Aanklacht tegen Jaruzelski wegens bloedbad 1970

WARSCHAU, 8 APRIL. De vroegere Poolse leider generaal Wojciech Jaruzelski is gisteren samen met elf andere voormalige communistische functionarissen door een rechtbank in Warschau in staat van beschuldiging gesteld in verband met de dood van 44 protesterende arbeiders in 1970. Minister van justitie Andrzej Cubala zei dat Jaruzelski en de zijnen worden gezien als opdrachtgevers aan Poolse veiligheidstroepen voor het neerschieten destijds van stakers in de steden Gdansk en Gdynia. De onrust van 1970 was het gevolg van een scherpe stijging van de voedselprijzen. Jaruzelski was op dat moment minister van defensie. Later was hij in het militaire bestuur, tussen 1981 en 1989, achtereenvolgens premier en president. In 1990, een jaar na de ondergang van het communisme in Oost-Europa, verdween Jaruzelski van het politieke toneel.

Het onderzoek naar het bloedbad van 1970 heeft vijf jaar geduurd en is vervat in 90 lijvige rapporten met bewijzen. Er zijn 1.100 getuigen, maar een datum voor het proces is niet genoemd. Waarnemers in Polen achten het zeer onwaarschijnlijk dat een eventueel proces vóór medio december, wanneer de verjaringstermijn van 25 jaar in werking treedt, zou kunnen eindigen. Het Poolse Hogerhuis beraadt zich echter momenteel over een wet waarin de verjaringstermijn wordt verlengd, aangezien het vóór 1989 om politieke redenen onmogelijk was een bloedbad als dat uit 1970 voor de rechter te brengen. (AP, Reuter)