'VS willen geen Russische export'; Rusland zet bouw reactoren in Iran door

De Amerikaanse minister van defensie William Perry heeft Rusland deze week niet van het voornemen kunnen afbrengen om twee Iraanse kernreactoren af te bouwen. De Russische premier Tsjernomyrdin liet zich niet overtuigen door de Amerikaanse vrees dat Iran de Russische nucleaire hulp zou kunnen misbruiken voor de ontwikkeling van een kernwapen. Rusland zegt geen aanwijzing te hebben dàt Iran een kernwapenprogramma heeft en meent dat zijn strenge controles een dergelijk misbruik zeker zouden verhinderen.

Rusland ziet de Amerikaanse interventie ook of vooral als een poging om Moskou van de nucleaire markt te houden. Hoe vreemd dat na 'Tsjernobyl' (1986) ook mag klinken: Moskou heeft nog steeds hoge verwachtingen van de export van kernreactoren, dat is bij tal van gelegenheden duidelijk geworden.

Voor Rusland wegen de inkomsten uit het in januari gesloten contract, ter waarde van 800 miljoen dollar voor de eerste reactor, en de erkenning van zijn nucleaire competentie zwaarder dan de schade in de betrekkingen met de VS. Het ziet er dus naar uit dat de twee reactoren die al sinds de jaren zeventig bij Bushehr aan de Golf op voltooiing wachten eindelijk zullen worden afgebouwd. Het Russische ministerie voor kernenergie, Minatom, dat als contractant optreedt, denkt daarvoor vier tot vijf jaar nodig te hebben. Mogelijk zouden in een later stadium ook nog twee echt Russische VVER-440 drukwaterreactoren kunnen worden bijgeplaatst.

Want de in eerste instantie te voltooien reactoren zijn twee 1200 megawatt-drukwaterreactoren van het Duitse Siemens/KWU die Iran in 1973 bestelde toen daar de sjah nog aan het bewind was en die in mei 1975 en februari 1976 in aanbouw gingen. Na het uitbreken van de Iraanse revolutie in 1979 zijn ze in halfvoltooide toestand door de Duitse technici verlaten. Tijdens de oorlog tussen Iran en Irak werden ze in 1984 en 1985 regelmatig bestookt door de Iraakse luchtmacht maar zonder dat daarbij, zeggen Iraanse bronnen, meer schade is toegebracht dan het zand en zout van de woestijn al doen.

Na beëindiging van de oorlog in 1988 verbood de Duitse regering, op aansporing van de VS, Siemens de reactoren alsnog af te bouwen. Herhaalde pogingen van Iran om het nucleaire embargo te doorbreken hadden geen succes en eind 1993 werd Rusland bereid gevonden het karwei af te maken. Een technisch novum dat Siemens handenwringend of knarsetandend zal aanzien.

Zeker is dat de Amerikaanse overheid het met ongenoegen gade slaat. Want Washington zegt concrete aanwijzingen te hebben dat Iran bezig is een kernbom te ontwikkelen. Robert Gates en James Woolsey hebben als directeur van de Amerikaanse Centrale Inlichtingendienst (CIA) die overtuiging de laatste jaren bijna jaarlijks in het Congres uitgesproken en ze worden daarbij gesteund door de Israelische inlichtingendiensten.

Concrete bewijzen worden niet gegeven. De nucleaire installaties en activiteiten die Iran bij het IAEA (Internationaal Atoomenergie Agentschap) in Wenen heeft gedeclareerd verschillen nauwelijks van die van staten die niemand verdenkt van kernwapenproduktie. Iran bezit slechts drie bescheiden onderzoeksreactoren, waaronder een Amerikaanse met 2,6 kilo hoogverrijkt uranium die al in 1960 werd geleverd en na 1979 nooit nieuwe splijtstof heeft ontvangen. Daarbij bezit het, volgens het internationale instituut voor veiligheidsvraagstukken SIPRI, bescheiden laboratorium-faciliteiten ('hot cells') voor de scheiding van plutonium en een heel kleine elektromagnetische installatie (een 'calutron') voor de zuivering van isotopen die door China is geleverd. Alle installaties staan onder toezicht van het IAEA, sommige stonden dat al voordat Iran in 1970 het Non-proliferatieverdrag NPV (tegen de verspreiding van kernwapens) tekende. Tijdens de oorlog met Irak heeft het IAEA overigens van bezoeken aan de installaties afgezien.

Duidelijk is dat Iran over voldoende kennis beschikt voor de opwerking van plutonium of de verrijking van uranium. Wat dat laatste beteft kan ook nog gewezen worden op Irans participatie - tijdens het regime van de sjah - in de Franse gasdiffusiefabriek Eurodif. Maar dat wil nog niet zeggen dat Iran de kennis ten kwade aanwendt.

Volgens 'onbevestigde berichten' en 'anonieme zegslieden', geciteerd door SIPRI en vakbladen als Nucleonics Week en Nuclear Fuel, zou Iran op ten minste twee geheime plaatsen werken aan de ontwikkeling van ultracentrifuges. Westerse inlichtingendiensten zouden hebben vastgesteld dat China laserapparatuur leverde voor verrijking van uranium. Uit China kwam ook een partij tributylfosfaat, een essentiële grondstof voor de scheiding van plutonium uit opgebrande splijtstof. In 1992 zou Iran geprobeerd hebben zwaar water, uraniumhexafluoride en centrifuges van Argentinië te kopen. Ook zouden pogingen zijn ondernomen om verrijkt uranium in voormalige Sovjet-republieken te kopen. Maar in geen enkel geval is dit soort informatie officieel bevestigd en het is veelzeggend dat het SIPRI de aanbeveling doet de verklaringen van de CIA met grote behoedzaamheid te hanteren “gezien de slechte relatie tussen Iran en de VS”.

Het goed geïnformeerde Nucleonics Week citeert ook met regelmaat Amerikaanse en Israelische deskundigen die juist uitdrukkelijk verklaren dat er geen enkele aanwijzing is voor een geheim Iraans atoomprogramma. Ook het IAEA, dat in 1992 en 1993 op uitnodiging van Iran 'non-routine' inspecties uitvoerde en daarbij ook niet gedeclareerde installaties bezocht, kon geen tekenen van een wapenprogramma ontdekken en verleent Iran dan ook nog steeds alle steun op het gebied van nucleair onderzoek waarop een IAEA-lid recht heeft. Voorlopig klinkt het Amerikaanse bewijs-uit-het-ongerijmde dat een staat met zoveel aardolie als Iran met kernreactoren eenvoudigweg geen goede bedoelingen kàn hebben, nog het meest overtuigend.

Het wonderlijke is dat volgens de Amerikaanse CIA Iran al binnen vijf jaar een kernwapen zou kunnen bezitten terwijl het Russische Minatom net heeft meegedeeld vier jaar nodig te hebben voordat de eerste Siemens-reactor Russian-style is voltooid. Daarvan gaat de suggestie uit dat volgens Amerikaanse inlichtingendiensten Iran niet de plutoniumweg naar 'de bom' bewandelt maar verwacht voldoende uranium te kunnen verrijken voor een uraniumbom, precies zoals Irak dat deed. Dat stemt overeen met het gegeven dat Iran eigen uraniumvoorraden heeft, al is van uraniumwinning nog weinig gebleken.

Maar tegelijk betekent het dat zelfs volgens de Amerikanen de te voltooien Siemens-reactor geen rol heeft in het huidige - vermeende - wapenprogramma van Iran. Drukwaterreactoren zoals Siemens of Minatom die leveren zijn ook nauwelijks geschikt voor de produktie van de kwaliteit plutonium die voor kernwapens gewenst is. Daar komt bij dat Iran als NPV-staat de zogeheten 'fullscope safeguard' inspecties van het IAEA accepteert zodat de kans op misbruik van de splijtstof klein is: monkey business wordt makkelijk ontdekt. Het enige steekhoudende bezwaar dat de VS tegen de voltooiing van de Siemens-reactoren kunnen aanvoeren is dat Iran met de opbouw van een omvangrijke civiele nucleaire industrie allerlei clandestiene militaire activiteit aan het zicht kan onttrekken.

In veel ogen kenmerkt het Amerikaanse nucleaire beleid zich door willekeur en een dubbele moraal: een land als Israel, nooit NPV-staat geworden, werd geen strobreed in de weg gelegd bij de ontwikkeling van kernwapens. Noord-Korea, dat een veel ongunstiger nucleaire reputatie had en heeft dan Iran, krijgt soortgelijke Westerse reactoren aangeboden du moment dat het dreigt het NPV te verlaten.

De feiten overziend valt nauwelijks het verwijt te handhaven dat Rusland met zijn hardnekkigheid de betrekkingen met de VS schade toebrengt, eerder lijkt het omgekeerde het geval. Ook Duitsland, dat een zeer omvangrijke handel heeft met Iran, heeft zich herhaaldelijk (maar voornamelijk binnenskamers) geïrriteerd getoond door de Amerikaanse druk om Siemens te verbieden zijn oude reactoren af te bouwen. Ten slotte heeft het IAEA, dat in het optreden van de Amerikanen weinig anders kan zien dan een uiting van wantrouwen in de doeltreffendheid van zijn safeguard-inspecties, de Amerikanen er meer dan eens voor gewaarschuwd het VN-atoombureau niet te gebruiken als 'theater' voor de strijd tegen Iran.