Zingen is net hardop bidden; De leerlingen van de Koorschool St. Bavo

Het jongenskoor van de Koorschool St. Bavo zingt mee in de Matthäus Passion die wordt uitgevoerd door koor en orkest van de Nederlandse Bachbereniging. Alleen voor de uitvoeringen in Muziekcentrum Enschede (10/4) en Muziekcentrum Vredenburg Utrecht(11 en 12/4) zijn nog enkele plaatsen.

Ze zijn GEEN brave Hendrikjes, ze zijn NIET de hele dag in gebed verzonken en ze houden ook HEEL ERG van house. Dat willen de leerlingen van de Koorschool St. Bavo in Haarlem graag even in de krant hebben. Want dat zij prachtig kunnen zingen en daar veel moeite voor doen wordt niet door iedereen begrepen. Door andere kinderen worden ze gepest. Die komen naar de schoolpoort en jengelen dan vals: “Koorkakkers, zíng eens wat!”.

De Koorschool is geen gewone basisschool. Je kunt er pas in groep vijf op, en dan krijg je vier jaar lang tussen de gewone lessen door, anderhalf uur zangles per dag. De leerlingen van de Koorschool worden opgeleid om zo snel mogelijk in kerken en concertzalen op te treden met hun koor. Ze leren noten lezen en worden vooral getraind op een heel goed gehoor. De muziek die ze zingen is vaak meerstemmig, en dan moet je heel goed kunnen luisteren zodat het niet vals gaat klinken. Vooral de jongens moeten snel voor concerten worden klaargestoomd. Want als ze een jaar of twaalf zijn, krijgen ze de baard in hun keel en wordt hun stem te laag voor de oude muziek die ze hebben leren zingen.

Eeuwenlang hebben componisten muziek geschreven voor jongenskoren. In meisjes waren ze niet zo geïnteresseerd, omdat ze veel kerkmuziek componeerden. En in kerken waren zingende meisjes lange tijd verboden. Dat was een kwestie van emancipatie, en de gevolgen daarvan zijn nog steeds te merken. Want terwijl meisjes tegenwoordig zelfs misdienaar mogen zijn, moet veel oude kerkmuziek nog steeds door jongens worden gezongen. Dat heeft te maken met het verschil tussen jongens en meisjesstemmen. Je kunt het vergelijken met een gewone blokfluit en een altfluit. Op allebei kun je dezelfde hoge toon blazen, maar precies gelijk klinkt het nooit, omdat de instrumenten niet dezelfde vorm hebben. En net zoals de vorm van het instrument belangrijk is voor de klank, heeft je lichaamsbouw invloed op hoe je stem klinkt. Omdat jongens anders gebouwd zijn, klinken ze nooit precies hetzelfde als meisjes. Wie muziek van oude componisten net zo wil laten klinken als het eeuwen geleden bedacht is, zal de jongens dus nooit door meisjes vervangen.

Daarom zingen de meisjes van de Koorschool in een apart koor. Monique (11) vindt het wel flauw dat haar koor veel minder gevraagd wordt voor oude muziek. Zij zou ook wel eens in de Matthäus Passion willen zingen, zegt ze, en lekker op tournee gaan. Want voor de Matthäus Passion, een muziekstuk dat al in 1729 werd gecomponeerd door Johann Sebastian Bach, trekken de jongens van de koorschool de komende week het hele land door. Ieder jaar wordt het in de week voor Pasen uitgevoerd. Zeven avonden achter elkaar treden de jongens op. De Matthäus Passion gaat over hetzelfde als wat op Goede Vrijdag, twee dagen voor Pasen, wordt herdacht: de kruisiging van Jezus zoals die in de bijbel wordt beschreven. Tussen twee grote volwassen koren in staat het jongenskoor. “Jezus is veroordeeld, maar hij was onschuldig”, zingen de jongens in het Duits. Ze zingen meestal in talen die ze nog niet begrijpen, zoals Latijn, Duits en Engels. De muziekleraar legt dan uit waar het over gaat.

Na Pasen moeten de koorschoolleerlingen snel weer repeteren voor hun tournee door Engeland. Ieder jaar gaan ze wel een keer naar het buitenland, en het hele jaar door zingen ze op zondag tijdens de kerkdienst in de grote kathedraal tegenover de school. Ze zien er dan inderdaad erg braaf uit, in hun zwarte toog tot op de grond, met daarover een wit hemd met wijde mouwen dat superplie heet. Net misdienaars. “Maar ik geloof helemaal niet zo in God”, zegt Frits (11), die de kerkdiensten en vooral de preek soms dan ook saai vindt. Toch bidt hij gewoon met de anderen mee. “Want bidden is net zingen als je het hardop doet. En om te kunnen zingen doe ik bijna alles.”