Bilderdijk

L. ENGELFRIET: Bilderdijk en het Jodendom. Bilderdijks waardering van het joodse denken in confrontatie met zijn tijd

278 blz. Boekencentrum 1995, ƒ 43,50.

Bilderdijk mag dan de grootste niet gelezen dichter van Nederland zijn, met zijn theologie houdt hij in ons land nog velen in de ban. Dat blijkt uit een wat brokkelige, maar rijkelijk met gegevens strooiende dissertatie waarop L. Engelfriet onlangs in Utrecht promoveerde. Bilderdijk en het Jodendom, heet het boek. Er staat een hoop biografisch materiaal in, allemaal zeer interessant, maar ik laat dat hier voor wat het is, om mij onmiddellijk op Bilderdijks verhouding tot het jodendom te storten.

Bilderdijk blijkt een groot en bestendig respect voor het jodendom te hebben, dat niet is gebaseerd op een rationele tolerantie-idee, maar dat voortkomt uit zijn christelijk geloof en er zelfs de kern van vormt. Bij Groen van Prinsterer vinden we deze Bilderdijk terug, bij Abraham Kuyper weer Groen van Prinsterer, en de invloed van Kuyper op de calvinistische gereformeerden is genoegzaam bekend. Zo komt het dat ik eindelijk terug kon vinden waar het vandaan komt wat ik als jongetje van mijn vader en moeder over de joden had geleerd: het volk van God, helaas aan zijn eigen Messias voorbij gelopen, maar toch als 'het oude bondsvolk' niet vervreemd van Gods liefde en bestemd om eenmaal het Beloofde Land alsnog in bezit te nemen. Het komt allemaal, met terminologie en al, van Bilderdijk en verklaart waarom het antisemitisme in het protestantisme, voorzover door Bilderdijk beïnvloed, geen wortel heeft kunnen schieten.

Er ligt een complete geschiedenisfilosofie in besloten, en ook die treft men bij de gereformeerden van het oude stempel aan: Bilderdijk wil geschiedenis niet opvatten als een aan elkaar geregen reeks van gebeurtenissen, zelfs het aanbrengen van verband ertussen is nog niet geschiedenis; geschiedenis is een strijd die zich afspeelt tussen God met Zijn messiaanse bedoelingen en het kwaad dat zich breed weet te maken. Wie dat niet ziet of weet, kan geen geschiedenis schrijven, weet slechts van weetjes. Alleen wie de geschiedenis als werk van God ziet, kan bevroeden wat de betekenis is van de gebeurtenissen om hem heen. Hij herkent Gods hand, Gods vinger, zei Groen later, in wat er gebeurt. Zoals, bij voorbeeld, in de bevrijding van de Nederlanden door Oranje. Voor Bilderdijk een daad van 'de Messiaanse Godheid', zoals hij het noemt: Israëls God die ook Nederlands God is.

Daarmee is de essentie gezegd. Heel de geschiedenis is erop gericht dat 'de Messiaanse Godheid' Zijn Rijk zal vestigen, op aarde zelfs. Bilderdijk was, overtuigd chiliast, dat wil zeggen: aanhanger van de idee van een (duizendjarig) messiaans rijk op aarde. De joden zijn degenen die het eerstgeboorterecht op de Messias en Zijn rijk hebben, ze zullen dat recht niet kwijt raken, evenmin als het verlangen naar de Messias. Althans als ze zich niet teveel assimileren, waarschuwt Bilderdijk. Dat kan naar twee kanten: zich voegen naar de macht van het Romeinse rijk, of zich aanpassen aan de wetenschap en de rede. Dat de joden de messiaanse belofte dreigen los te laten en/of de vervulling ervan in Jezus niet willen inzien, staat overigens voor een aanzienlijk deel op het conto van de christelijke kerk. Als die zichzelf niet zo verslingerd had aan de Romeinse staat, zouden de joden gemakkelijker hebben erkend dat Jezus, in al zijn onaanzienlijkheid, toch de beloofde Messias was en hem alsnog hebben omhelsd.

Deze eenheidsconceptie van de geschiedenis berust, dat blijkt, op openbaring. Wie daar niet aan gelooft kan geen geschiedenis schrijven, is blind. Ingesloten in die openbaring ligt de periodisering, de profetie van de zogenaamde tijdperken, waarin de geschiedenis verdeeld kan worden. Voor de joden staan die beschreven in het boek Daniël, de christenen lezen ze af uit Openbaringen. Beide boeken bijten elkaar niet, eigenlijk staat alles al in Daniël, zegt Bilderdijk. We leren eruit dat het einde van de tijd gelijk is aan het begin: de 'wederherstelling aller dingen', met als sluitstuk het integrale herstel van Israel. Wie zo denkt, kan de joden alleen maar als vrienden en broeders zien, en van joodse tijdgenoten alleen maar vriendschap ondervinden. Bilderdijks relatie met Da Costa en Capdose legt daarvan getuigenis af.

De schrijver van de dissertatie denkt een beetje in Bilderdijks lijn. Het nadeel daarvan is dat de lezer verondersteld wordt de ideeën van Bilderdijk te delen. Dat nu lijkt mij, behalve zijn respect voor de joden, wat teveel van het goede.