Berlusconi beraamt tegenaanval op tv-wet; 'Ex-premier houdt ondanks beloftes twee petten op'

ROME, 8 APRIL. Vorig jaar, toen hij nog premier was, zei Silvio Berlusconi dat hij een deel van zijn media-imperium zou verkopen, als de prijs maar goed was. Daarna legde hij uit dat dit toch niet zo makkelijk was, omdat zijn drie zenders hecht zijn vervlochten. Vorige week verwierp hij alle suggesties over verkoop: Geen sprake van.

De strijd rondom de media beheerst de Italiaanse politiek. Het gaat om twee problemen: de belangenverstrengeling van een mediamagnaat-politicus, en de monopoliepositie in de televisie-industrie van een zakenman. Dat het in beide gevallen dezelfde persoon betreft, maakt de knoop bijna niet te ontwarren.

Dat speelt Berlusconi in de kaart, want iedere oplossing betekent hoe dan ook dat hij moet inleveren. De huidige situatie is onaanvaardbaar, daarover is iedereen behalve de directe medestanders van Berlusconi het eens. Ondanks al zijn beloftes blijft Berlusconi twee petten ophouden, die van leider van het rechtse blok en die van eigenaar van de belangrijkste commerciële tv-zenders. “Ik heb de plicht een bedrijf te verdedigen, Fininvest, dat een erfgoed van het land is,” zei Berlusconi maandag.

Als een noodverband tegen die belangenverstrengeling is het kabinet met een decreet gekomen dat alle politici gelijke behandeling in de media moet garanderen. Dit bevat een waslijst van regels over hoor en wederhoor, aanval en verdediging, die merkwaardig uitpakken. Zo heeft een presentator van een praatprogramma vijftigduizend gulden boete gekregen omdat hij een gast liet antwoorden op de vraag van een andere gast op wie hij zou stemmen. Ook heeft de politie banden in beslag genomen van een tv-programma waarin de kranten worden besproken, omdat de ene krant langer in beeld zou zijn geweest dan de andere.

Het politieke debat via de tv, de belangrijkste electorale tribune, is er een stuk sterieler door geworden. Uit angst voor boetes heeft Fininvest zijn programmamakers geadviseerd geen politici meer uit te nodigen zolang de campagne voor de regionale verkiezingen van 23 april loopt.

Het decreet is niet meer dan een lapmiddel om partijdigheid te voorkomen. Maar ze blijken wel nodig, en de meest schrijnende vormen van manipulatie op tv zijn stilgelegd. Berlusconi hoopt dat dit maar tijdelijk is. Hij heeft het decreet verworpen als “schandalig, anti-democratisch, Bulgaars.” Ook zei hij dat “als een Amerikaanse president zoiets had gedaan, ze hem zouden hebben opgesloten in het gekkenhuis.” Als wij weer aan de macht komen, gaat deze “wet van de schande” meteen de prullenbak in, zei Berlusconi.

Een nog feller gevecht wordt gevoerd rondom de voorstellen om het mediabestel te herzien. Drie commerciële zenders in handen van één persoon is te veel, vinden Berlusconi's tegenstanders. Zij willen een anti-trustwet die grenzen stelt aan de mediamacht van één persoon, of die nu in de politiek zit of niet.

Voor 11 juni staat een referendum gepland over een aantal elementaire maatregelen tegen monopolie-vorming. Voorgesteld wordt het aantal tv-netten in handen van één persoon te beperken tot één, en ook het reclamemonopolie van Fininvest te doorbreken. Massimo D'Alema, leider van de ex-communistische Democratische Partij van Links (PDS), heeft daar vaak mee gedreigd. Hij wilde Berlusconi dwingen om akkoord te gaan met een anti-trustwet waarbij Fininvest misschien twee zenders zou kunnen behouden, als de minst slechte oplossing voor Berlusconi - als zo'n wet er voor juni zou komen, vervalt daarmee het referendum.

Maar D'Alema dreigt nu in de kuil te vallen die hij voor Berlusconi had gegraven. Berlusconi pokert mee en zegt dat links kan kiezen: de referenda in juni of de verkiezingen in juni. Als er wordt gestemd, worden de referenda een jaar uitgesteld. Berlusconi zegt niet meer bang te zijn voor de referenda. Uit de voortdurende opiniepeilingen die Berlusconi laat houden, zou blijken dat hij een goede kans maakt de referenda te winnen. En als Berlusconi het fiat van het volk krijgt om zijn drie zenders te behouden, is dat meer dan hij een paar maanden geleden had durven dromen.

Berlusconi heeft de details van de opiniepeilingen niet openbaar gemaakt, en zijn hervonden zelfverzekerdheid lijkt op bluf. Maar D'Alema krijgt het benauwd. Bij de komende regionale verkiezingen staat het rechtse blok op winst. En als Berlusconi erin zou slagen de referenda te vertalen in een uitspraak voor of tegen hem, vergroot dat zijn kans om die ook te winnen.

Premier Dini wil vooralsnog D'Alema, die zijn zakenkabinet steunt, niet te hulp komen. Deze week heeft Dini een voorstel afgewezen om een anti-trust wet toe te voegen aan de lijst van zaken die eerst moeten worden geregeld voor er kan worden gestemd. Hij wil de uitslag van de regionale verkiezingen afwachten.

Terwijl Berlusconi zegt dat hij niet wil verkopen, roept zelfs zijn boezemvriend Fedele Confalonieri, aan wie hij de controle over Fininvest heeft overgedragen, dat hij dat niet kan volhouden. Confalonieri heeft verteld dat op verschillende fronten wordt onderhandeld, onder andere over de verkoop van één zender.

Ook anderen speculeren erop dat Berlusconi iets van zijn mediamonopolie moet opgeven, waardoor er meer ruimte komt voor andere commerciële zenders. De filmproducent Vittorio Cecchi Gori heeft de muziekzender Videomusic gekocht en is aan het onderhandelen over andere zenders. Twee prominente tv-grootheden, de journalisten Maurizio Costanzo en Michele Santoro, proberen een eigen zender in de lucht te krijgen en hebben al veel persoonlijke bijval gekregen; de financiële kant is nog onduidelijk.

Berlusconi is zelfverzekerd in de tegenaanval gegaan. Hij wil dat ook de staatsomroep Rai een van zijn drie zenders inlevert. Iedere aantasting van de dominerende positie kan alleen maar gebeuren in het kader van “een algemene herziening van het tv-bestel”, zei hij maandag. Hij voegde daaraan toe dat het in het belang van Italië is dat Fininvest juist verder groeit in plaats van te worden gekortwiekt, om beter de concurrentie met de Europese en Amerikaanse mediagiganten aan te kunnen gaan.

Zijn opiniepeilingen over verkiezingen en referenda hebben Berlusconi duidelijk gesterkt. Als die peilingen kloppen, en als Berlusconi erin slaagt om de politiek de komende weken te beperken tussen een keuze voor referenda of een keuze voor parlementsverkiezingen, kan hij alleen maar winnen.