilijk is”, legt Niels zijn hand geruststellend op haar schouder. “Gewoon ín die curve gaan zitten. Dan snap je het vanzelf.”

Met een zwierig gebaar veegt barman Izhar (20) de tafels schoon. “Tijd voor de ouwetjes”, zegt hij. En inderdaad. Een man met grijs haar in een dunne paardestaart stapt de ruimte binnen; de avondkrant losjes onder zijn arm gevouwen. Geen weed maar hasj bestelt hij. Geen thee maar cappuccino. Izhar legt uit dat weed een typische jongerendrug is. “Je gáát daar gewoon veel harder op.” Hijzelf rookt alleen nog hasj, zeker sinds hij hier werkt. Twee jaar inmiddels, maar komen doet hij hier al veel langer. “Ik ben hier ongeveer groot gegroeid”, zegt Izhar met zijn vriendelijke blauwe ogen. Ook hij zat op het Montessori-lyceum. Er waren dagen dat hij hier niet meer weg kwam. Om half tien, tijdens de eerste pauze gaat Chai open. Dan rook je je eerste jointje, en denk je: laat verder ook maar zitten.

Op school deden ze nooit echt moeilijk. “Op het Montessori, als je een beetje goed verhaal hebt, lul je jezelf er altijd wel uit.” Zelf is hij op zijn vijftiende verhuisd uit Limburg. Zijn ouders zijn gescheiden. Dat was makkelijk. “Beetje chaos in m'n hoofd, meneer”, “kan me niet aanpassen”. Zijn vingers zwieren de aanhalingstekens erbij. In werkelijkheid ging hij hier veel beter dan hij in Limburg ooit gegaan was. Daar zat je een beetje in de kroeg. Hier ontdekte hij weed. Hij is zijn examen met uitstekende cijfers doorgekomen. “Het zijn meestal wel intelligente mensen die in Chai komen. Veel VWO en HAVO. MAVO-mensen zie je wat minder. Die zitten waarschijnlijk meer in de kroeg.”

De leeftijdsgrens is 16 jaar. En daar houdt hij zich ook streng aan. “Ik zie het ook niet zitten, die gozertjes die voor ƒ 1,50 weed komen kopen.” Zo gelooft hij ook niet in de vermenging van alcohol en stuff. “Dat geeft lastige mensen”, zegt Izhar en staat op om wat espresso's klaar te stomen.

Toekomst

Een wollen muts, een spijkerjack, en een glimmend trainingspak. Met z'n drieën zitten ze aan de bar. De oudere blowers van na zessen. Ze praten over de laatste wedstrijd van Ajax en de belastingdienst. “Heb ik dit jaar drieduizend gulden verdiend, krijg ik een aanslag voor het dubbele”, klaagt Jack met de muts. Bij Izhar informeren ze naar het nieuwe bordje 'Tatoo' dat buiten op de gevel hangt. Na een afgebroken opleiding aan de kunstacademie - “ik kan er niet tegen door anderen beoordeeld te worden” - viert de jonge barman zijn creativiteit nu direct op het lichaam bot. Bewonderend kijken de mannen naar de proeve van zijn kunnen die Izhar voor reclamedoeleinden best wel even wil ontbloten. “Die jongeren pakken dat tegenwoordig toch beter aan dan wij”, zegt de man met het spijkerjack. Werkloos is hij, met een LTS-diploma op zak. Eigenlijk had hij detailhandel willen doen. Maar hij heeft zijn jaren in de coffeeshop 'ver-blowed', zegt hij. Kijk nu naar zijn vriend Jack. Die heeft ook van alles gedaan. De bouw, de zeevaart. Maar elke keer als hij voor zichzelf met mooie plannen kwam werd hij 'door de maatschappij met zijn kop in de stront gedouwd': “Eerst geef je de schuld aan de wereld. Maar dan besef je dat je zelf met je blowende laksigheid ook schuld hebt”, zegt de man en likt langzaam zijn jointje dicht. Uiteinde goed aanstampen, vuurtje erbij. “Wat een losers, hè.” Met een ruk staat Jack op en gooit een tientje op de bar. “Jij bent een loser als je dat zelf denkt. Maar ík voel me geen loser. Ik denk dat ik maar weer eens een beetje lol ga maken. Goedendag.”

Probleemdemper

Van de honderd jongeren die experimenteren met sigaretten raken er zestig verslaafd aan de nicotine. Voor heroïne is dat dertig procent, voor alcohol vier, en helemaal onder aan de lijst komt cannabis. Eén op de honderd experimenteerders zou verslaafd raken aan deze stof. Meer dan 700.000 Nederlanders rookt regelmatig een joint. In Amsterdam ligt dat percentage aanzienlijk hoger dan in de rest van het land. Van de Amsterdamse jongeren rookt 16 procent regelmatig hasj of weed. Dat is vier keer zoveel als in de rest van het land. Drie procent rookt zelfs dagelijks. Daar staat tegenover dat jongeren in de hoofdstad veel minder alcohol gebruiken. Slechts 1 procent van de Amsterdamse jongeren drinkt dagelijks, 36 procent helemaal niet en de rest alleen af en toe. (Landelijk ligt het aantal 'probleemdrinkers' op 11 procent onder de jongens en 2 procent onder de meisjes.)

Behalve de conclusie dat er in Amsterdam sprake is van een heuse 'coffeeshopcultuur', kan men hier nog niet uit opmaken dat blowen tot problemen leidt. Terwijl in de rest van het land de bezoekers van coffeeshops vooral leerlingen zijn van MBO of MAVO, zijn in Amsterdam de bezoekers van alle opleidingsniveau's. Een opvallend verschil met de rest van het land is ook dat in Amsterdam het aantal jongens en meisjes in de coffeeshops gelijk is, terwijl Turkse en Marokkaanse blowers bijna geheel ontbreken.

Is cannabis nu wel of niet verslavend? Kan overmatig gebruik de oorzaak zijn van maatschappelijk afglijden, of ligt het juist omgekeerd?

“Lichamelijk is cannabis absoluut niet verslavend, maar een geestelijke verslaving is zeer wel mogelijk”, zegt Roel Kersemakers van het Amsterdamse Jellinek-centrum voor verslavingsproblemen. Jaarlijks krijgt de Jellinek ongeveer honderd cannabisgebruikers die hulp willen bij het stoppen. Dat staat niet in verhouding tot het aantal alcoholverslaafden, meent Kersemakers. Maar problemen met hasj of weed zijn wel degelijk aan te geven. “Er zijn jongeren die zo sterk naar die stick verlangen dat ze het gevoel hebben op een andere manier niet meer te kunnen functioneren.” Een flink aantal maakt ook gebruik van cannabis als probleemdemper. Ze voelen zich om allerlei redenen vervelend, en met een jointje verdwijnt dat nare gevoel.

Het overgrote deel van de jongeren gebruikt echter nog gewoon vanwege het lekkere gevoel op het moment zelf. “In Amsterdam zijn hasj en weed een onderdeel van het consumptiepatroon geworden”, zegt Kersemakers. “Het probleem is alleen dat het gebruik ervan nog onvoldoende is genormeerd.” Met alcohol is het inmiddels algemeen aanvaard dat men dan niet achter het stuur gaat zitten. Met hasj ontbreken dat soort normen nog. “Het feit dat men cannabis als een normaal consumptiemiddel beschouwt hoeft nog niet te betekenen dat het ook normaal is als je het de hele dag, in de pauze, bij je huiswerk en dan ook nog in bed gebruikt.”

Fatal Flowers

Meer een treinwagon dan een huiskamer dit keer. Stoffig, heet en doorrookt. Een verpieterde klimplant onder het golfplaten dak. Achter de ramen van de smalle barak flitsen de auto's op de Stadhouderskade voorbij. Een roerloos jong stel beperkt zich tot één oogbeweging, met de auto's mee. 'Change my heart, oh set me free' dreunt de muziek. Een jongen met vervilte haren zit onbeweeglijk, als een standbeeld. Zelfs zijn ogen flitsen niet meer met het verkeer mee. “Iets met kade... shit, ik weet het niet meer”, antwoordt een meisje op de vraag waar ze op school zit. Een hoog lachje. 'Change my heart, oh set me free.'

In coffeeshop Fatal Flowers is het 'happy hour': Koop je voor ƒ 25,- softdrugs, dan krijg je voor een tientje extra. Een jongen met een capuchon over zijn hoofd zit aan een van de tafeltjes te schrijven. Hij maakt het huiswerk voor zijn vriendin, vertelt hij. “Niet zo moeilijk hoor. Twee uurtjes per dag. Maar let niet op de taalfouten. Ik schrijf vanuit mezelf.” Nee, hij zit niet meer op school. In de derde is hij ermee gekapt. “Ik hou niet van school”, zegt hij met zijn vriendelijke ronde ogen. Rechtstreeks, open en vol vertrouwen zijn ze.

Steeds weer valt het op. Zo anders dan in het café op de hoek. Hier geen snelle blikken, hoge tonen of radde tongen. Meer een goedhartig, zoetvloeiend wiegen. Langzaam gaan de uren voorbij. Het stel aan het raam 'scant' inmiddels alleen nog koplampen. Het standbeeld is standbeeld gebleven. En het meisje dat op de 'kade' naar school gaat, is aan haar veertiende spelletje trik-trak begonnen. “Vet hoor, ik ben er helemaal aan verslaafd.” Met lange pauzes vertelt ze. Blozend. Over haar liefdes. Normaal duren die bij haar nooit zo lang. Maar dat komt misschien door die ene keer. Strontverliefd was ze. Niet langer dan een week met die jongen. Hij was nooit verliefd op haar. Toch is ze met hem naar bed gegaan. Een jaar lang is ze compleet gek geweest. Ze heeft haar hoofd laten kaalscheren. Maar toen had ze nog meer sjans. De lach onthult een aandoenlijk spleetje tussen haar tanden. “Misschien moet ik maar eens naar huis”, zegt ze en kijkt geschrokken op haar horloge.

Maar de volgende middag zit ze er weer. Zoals ook het stel, het standbeeld en de huiswerkjongen hun vaste stellingen hebben betrokken. “Ha, daar ben je”, roept Sien terwijl ze met haar vuisten op de flipperkast beukt. Mooie Sien met haar lange zwarte haren. Sien die met haar gekneusde ribben als een knikker door de coffeeshop gaat. “Ik heb hem nu echt aan de kant gezet hoor”, had ze over haar meppende 'ex' verteld. “Hij is nu zo slap. Hij eet uit mijn hand.” Ach, het was de heroïne die hem zo had gemaakt. “Ik heb gezegd: dat doe ik niet. Me prostitueren doe ik niet.” Kwebbelend zeilt ze door de coffeeshop. De anderen zien haar als deel van het meubilair. “Ik heb een grote rugzak weet je”, vertelt ze het standbeeld. De jongen blijft naar buiten staren. “Met al die dingen die ik heb meegemaakt wordt die rugzak soms te zwaar.” Ze aait hem over zijn verknoopte haren. “Doe de ballast maar weg. Free your mind and the rest will follow. Kijk, de krokusjes zijn al uit de grond.”

De dag erop, en ook de dag daarop biedt Fatal Flowers hetzelfde spektakel. Dezelfde acteurs, dezelfde gebaren, als een traag perpetuum mobile. “Eigenlijk is het hier een soort inrichting”, zeggen Eef (17) en Jeroen (20) terwijl ze bouwen aan een dikke joint. Mensen komen hier niet alleen om te blowen, maar voor de geborgenheid. “Voor de meesten is dit alles wat ze hebben.” Zelf kwamen ze om een beetje te zitten, te ontspannen. Uit de behoefte ook om mensen te helpen. “Mensen storten hun hart uit, dan heb ik het gevoel dat ik wat heb gedaan”, zegt Jeroen en schuift zijn bril hoog op zijn neus. Het is vrijdagmiddag. In hoog tempo loopt de coffeeshop vol. Steeds meer scholieren met boeken en tassen. Ze openen schaakborden, leggen kaarten op tafel, en drukken de vaste cliëntele langzaam naar de rand.

Aan de middentafel een vrolijke groep van het Amsterdams lyceum. “Toch wel elke dag”, vertelt Evert over zijn 'dosering' terwijl hij de loper van Mary slaat. Op zijn schoolprestaties heeft dat geen invloed. Maar dat ligt ook aan de leraren zelf. “Ze geven proefwerken die je in drie uur kunt leren, al heb je de hele week niet opgelet. Je bestudeert even hoofdzaak en je haalt er dikke zevens mee.” Nou, dat vindt hij mooi genoeg. “Ik ben het bewijs van de omgekeerde”, mengt Hendrik zich in het gesprek. Hij blowt niet, want hij kan er niet tegen. En toch haalt hij slechte cijfers. Soms besluiten Mary en Evert en hun vrienden om een maandje te stoppen, “Alles draait dan maar om die stuff. En je weet niet meer wie je echte vrienden zijn.” Kijk nu naar Anne. Samen met zijn vriendin is het niets anders dan blowen. Stuff, stuff en nog eens stuff. “Ik denk wel dat het daaraan ligt”, knikt Anne met een nerveuze blik. “Je wordt bang van de mensen. Ik ben gewoon heel paranoia.” En toch steekt hij er weer eentje op. “Je kent ook de gelukzaligheid en je verlangt er zo naar”, zegt hij terwijl hij de rook inhaleert. Langzaam verdwijnt de zon achter de huizen. De conversatie wordt steeds minder. Gedachten keren zich naar binnen, de ogen geconcentreerd op de voorbijglijdende auto's.

Als een zwakverlichte UFO ligt Fatal Flowers in de drukke stad. Hier trekken de pubers zich terug, hier dromen ze weg, hier tasten ze de grenzen van hun geest af, het lichaam is nog zo weinig belangrijk. “Als ik oud ben laat ik me invriezen”, had Evert gefantaseerd. “Mijn hersens blijven dan bewaard, en ik neem een blauw lijf. Dat lijkt me mooi.”