Bibliotheken (1)

Arie van den Berg waarschuwt voor de cultuurverschraling van bibliotheken (NRC Handelsblad, 3 april). Hierbij gebruikt hij termen als cultuurbarbarij en cultureel faillissement.

Het komt ons niet voor dat de cultuurpolitieke taak van bibliotheken op grove wijze wordt veronachtzaamd wanneer men ervoor kiest om minder courant werk aan te vragen via het interbibliothecair leenverkeer. Het niet direct ter plaatse beschikbaar hebben van moeilijker werk betekent immers niet dat hierin door openbare bibliotheken niet voorzien kan worden. De door Van den Berg vermelde toegankelijkheid van informatie is hiermee niet verminderd, zij krijgt slechts een andere invulling. De geringe afname van bijv. dichtbundels door bibliotheken is van deze invulling een logische, maar niet laakbare consequentie.

Het idee van rationeel collectiebeleid door openbare bibliotheken, waarbij wel degelijk wordt gekeken naar de vraag vanuit het publiek, hoeft geenszins een verschraling van het aanbod te betekenen. Het is eerder een kwestie van het bewust leggen van accenten in de aanschaf door bibliotheken. Een geringe directe verkrijgbaarheid van poëzie in openbare bibliotheken is het gevolg van een geringe belangstelling hiervoor van het publiek, hetgeen niet zonder meer gelijkgesteld mag worden aan een cultureel faillissement. Juist dit laatste is de wat al te makkelijke conclusie van Van den Berg.