Vier universiteiten op de bres voor zichzelf

UTRECHT, 7 APRIL. De vier brede openbare universiteiten in Groningen, Utrecht, Leiden en Amsterdam willen een eind maken aan de 'gelijke behandeling' van alle dertien universiteiten. Volgens deze 'klassieke vier' werkt dat overheidsbeleid vooral in het voordeel van de kleinere en gespecialiseerde (technische) universiteiten. Ze schrijven dit in een notitie die deze week aan minister Ritzen (onderwijs) werd aangeboden.

De 'klassieke' universiteiten vinden dat zij een “bijzondere rol” spelen in het Nederlandse hoger onderwijs omdat zij breed, interdisciplinair onderzoek en onderwijs kunnen aanbieden èn unieke kleine disciplines zoals Sanskriet, ruimtevaartrecht of cartografie beter kunnen beschermen.

In een interview met het Amsterdamse universiteitsblad Folia van deze week komt Ritzen de universiteiten al tegemoet. Hij kondigt aan meer afspraken te gaan maken met universiteiten afzonderlijk, en minder centraal te regelen via hun gemeenschappelijke vertegenwoordiger, de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU).

Maar waarom mag de Katholieke Universiteit Nijmegen, toch vrijwel net zo groot en breed als Leiden, niet meedoen? “Ach, iedere grens is willekeurig”, zegt J. Veldhuis, voorzitter van de Universiteit Utrecht. “Maar de klassieken zijn nu eenmaal veel ouder, wat uitmaakt in omvang van hun universitaire collecties. En de bijzondere universiteiten hebben een andere rechtspositie, wat uitmaakt voor de bestuursstructuur en het personeelsbeleid. Wij liggen veel strakker tegen de overheid aan.” Veldhuis is blij met de toezegging van Ritzen. “De overheid moet veel meer zelf boven de partijen gaan staan. Je kunt dat soort afwegingen niet overdragen aan belanghebbenden.”

De Nijmeegse universiteit is blij dat ze niet is uitgenodigd voor de “manoeuvre” van de 'klassieken'. “We hadden toch 'nee' gezegd”, zegt collegelid J. Peters. “De universiteiten moeten elkaar geen vliegen willen afvangen. Samen staan we veel sterker.”